Kochten Britse jagers-verzamelaars 'onze' tarwe?

27 februari 2015 door TV

'Onderwaterarcheologen' hebben bewijs gevonden dat de Britten 8.000 jaar geleden al graan aten. Nochtans leefden zij toen nog als jagers-verzamelaars. Waar kwam het graan dan vandaan?

'Onderwaterarcheologen' hebben bewijs gevonden dat de Britten 8.000 jaar geleden al graan aten. Nochtans leefden zij toen nog als jagers-verzamelaars. Waar kwam het graan dan vandaan?

Toen duikers een jaar of tien geleden vlak voor de kust van het Britse Isle of Wight een kreeft bewerkte stukjes vuursteen zagen versjouwen, was de aandacht van mariene archeologen meteen gewekt. Onder de zeebodem ontdekten ze behalve die eenvoudige werktuigen ook bewerkte balken (mogelijk van boten), houtskool en zwartgeblakerde hazelnootresten, sporen van bewoning die na koolstofdatering zo'n 8000 jaar oud bleken te zijn. Hoewel de landbouw, die ontstond in het Nabije Oosten, toen al aan haar opmars door Europa begonnen was, bevonden de Britten zich nog volop in de Midden-Steentijd – ze vulden hun dagen met jagen en verzamelen, niet met zaaien en oogsten.

Dus is het erg opmerkelijk dat wetenschappers van de Universiteit van Warwick in diezelfde lagen, die in de daaropvolgende eeuw eerst door veenmoeras en dan door de zee overdekt raakten, niet alleen DNA vonden van eiken, beuken en appelbomen, maar ook van eenkoorn (einkorn), een primitieve tarwevariant die in deze regio niet in het wild voorkomt. Archeologische overblijfselen die op landbouw zouden kunnen duiden troffen ze nergens aan, geven de wetenschappers toe. Dus speculeren ze in Science dat de jager-verzamelaars zich mogelijk elders met granen bevoorraadden.

Nogal wat collega's zijn daar sceptisch over. “Jager-verzamelaars deden heel wat opmerkelijke dingen,” zegt archeoloog Peter Rowley-Conwy, “maar de dichtstbijzijnde tarweboeren bevonden zich 8000 jaar geleden in de Balkan. Dat ze van daaruit zakken tarwe naar Engeland zeulden lijkt me redelijk onwaarschijnlijk.” “Er zal vast wel handel geweest zijn met naburige groepen,” denkt zijn collega Mark Collard, “maar met onbewerkte tarwe konden de jager-verzamelaars weinig doen, want voor zover wij weten hadden ze geen maalstenen. Kochten ze brood of bier? Lijkt me sterk.”

Hoe dan ook was wie destijds op het Isle of Wight woonde dus wel even onderweg naar de bakker. Of niet? In de delta's van de Rijn en de Maas zijn de vroegste aanwijzingen voor landbouw 'slechts' 700 jaar jonger, merken de onderzoekers op. Misschien was de landbouw in de eeuwen voordien al dichterbij dan we dachten. Archeoloog Philippe Crombé (UGent) bevestigt het eerste maar betwijfelt het tweede. “De eerste Belgische boeren behoorden tot de zogenaamde Bandkeramische cultuur, een naam die verwijst naar hun typische aardewerk. Zij vestigden zich inderdaad zo'n 7300 jaar geleden in onze leemstreek, meer bepaald Haspengouw en Henegouwen. Aanzienlijk later dus.”

“De oudste tarwekorrels gevonden in de Vlaamse zandstreek, waaronder de Scheldevallei, dateren momenteel van 6000 jaar geleden. De leeftijd van de enige mogelijk oudere graankorrel – 6700 jaar volgens een eerste analyse – moet nog bevestigd worden. En zelfs als die datum klopt kan die korrel hier natuurlijk ook via handel geraakt zijn, want bewijs voor landbouw uit die periode is er niet.”

In een begeleidend stuk argumenteert bio-archeoloog Greger Larson dat deze vondst aantoont wat de valkuilen zijn wanneer archeologen zich – vaak noodgedwongen – enkel op de zoektocht naar zichtbare overblijfselen focussen. Daarbij komt uiteraard heel wat geluk kijken, en dus is het niet zo verrassend dat de analyse van fossiel DNA doorgaans oudere sporen zal vinden. “Net zoals eerder werd aangetoond dat de mammoet langer overleefde dan de laatste gevonden beenderen suggereren, duiken ook landbouwproducten aanzienlijk sneller op dan de eerste bewijzen voor de teelt ervan.”

Collard is het daar deels mee eens. “Ik besef maar al te goed dat we niet zeker weten wanneer de landbouw begon in dit deel van Europa. Het is zo goed als zeker dat er al landbouw was voor de tijd waaruit onze eerste vondsten dateren. Maar dat is dan misschien een halve eeuw, maar geen twee.” De wetenschappers benadrukken dat ze niet suggereren dat er al veel eerder landbouw was op het Isle of Wight, wel dat er mogelijk regelmatige contacten waren met naburige landbouwers.

“Volgens ons strekten die contacten zich uit ver voorbij eender welke aangetoonde landbouwgrens,” schrijven de onderzoekers in een reactie. “Er zijn heel wat aanwijzingen dat er destijds al pioniers waren die zich verder waagden. Bovendien beschikte de zuidelijke Cardiaal-Impressocultuur (ook vernoemd naar typerend aardewerk), die zich vooral langs de kusten vestigde en de landbouw doorheen Zuidwest-Europa verspreidde, over boten – ook waar wij onze stalen namen werden overigens vermoedelijk boten gemaakt of hersteld. Ze konden dus behoorlijke afstanden overbruggen, en misschien woonden ze ook al noordelijker dan gedacht. De bekende, jongere sites liggen meestal landinwaarts – wie weet wat zit er langs de Franse kust nog allemaal onder de waterlijn.”

Dat hun resultaat stomweg het gevolg zou zijn van hedendaagse besmetting of het insijpelen van zeewater hebben de wetenschappers zorgvuldig weerlegd. Allereerst verdween de site al na een eeuw voorgoed onder de zeespiegel, waardoor er dus geen jongere afzettingen zijn waaruit mogelijk tarwe-DNA weglekte. Bovendien troffen ze in de bestudeerde lagen geen DNA aan van zeedieren of wieren – blijkbaar waren ze dus netjes van de zee afgesloten. Tot slot werd in de labs die de analyses deden nooit eerder met graan gewerkt en komt eenkoorn vandaag alleen nog in biowinkels voor. Waar de bewoners van het Isle of Wight destijds inkopen deden blijft vooralsnog een raadsel.