Littekens van de Grote Oorlog

De Eerste Wereldoorlog laat tot vandaag diepe sporen na in het landschap. Honderd jaar na dato vormt de munitie in de bodem een veiligheidsrisico en een sluimerende bron van milieuvervuiling.

Zowat een derde van de afgevuurde munitie tijdens de Grote Oorlog kwam niet tot ontploffing. Om die reden is een voormalig strijdgebied van 100 km2 in Noord-Frankrijk verboden terrein. In Ieper en andere delen van de Westhoek lopen boeren of bouwvakkers die graafwerkzaamheden uitvoeren nog steeds gevaar. 

Ook stukken munitie en granaatscherven die wel ontploft zijn, brengen gezondheidsrisico’s met zich mee. In 2012 kregen inwoners van 544 Franse gemeentes voor het eerst de waarschuwing op te passen met het drinkwater. De hoge hoeveelheden perchloraat vormden een gevaar voor zwangere vrouwen en mensen met gezondheidsproblemen.

Onder de gronden waar de oorlog het hevigst heeft gewoekerd, treffen onderzoekers zware metalen aan. ‘Op de historische Ieperboog vonden we opmerkelijk veel koper, zink en lood: de drie typische oorlogsmetalen’, zegt bio-ingenieur Marc Van Meirvenne (UGent). ‘Op diezelfde ondergrond zijn we nu actief aan het boeren en bouwen en trekken we gasleidingen. We zitten in een penibele situatie.’

Je leest de volledige reportage in de nieuwste Eos, te koop in de winkel en via www.tijdschriftenwinkel.be