Zweepslagen voor de profeet

De Congolese kimbanguïstische kerk was een zwaar lot beschoren. Al bij de oprichting van de beweging honderd jaar geleden werden haar profeet en zijn volgelingen verguisd en onderdrukt. Een illustratie van de vergeldingsdrang van de koloniserende macht, en van de veerkracht van gelovigen.

Beeld: De oudste zonen van Kimbunga werden naar de katholieke scholen gestuurd. Een van hen staat links van monseigneur De Cleene, Boma 1927.

Op dinsdag 6 april vierde de Congolese kimbanguïstische kerk haar eeuwfeest. Voor deze grote aangelegenheid werd in Nkamba, het geboortedorp van haar profeet Simon Kimbangu (ca. 1885-1951), een gloednieuw museum ingehuldigd. Dat kan tellen in een tijdperk waarin Afrikanen het debat zijn aangegaan rond het koloniale verleden en de restitutie van hun geroofde kunstpatrimonium door ex-koloniale mogendheden.

De profetie van Simon Kimbangu begon officieel op 6 april 1921. Kimbangu was destijds een jonge catechist van de British Baptist Missionary Society, die een grote post bezat in Ngombe Lutete, gelegen tussen Thysstad (Mbanza Ngungu) en de Congostroom. Zijn optredens brachten enorm veel mensen op de been. Ze geloofden in zijn spirituele genezingskracht en vooral in zijn boodschap van de nabije bevrijding van de Congolese bevolking.

Maar de witte machthebbers beschouwden zijn preken als protest tegen de koloniale orde. L’Avenir Colonial Belge, de invloedrijke koloniale krant van de antiklerikale Arthur Brenez, lanceerde een gemene en brutale campagne tegen de zogeheten Antoine ‘le guérisseur’. In de figuur van Kimbangu zag de krant namelijk het zwarte evenbeeld van Louis-Joseph Antoine (1846-1912), een Belg die in het Luikse Jemeppe-sur-Meuse nogal wat ophef had gemaakt met de stichting van een genezingskerk. De streek rond Nkamba werd onder militair bestuur geplaatst en een ware klopjacht op Kimbangu werd georganiseerd. In september 1921 werd hij gearresteerd, op 3 oktober werd hij ter dood veroordeeld.

De katholieke missionarissen uit de Beneden-Congo, met de redemptoristen en jezuïeten op kop, zagen de charismatische figuur die hun kapellen en kerken leegzoog het liefst dood. De handelaars en industriëlen uit de streek pleitten voor de executie van de persoon door wiens prediking vele arbeiders deserteerden om naar hem te gaan luisteren.

Maar de koloniale magistraten, die zich gepasseerd voelden, gingen in beroep tegen de terdoodveroordeling van een man die geen vlieg kwaad had gedaan. De protestantse missionarissen stuurden een delegatie naar koning Albert I om de gratie te vragen van hun ex-catechist. De doodstraf werd omgezet in levenslang. Kimbangu werd verbannen naar het verre Elisabethstad (Lubumbashi) waar hij bij zijn aankomst onthaald werd met een resem zweepslagen. De vernedering was totaal toen hij in de keuken werd tewerkgesteld als boy-kok van de zwarte gevangenen.

Desinformatiecampagne

Intussen draaide de repressie tegen de aanhangers van Kimbangu op volle toeren. Duizenden onder hen werden uit hun dorpen geplukt en gedeporteerd naar de minst toegankelijke gebieden van de kolonie. Zij kwamen terecht in heropvoedingskampen, zoals het Centre Agricole pour des Relégués Dangereux, waar sommigen de dood vonden maar anderen het kimbanguïstische gedachtegoed verspreidden. Zo ontloken tegen alle verwachtingen in nieuwe haarden van het kimbanguïsme in Ekafera, Oshwe en elders in Congo.

Naast deportaties paste de koloniale overheid nog een andere, heel vernuftige repressiemethode toe. De vrouw van Kimbangu, Marie Mwilu, kreeg het verbod om haar dorp te verlaten. Zij moest er verblijven met de jongste telg, Dialungana. De twee oudste zonen, Charles Kisolokele en Joseph Diangienda, werden toevertrouwd aan de zorgen van de Schoolkolonie van Boma (Broeders van de Christelijke Scholen) waar zij streng katholiek werden opgevoed. Trouwens, in de hele streek werd een katholiek scholennet opgezet om de kinderen van de kimbanguïstische leer weg te houden. Na hun studies werden Kisolokele en Diangienda als klerken tewerkgesteld in de koloniale administratie.

De katholieke missionarissen zagen de charismatische figuur die hun kapellen en kerken leegzoog het liefst dood

Simon Kimbangu stierf in Lubumbashi op 12 oktober 1951. Daarop lanceerden de katholieke missies een laag-bij-de-grondse campagne tegen het kimbanguïsme. Zij beweerden dat Kimbangu in articulo mortis katholiek was gedoopt. Achter die valse informatie, die door de koloniale en inlandse kranten van Scheut in Leopoldstad werd verspreid, zat Jozef Van Wing. Na zijn dood kreeg deze pater jezuïet nog een standbeeld in zijn dorp Herk-de-Stad. De apostolische vicaris van Elisabethstad, monseigneur Joseph-Floribert Cornelis, heeft later erkend dat Kimbangu op zijn sterfbed niet was gedoopt.

Toen in 1954 in Brussel de antiklerikale regering van Achille Van Acker aan de macht kwam, luidde voor de kimbanguïsten een nieuw tijdperk in. De minister van Koloniën, Auguste Buisseret, begon een beleid van tolerantie jegens hen te voeren, tot groot ongenoegen van de katholieke missies. Toen de CVP opnieuw aan de macht kwam in 1958 werd de repressie tegen de kimbanguïsten niet meer hervat. Hoewel: begin januari 1959 braken zware rellen uit in Leopoldstad. In sommige wijken waren de instellingen van de katholieke missies het mikpunt van de vernielingen. Sommigen trachtten die vernielzucht in de schoenen van de kimbanguïsten te schuiven.

De ‘guérisseur’ Simon Kimbangu werd verplicht te werken als boy-kok voor zwarte gevangenen. HP.2010.8.766, collectie KMMA Tervuren; onbekende fotograaf, s.d.

Westerse allure

Op 24 december 1959 werd de kimbanguïstische kerk officieel erkend als de Église de Jésus Christ sur la Terre par le Prophète Simon Kimbangu (ÉJCSK). De kimbanguïstische gevangenen werden vrijgelaten, de poorten van de strafkampen werden geopend. Later, in april 1960, werd het stoffelijk overschot van Simon Kimbangu overgebracht naar zijn geboortedorp. Dat werd omgedoopt tot Nkamba-Jérusalem. Later werd daar een immens mausoleum voor Kimbangu opgetrokken.

Terwijl Joseph Diangienda de eerste spirituele leider van de kerk werd, startte Charles Kisolokele een grote politieke carrière. Die erkenning had deels te maken met het feit dat de koloniale overheid verkoos te praten met évolués – moderne leiders die zijzelf had opgeleid en gevormd en op wier redelijkheid tegenover de koloniale administratie zij rekende. Het was nu aan Diangienda om de grote groep van uitgesproken antiwitte en antikolonialistische volgelingen die slachtoffers waren geweest van de repressie in toom te houden.

De kimbanguïstische kerk werd gezagsgetrouw. Vandaag kun je op de panen die kimbanguïstische vrouwen dragen of op de vrachtwagens van de kerk het volgende devies lezen: Bolingo, mibeko, mosala (liefde, trouw aan wetten, arbeid)! Een van haar belangrijkste leerstellingen is: geef aan César wat César toekomt. Of: ere aan wie ere toekomt.

Diangienda slaagde er wonderwel in om de kimbanguïstische kerk een moderne en westers christelijke allure te geven. Zoals de katholieke en protestantse kerken verwierp zij de traditionele geneeskunde en farmacopee. Zij bewoog ook hemel en aarde om een grote zichtbaarheid te krijgen. Zo richtte ze lagere en middelbare scholen op, en zelfs een universiteit. De nsinsani of solidariteit werd de sokkel van haar sociale activiteiten.

Diangienda liet een prachtige tempel en groot hospitaal bouwen in respectievelijk Matete en Kimbanseke, buitenwijken van hoofdstad Kinshasa. In de wijk Kasa-Vubu verscheen ook nog een immens Centre Culturel Kimbanguiste. De kimbanguïstische gemeenschappen zorgden voor de nodige materiële middelen. De diaspora werden actief in onder meer België, Frankrijk, Canada en de Verenigde Staten.

Het traject dat de kimbanguïstische kerk in honderd jaar tijd heeft afgelegd, spreekt tot de verbeelding. Van 1921 tot 1954 was hun koloniaal lot er een van zware repressie. Het gaat om een van de donkerste pagina’s van het Belgische koloniaal verleden. Maar de kimbanguïsten hebben het overleefd. Het komende jaar zullen de volgelingen van de kimbanguïstische kerk manifestaties organiseren rond hun godsdienst en hun geschiedenis, vanaf de catacombentijd tot ­vandaag.

Dit artikel verscheen eerder in de Eos-special Kolonialisme en verzet.