Het kinkhoestvaccin toedienen aan zwangere vrouwen bezorgt hun baby antistoffen tegen de ziekte. Niet alleen in hun bloed, maar ook in het neusslijmvlies waar de bacterie hun lichaam binnenkomt.
Kinkhoest is een uiterst besmettelijke infectieziekte. Ze wordt veroorzaakt doordat de bacterie Bordetella pertussis stoffen aanmaakt die ervoor zorgen dat je geïnfecteerd en ziek wordt en hoestbuien krijgt die maandenlang kunnen aanhouden. Bij zeer jonge kinderen, voornamelijk jonger dan 6 maanden, kan de ziekte levensbedreigend zijn.
In Europa is de aandoening redelijk onder controle, maar wereldwijd sterven jaarlijks 160.000 mensen aan de ziekte. Vaak zijn dat jonge baby’s in landen met een laag of middeninkomen waar de vaccinatiegraad soms lager is.
Om de ziekte te voorkomen, krijgen vrouwen in Nederland sinds 2019 vanaf de tweeëntwintigste week van hun zwangerschap een vaccinatie – de zogenaamde 22-wekenprik. Doordat de antistoffen – die de moeder na de prik aanmaakt – via de placenta naar het bloed van de baby gaan, is hun kind al direct na de geboorte beschermd tegen de ziekte.
In België worden zuigelingen sinds de jaren 1950 systematisch tegen kinkhoest gevaccineerd. ‘Het basisvaccinatieschema start rond acht weken na de geboorte, omdat het immuunsysteem van de baby in de eerste weken nog niet volledig ontwikkeld is en vaccinatie op dat moment onvoldoende bescherming zou opwekken’, vertelt epidemioloog Ilse Peeters van Sciensano. ‘Daarom worden sinds 2013 ook zwangere vrouwen in België aangeraden zich tijdens iedere zwangerschap tegen kinkhoest te laten vaccineren. Zo kunnen antistoffen van de moeder via de placenta worden doorgegeven, waardoor de pasgeborene ook in de eerste levensweken (voor de start van de basisvaccinatie) beschermd is tegen de ziekte.’
Antistoffen waar ze nodig zijn
Het Radboudumc in Nijmegen en Medical Research Council in Gambia voerden nieuw onderzoek naar deze manier van vaccineren. Daarbij kreeg de helft van 343 vrouwen tijdens de zwangerschap het kinkhoestvaccin en de andere helft niet. Nu blijkt voor het eerst dat de antistoffen van de moeder niet alleen in het bloed van hun baby terechtkomen, maar ook in hun neusslijmvlies waar de bacterie het lichaam binnenkomt. ‘Dat deze antistoffen het neusslijmvlies bereiken is nooit eerder aangetoond en onderstreept hoe effectief deze vaccinatie is’, vertelt immunoloog Dimitri Diavatopoulos van het Radboudumc.
Uit het onderzoek blijkt bovendien dat de afweerreactie van baby’s verschilt naargelang het type vaccin dat ze krijgen. Naast het hele-cel-vaccin dat de complete, onschadelijk gemaakte kinkhoestbacterie bevat en vooral in landen met een laag of middeninkomen wordt toegediend, is er ook het acellulair vaccin dat alleen enkele onderdelen van de bacterie bevat en onder andere in Nederland en België wordt gebruikt.
De studie toont aan dat baby’s die na 8, 12 en 16 weken een hele-cel kinkhoestvaccin kregen, gemiddeld een sterkere afweerreactie ontwikkelden dan baby’s die een acellulair vaccin kregen. ‘Acellulaire vaccins geven meestal minder bijwerkingen, maar zorgen vaak ook voor een minder langdurige bescherming’, vertelt Diavatopoulos. ‘Onze onderzoeksresultaten suggereren dat hele-cel vaccins de afweer op langere termijn beter kunnen ondersteunen’, voegt postdoctoraal onderzoeker Janeri Fröberg van het Radboudumc daaraan toe.
Belang van vaccinatie
Het onderzoek benadrukt het belang van de 22-wekenprik, die baby’s direct bescherming biedt in de meest kwetsbare periode. Voor landen met een laag of middeninkomen, waar de meeste sterfte plaatsvindt, laten de resultaten zien dat het invoeren van een kinkhoestvaccinatie tijdens de zwangerschap mogelijk levens kan redden. En voor landen die nog hele-cel vaccins gebruiken, sluiten de resultaten aan bij het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie om deze vaccins te behouden, omdat ze een langdurigere afweer opbouwen.
‘Hoewel vaccinatie tijdens de zwangerschap al langer bekend is, zijn grootschalige vaccinatieprogramma’s bij zwangere vrouwen pas echt van de grond gekomen met het kinkhoestvaccin’, vertelt Diavatopoulos. ‘Daarmee werd voor het eerst systematisch ingezet op bescherming van pasgeborenen in hun meest kwetsbare levensfase. Die aanpak bleek bijzonder effectief en wordt inmiddels ook toegepast bij andere infectieziekten die ernstige ziekte kunnen veroorzaken bij moeder of baby, zoals griep, covid-19 en sinds kort het RS-virus (RSV).’
Voor de toekomst wordt volgens Diavatopoulos zorgvuldig onderzocht tegen welke andere ziekteverwekkers vaccinatie tijdens de zwangerschap veilig en effectief kan worden ingezet. De Wereldgezondheidsorganisatie beschouwt vaccinatie van zwangeren als een belangrijk middel om ernstige infecties en sterfte bij jonge baby’s wereldwijd verder terug te dringen.