Een vette lever bevordert uitzaaiingen van darmkanker

Stofwisselingsproblemen zoals leververvetting kunnen het verloop van kanker rechtstreeks beïnvloeden.

Dikkedarmkanker is wereldwijd een van de belangrijkste oorzaken van kankergerelateerde sterfte en de belangrijkste doodsoorzaak door kanker bij mensen jonger dan vijftig jaar. Een belangrijke reden voor de slechte prognose is dat tot de helft van de patiënten uitzaaiingen ontwikkelt in andere organen, in de meeste gevallen de lever.

Het verdere verloop van de ziekte wordt sterk bepaald door de manier waarop deze uitzaaiingen zich in de lever gedragen. Blijven ze gescheiden van gezond leverweefsel, dan kunnen de patiënten een vijfjaarsoverleving van ongeveer 73 procent bereiken. Dringen ze het gezonde leverweefsel binnen, dan is de ziekte veel agressiever en daalt de vijfjaarsoverleving sterk, tot onder de 44 procent.

Vette lever bevordert uitzaaiingen

Tot nog toe was het onduidelijk wat deze agressieve vorm van uitzaaiingen aanstuurt. Prof. Sarah-Maria Fendt (VIB-KU Leuven) besloot het uit te zoeken. Samen met haar team analyseerde ze patiëntstalen en experimentele modellen gebaseerd op patiëntweefsel. Ze ontdekte dat vetophoping in de lever, ook wel ‘vette lever’ genoemd, een belangrijke leefstijlgerelateerde factor is die verklaart waarom sommige patiënten de agressieve uitzaaingen ontwikkelen.

Deze ontdekking is bijzonder relevant, omdat leververvetting wereldwijd snel toeneemt, onder andere ten gevolge van de stijgende cijfers van obesitas en metabole aandoeningen. ​‘Onze studie toont aan dat een vette lever, een aandoening die we meestal beschouwen als een achtergrondprobleem, een directe invloed kan hebben op het gedrag van kanker’, vertelt Fendt. ‘Het benadrukt dat de fysiologie van de patiënt geen passieve rol speelt, maar actief bijdraagt aan verslechtering van de ziekte.’

‘Een vette lever levert dus zowel het signaal als de bouwstoffen die tumoren nodig hebben om agressiever te groeien’

De onderzoekers ontdekten ook de reden waarom er een verband bestaat tussen een vette lever en een agressieve uitzaaiing. In een vetrijke lever zorgen verhoogde niveaus van vetzuren voor een kettingreactie binnen kankercellen, waardoor hun metabolisme en gedrag veranderen.

Meer in detail: de vetzuren stabiliseren het eiwit MYC, een bekende motor van tumorgroei. Eenmaal gestabiliseerd activeert MYC metabole processen die de productie van proline verhogen – een aminozuur dat essentieel is voor de aanmaak van collageen. Dit collageen vormt een structurele omgeving die tumorcellen helpt om in de lever te infiltreren en zich uit te breiden, wat leidt tot uitzaaiingen. ‘Een vette lever levert dus zowel het signaal als de bouwstoffen die tumoren nodig hebben om agressiever te groeien,’ vertelt Fendt. ‘Het verandert fundamenteel de manier waarop uitzaaiingen zich ontwikkelen.’

Nieuwe kijk op kanker

Een van de meest directe toepassingen van dit onderzoek ligt in een betere selectie van patiënten voor klinische studies. Geneesmiddelen die zich richten op het eiwit MYC worden momenteel al getest op veiligheid, maar hun succes hangt sterk af van de patiënten waarop ze die testen. ‘Door beter te bepalen wie baat heeft bij een behandeling, kunnen we klinische studies efficiënter maken en patiënten sneller toegang geven tot effectieve therapieën’, aldus Fendt.

De onderzoekers wisten ook aan te tonen dat dit proces ook therapeutisch kan worden benut. Door verschillende stappen in deze keten aan te pakken – zoals het MYC-eiwit, de productie van proline of de vorming van collageen – konden ze de groei en ontwikkeling van agressieve uitzaaingen aanzienlijk remmen in modellen gebaseerd op patiëntweefsel.

Daarnaast onderstreept de studie het belang van het integreren van metabole gezondheid in kankerzorg. Het vetgehalte in de lever zou in de toekomst kunnen dienen als biomarker om de behandelingskeuzes beter te sturen en het ziekteverloop beter te voorspellen. ‘Dit onderzoek verandert onze kijk op kanker’, vertelt dr. Yiming Peng-Winkler (VIB-KU Leuven, University Hospital of Düsseldorf), eerste auteur van de studie. ‘Om kanker effectief te behandelen, moeten we niet alleen naar de tumor kijken, maar ook naar de omgeving waarin die groeit. Alleen zo kunnen we echt precieze en effectieve therapieën ontwikkelen.’