Kankercellen groeien snel en kunnen zich door het lichaam verspreiden. Dat is geen rustige wandeling, maar een uitputtende overlevingstocht die bergen energie kost. Nieuw onderzoek laat zien dat sommige kankercellen die extra brandstof niet alleen zelf produceren, maar ook elders stelen.
Kanker begint met één ontspoorde cel. Een gewone lichaamscel die de controle over haar groei verliest. Ze blijft zich delen terwijl dat niet meer nodig is en negeert signalen die haar normaal zouden afremmen of uitschakelen. Uit die ene cel groeit een tumor: een massa kankercellen die zich blijven vermenigvuldigen.
Zolang een tumor op één plaats blijft in ons lichaam, is het probleem meestal nog begrensd. Maar het echte gevaar ontstaat wanneer individuele kankercellen zich losmaken uit die massa. Dit proces heet uitzaaiing. Via bloed- en lymfevaten kunnen losgeraakte kankercellen zich door het ons lichaam verspreiden en op meerdere plaatsen tegelijk nieuwe tumoren vormen.
Voor kankercellen zelf is zo een uitzaaiing geen eenvoudige verplaatsing van punt A naar punt B. Het lijkt eerder op een Spartacus run: een woelig, onvoorspelbaar parcours vol obstakels. Ze worden meegesleurd door bloed of lymfe, blootgesteld aan stroming en botsen op immuuncellen die hen proberen uit te schakelen. De meeste kankercellen halen dan ook de finish niet.
Maar wie het wél redt, staat nog maar aan het begin. De kankercel moet zich vastzetten in een nieuw orgaan of weefsel, zich aanpassen aan een vreemde omgeving en daar opnieuw beginnen groeien om weer een volledige tumor op te bouwen. Zo een reis vraagt energie. Veel energie!
De energiefabriekjes van onze cellen
Om te begrijpen waarom energie zo cruciaal is, moeten we kijken naar wat elke cel van brandstof voorziet. In bijna al onze lichaamscellen zitten mitochondriën: kleine structuren die je kan zien als de energiefabriekjes van de cel. Ze zetten suikers, vetten en andere voedingsstoffen om in adenosinetrifosfaat, afgekort ATP.
ATP is de brandstof die onze cellen voortdurend aanmaken en verbruiken. Elke beweging, elke celdeling en elk herstelproces kost energie. Zonder mitochondriën heeft een cel simpelweg niet de capaciteit om te groeien of te overleven.
Voor een kankercel die een loodzware Spartacus run moet overleven, is energie dus geen detail. Het is een noodzaak om dat dodelijke obstakelparcours te doorstaan en daarna opnieuw een tumor te kunnen opbouwen. Lange tijd dachten onderzoekers dat kankercellen hun energievoorziening vooral zelf opvoeren. Ze herprogrammeren hun stofwisseling om zo veel mogelijk brandstof te halen uit de voedingsstoffen die beschikbaar zijn.
Maar recent onderzoek suggereert dat sommige kankercellen nóg een stap verder gaan.
Een verlengkabel naar het zenuwstelsel
Een groep onderzoekers aan de Universiteit van South Alabama vroeg zich af of kankercellen tijdens een uitzaaiing misschien mitochondriën stelen van andere cellen. Met andere woorden: Zou het kunnen dat ze, wanneer hun eigen energieproductie onder druk staat, zich aansluiten op de energievoorziening van hun omgeving?
Om die vraag te beantwoorden, voerden de onderzoekers een reeks experimenten uit in muizen die hersenuitzaaiingen ontwikkelen. Dat was geen toevallige keuze. De hersenen bevatten zenuwcellen die enorm veel energie verbruiken. Zenuwcellen geven voortdurend elektrische signalen door en hebben daarom een hoge dichtheid aan actieve mitochondriën. Als kankercellen ergens extra energiefabriekjes zouden kunnen stelen, dan is het wel in zo een energie-intensieve omgeving.
Om te kunnen onderzoeken of mitochondriën werkelijk van een zenuwcel naar een kankercel konden worden overgedragen, ontwikkelden de onderzoekers een ingenieus systeem. Ze zorgden ervoor dat de mitochondriën in zenuwcellen groen oplichtten onder de microscoop. Wanneer later de groene mitochondriën opdoken in kankercellen in het hersenweefsel, was dat rechtstreeks bewijs dat er overdracht had plaatsgevonden.
En dat is precies wat ze zagen! Onder de microscoop zagen de onderzoekers dat kankercellen dunne, buisvormige verbindingen vormden met zenuwcellen. Via die verbindingen werden mitochondriën van de zenuwcel naar de kankercel getransporteerd. Het leek alsof de kankercel een verlengkabel uitrolde naar het zenuwstelsel: niet om te communiceren, maar om energie af te tappen. Die energiewinst bleef ook niet zonder gevolg: kankercellen met “gestolen” mitochondriën bleken vaker uit te groeien tot succesvolle hersenuitzaaiingen. Ze overleefden beter en bouwden sneller nieuwe tumoren op.
Hoe we deze kennis precies kunnen vertalen naar therapieën, is nog onduidelijk. Maar dit onderzoek toont iets fundamenteel: kanker maakt verbindingen om te overleven. Dat opent een nieuw onderzoeksveld: niet alleen gericht op het bestrijden van de tumor zelf, maar ook op het begrijpen en mogelijk verstoren van de verbindingen die haar voeden.
Wie meer wil lezen over dit onderzoek, vindt het volledige artikel hier.