Chemotherapie kan niet alleen kankercellen aantasten, maar ook ons gehoor beschadigen. Net omdat die bijwerking vaak onopgemerkt begint, zijn vroege detectie en een gerichte gehooropvolging van groot belang.
Heb je ooit de bijsluiter van een medicijn volledig gelezen? Dan valt meteen op hoe lang de lijst met mogelijke bijwerkingen is. Bij chemotherapie is dat niet anders. De behandeling is gericht op het bestrijden van kanker, maar ze kan ook andere organen beschadigen. Chemotherapie reist immers via het bloed door het hele lichaam om kankercellen te bereiken. Onderweg komt die zo ook in gezonde weefsels terecht. Eén daarvan is ons gehoororgaan.
Vooral het binnenoor is gevoelig voor die bijwerkingen. Daar bevindt zich het slakkenhuis, een klein opgerold orgaan dat geluidstrillingen omzet in elektrische signalen voor de hersenen. Dankzij een fijn afgestemd systeem van trilhaartjes en gespecialiseerde cellen kunnen we geluiden in verschillende toonhoogtes waarnemen.
Wat er in het binnenoor gebeurt, hangt af van het type chemotherapie. Sommige behandelingen zijn schadelijker dan andere. Cisplatine veroorzaakt bijvoorbeeld vaker gehoorschade dan carboplatine.
Vooral de trilhaartjes in het slakkenhuis zijn kwetsbaar. Door blootstelling aan chemotherapie kunnen ze schade oplopen en afsterven. Omdat deze cellen zich niet herstellen, is de schade blijvend, meestal aan beide oren, en neemt ze toe bij een langere behandeling. Daarnaast kan ook de verbinding tussen de trilhaartjes en de zenuwvezels beschadigd raken, waardoor geluidssignalen minder goed naar de hersenen worden doorgegeven.
Patiënten merken de schade niet altijd onmiddellijk op. Ze start meestal in de zeer hoge tonen, en die komen we minder vaak tegen in het dagelijkse leven. Pas bij een hogere dosis of na een langere behandeling breidt de schade zich uit naar de middenfrequenties. Na schade aan deze frequenties hoor je medeklinkers zoals s, f en t minder goed. Daardoor kan je woorden moeilijker onderscheiden en stijgt de kans dat je woorden niet goed verstaat. Vanaf dat moment wordt de impact op de communicatie en het dagelijkse leven duidelijker.
Naast gehoorverlies klagen patiënten ook vaak over tinnitus, of oorsuizen. Omdat het gehoororgaan en het evenwichtsorgaan nauw met elkaar verbonden zijn, kan chemotherapie soms ook het evenwicht verstoren.
Overal anders
Vandaag bestaan er helaas nog geen behandelingen die gehoorschade door chemo kunnen voorkomen of herstellen. Daarom is het belangrijk om het gehoor tijdig en correct te monitoren tijdens en na de chemotherapie. Door veranderingen vroeg op te sporen, kunnen artsen en audiologen sneller ingrijpen en patiënten beter begeleiden.
Die begeleiding kan verschillende vormen aannemen. Sommige patiënten hebben baat bij hoortoestellen om gesprekken beter te verstaan. Anderen gebruiken hoorhulpmiddelen, apparatuur die gesprekken in moeilijke luisteromstandigheden ondersteunt. Ook counseling kan helpen, bijvoorbeeld om patiënten en hun omgeving inzicht te geven in de gevolgen van gehoorverlies en hoe ze ermee kunnen omgaan. Daarnaast kan een revalidatietraject patiënten leren hoe ze communicatie – of evenwichtsproblemen in het dagelijkse leven beter kunnen opvangen.
Er ontbreekt nog altijd een internationale checklist die duidelijk aangeeft welke testen op welk moment moeten worden afgenomen
Een eerste stap in ons onderzoek was nagaan hoe ziekenhuizen vandaag deze ototoxische schade opvolgen. We bekeken of patiënten systematisch worden getest, op welke momenten die testen plaatsvinden en welke onderzoeken daarvoor worden gebruikt. Daaruit bleek dat niet elk ziekenhuis zijn patiënten consequent opvolgt, hoewel internationale organisaties al langer benadrukken hoe belangrijk die monitoring is.
Toen we vervolgens keken naar de testen die in de praktijk worden gebruikt, zagen we nog een tweede probleem. De klassieke gehoortest onder de koptelefoon brengt vooral schade aan de trilhaartjes in kaart. Maar mogelijke schade aan de verbinding tussen het trilhaartjes en de zenuwvezels blijft vaak buiten beeld.
Daarnaast ontbreekt er nog altijd een breed gedragen internationale checklist die duidelijk aangeeft welke testen op welk moment moeten worden afgenomen. Daardoor verschilt de opvolging nog sterk van ziekenhuis tot ziekenhuis. Bovendien richt veel onderzoek zich vooral op kinderen, terwijl er over monitoring bij volwassenen nog minder informatie beschikbaar is. Daardoor weten we vandaag nog niet altijd goed hoe we volwassen patiënten het best kunnen opvolgen.
Nulmeting
Een belangrijk onderdeel van een goede opvolging is een nulmeting vóór de start van de chemotherapie. Deze eerste gehoortest dient als referentiepunt en maakt het mogelijk om later concreet na te gaan of en in welke mate het gehoor veranderd is tijdens de behandeling. Bij kinderen is dat meestal vrij eenvoudig. Als er geen eerdere gehoorproblemen zijn, gaan we ervan uit dat hun gehoor normaal is bij de start van de therapie. Veranderingen die later optreden, kunnen we dan makkelijker in verband brengen met de chemotherapie.
Bij volwassenen ligt dat anders. Hun gehoor is vaak al beïnvloed door andere factoren. Denk aan werken in een lawaaierige omgeving, zoals een fabriek, of regelmatig uitgaan met luide muziek. Ook het ouder worden zelf speelt een rol. Bovendien lijkt gehoorschade door chemotherapie op een gehoortest vaak sterk op gewone leeftijdsgebonden achteruitgang. Daardoor is het moeilijker om veranderingen correct te interpreteren, terwijl zelfs een kleine extra achteruitgang een grote impact kan hebben op het dagelijkse functioneren. Net daarom is een nulmeting bij volwassenen zo belangrijk: ze helpt om veranderingen beter te begrijpen en om een duidelijker verband te leggen met de chemotherapie.
Omdat het effect van de bijwerkingen met de tijd kan stijgen, blijft verdere opvolging nodig. Om de belasting voor patiënten zo laag mogelijk te houden, stellen we in ons onderzoek een controle voor rond drie maanden na de start van de therapie en opnieuw na één jaar. Die tijdstippen vallen vaak samen met andere standaardcontroles bij de oncoloog of met medische beeldvorming. Zo beperken we extra ziekenhuisbezoeken en blijft de opvolging haalbaar.
Wanneer patiënten tijdens de behandeling zelf veranderingen in hun gehoor opmerken, is een bijkomende controle vóór de volgende chemokuur sterk aangewezen. Na het eerste jaar wordt de verdere opvolging afgestemd op de klachten, noden en de individuele patiënt.
Gehoorschade zal je zeker terugvinden op de bijsluiter van een chemobehandeling. Maar net omdat we vandaag beter begrijpen hoe en wanneer die schade ontstaat, kunnen we ze ook gerichter opvolgen en patiënten beter begeleiden tijdens hun traject.