Medicijnen testen op kinderen: taboe maar nodig

Kinderen krijgen geneesmiddelen die enkel op volwassenen zijn getest. Ze riskeren daardoor bijwerkingen of een minder effectieve behandeling. Wetenschappers pleiten voor gericht medicijnonderzoek. ‘Niet met kinderen experimenteren, maakt van de behandeling het experiment.’

Kleine gestreepte mutsjes priemen van onder de dekentjes. Verpleegsters spreken met gedempte stem. Piepjes van hartslag- en ademhalingsmonitors overheersen. Sporadisch weerklinkt zacht gehuil uit een van de couveuses. Hier, op de afdeling Neonatologie, liggen enkele van de meest kwetsbare patiënten in het Gentse Universitaire Ziekenhuis. Sommige baby’tjes herstellen van een hart- of buikoperatie. Andere zijn te vroeg geboren of hebben moeite met ademen. Ze hebben een ding gemeen: vrijwel allemaal krijgen ze geneesmiddelen die onvoldoende bij kinderen bestudeerd zijn.

Pieter De Cock leidt mij rond. Als apotheker adviseert hij artsen in het ziekenhuis over de dosering van geneesmiddelen. ‘Als het om kinderen gaat, is dat advies vaak op erg weinig wetenschappelijk onderzoek gebaseerd’, zegt De Cock. Daarin willen wetenschappers verandering brengen. De Cock is een van de onderzoekers die beter proberen te begrijpen wat er met geneesmiddelen in het lichaam van een kind gebeurt. Dat doen ze in het kader van het interuniversitaire SafePedrug-project. Het doel: betere kindergeneeskunde.

(lees verder onder de afbeelding. Zie je geen afbeelding of tekst? Dan liep er iets fout. Stuur een mail naar kim.verhaeghe@cascade.be)