Meer hartproblemen bij astma en COPD

13 februari 2014 door Eos-redactie

Patiënten met astma en COPD lopen een verhoogd risico op hartritmestoornissen, een versnelde hartslag en een hartstilstand, blijkt uit Nederlands onderzoek.

Patiënten met astma en COPD lopen een verhoogd risico op hartritmestoornissen, een versnelde hartslag en een hartstilstand, blijkt uit Nederlands onderzoek.

Uit een studie aan de Universiteit Utrecht blijkt dat medicijngebruik mogelijk een rol speelt bij het hogere risico op hartproblemen bij patiënten met astma en COPD - chronisch obstructieve longziekten zoals chronische bronchitis en longemfyseem. Volwassen astmapatiënten die inhalatiemedicatie gebruiken, hebben bijvoorbeeld vaker een hartslag van meer dan 100 slagen per minuut dan gezonde mensen. Ook patiënten met COPD die deze medicatie gebruiken, hebben gemiddeld een hogere hartslag dan patiënten zonder deze aandoening, wat vooral bij oudere patiënten een risicofactor is voor overlijden. Bovendien is voor astma- en COPD-patiënten die inhalatiemedicatie gebruiken het risico op een hartstilstand 40 procent hoger en hebben zij een lagere kans om dat te overleven.

Het risico op hartritmestoornissen kan volgens de onderzoekers mogelijk verlaagd worden door de patiënten aan te moedigen te stoppen met roken. Maar ook de informatievoorziening verbeteren in de bijsluiter kan bijdragen aan een zorgvuldiger behandeling - in het bijzonder in de Summary of Product Characteristics, een uitgebreide bijsluiter voor artsen en apothekers waarin alle belangrijke informatie over een geneesmiddel staat. Soms is de informatie over het risico dat het geneesmiddel een hartritmestoornis veroorzaakt in de SPC dubbelzinnig. Soms verschilt de informatie aanzienlijk tussen de SPC’s van verschillende middelen en soms bestaan er zelfs grote verschillen tussen Amerikaanse en Europese SPC’s van eenzelfde geneesmiddel.

Voorts ontdekten de onderzoekers dat huisartsen niet altijd de aanbevelingen in de SPC opvolgen om eerst een hartfilmpje te maken voor ze een geneesmiddel voorschrijven dat als bijwerking hartritmestoornissen kan veroorzaken.

Niet nodeloos verontrusten

Prof. Guy Brusselle van het UZ Gent relativeert de resultaten en vindt dat patiënten met astma en COPD niet nodeloos ontgerust moeten zijn. ‘Ten eerste moet er een onderscheid gemaakt worden tussen astma- en COPD-patiënten. Astma-patiënten zijn vaak jonge mensen, zonder geassocieerde hart- en vaatziekten, en hebben dus een zeer laag risico op hartritmestoornissen en hartstilstand. COPD-patiënten daarentegen zijn oudere patiënten (vaak ouder dan 50-60 jaar) die veel gerookt hebben en dus ook frequent hart- en vaatziekten hebben.’

Er moet volgens Brusselle ook onderscheid gemaakt worden tussen onderhoudsmedicatie en noodmedicatie. ‘De onderhoudsmedicatie bij astma - inhalatiecorticosteroïden - is heel veilig, en veroorzaakt geen cardiale bijwerkingen. De noodmedicaties bij astma - snelwerkende luchtwegverwijders - kunnen wel de hartslag versnellen, en als ze te frequent en te veel gebruikt worden, kunnen ze aanleiding geven tot hartritmestoornissen (samen met het zuurstoftekort tijdens een astma-aanval). Daarom is het belangrijk dat astmapatiënten hun onderhoudsmedicatie trouw dagelijks gebruiken, en op die manier de snelwerkende luchtwegverwijder - als noodmedicatie - zo weinig mogelijk nodig hebben.’

Dezelfde redenering geldt ook voor COPD: onderhoudsmedicaties - langwerkende luchtwegverwijders - zijn meestal geen probleem; de noodmedicaties kunnen ook bij COPD patiënten de hartslag verhogen en dus hartritmestoornissen veroorzaken, vooral als ze veelvuldig gebruikt worden op korte tijd, aldus Brusselle. (ev)