Reizen naar je roots

Bedrijven bieden tests aan die je vertellen waar je voorouders leefden. Wetenschappers noemen de resultaten ‘genetische astrologie’.

Stam je af van de Vikingen? Stroomt er Amerikaans of Aziatisch bloed door je aderen? Een buisje speeksel opsturen volstaat om dat te weten te komen. Verschillende bedrijven bieden genetische afstammingstests aan. En de Deense reiszoekmachine Momondo lanceerde onlangs de wedstrijd The DNA journey. Deelnemers kunnen reizen winnen naar de ‘landen waar ze vandaan komen’.

Maarten Larmuseau van het Laboratorium voor Forensische Genetica en Moleuculaire Archeologie aan de KU Leuven noemt veel van dit soort tests genetische astrologie. ‘Het is mogelijk om op basis van genetische verschillen tussen mensen te achterhalen waar iemand vandaan komt. Dat is wat we in de forensische genetica doen om de herkomst van een slachtoffer of dader te bepalen. Dat kan alleen op grote geografische schaal, bijvoorbeeld West-Europa. Hoe kleiner de regio’s, hoe onbetrouwbaarder.’

Vage grenzen

Menselijke genomen verschillen gemiddeld 0,1 procent van elkaar. Op sommige plaatsen verschilt de volgorde van de nucleotiden waaruit ons DNA is opgebouwd, zogenoemde enkel-nucleotide polymorfismen (ENP). In die variatie zit een geografisch patroon. Daar zijn logische verklaringen voor. Zelfs in tijden van online dating en goedkoop vliegen, planten we ons nog vooral voort met mensen uit onze omgeving. Hoe dichter twee groepen mensen bij elkaar wonen, hoe meer ze doorgaans genetisch op elkaar lijken.

Daarnaast zien we in ons genoom nog de ‘echo’ van de trektocht die onze voorouders vanuit Afrika ondernamen. Hoe verder van Afrika, hoe minder divers genomen worden. Tot slot leefden sommige groepen mensen lange tijd zo geïsoleerd door geografische barrières of culturele gebruiken dat hun genoom typische verschillen vertoont.

‘De verschillen in ons genoom vertonen een langzame gradiënt’, zegt Larmuseau. ‘Het is moeilijk om daar grenzen in te trekken en duidelijke populaties af te bakenen.’ En dat is net wat genetische afstammingstests proberen.

De terugkeer van 'ras'

Bedrijven die de tests aanbieden, kijken naar een aantal van de ENP’s in je DNA, die ze als genetische merkers voor je afkomst gebruiken. Die vergelijken ze met het DNA van groepen mensen van wie is geweten dat ze al meerdere generaties in een gebied wonen, referentiepopulaties. ‘Vertonen die merkers bijvoorbeeld 26 procent overeenkomst met het profiel van mensen in Scandinavië, dan ben je 26 procent Scandinavisch’, zegt Brad Argent van het Britse AncestryDNA, dat meewerkt aan The DNA Journey. ‘Daar zit wel een foutenmarge op. Het blijft een schatting, maar wel een goede.’

Welke referentiepopulaties bedrijven gebruiken en naar welke merkers ze kijken, verschilt sterk. AncestryDNA vergelijkt je op basis van meer dan 720.000 merkers met 26 etnische groepen. Het Amerikaanse 23andMe werkt met 31 referentiepopulaties. AncestrybyDNA deelt je op basis van 144 merkers in vier groepen in. 

Waarom precies die groepen, vraagt geneticus Mark Jobling (University of Leicester) zich af. Hij schreef onlangs in het vakblad Ethnical and Racial Studies een kritisch artikel over de tests, die volgens hem het achterhaalde concept ‘ras’ als biologisch fenomeen nieuw leven dreigen in te blazen. ‘De referentiepopulaties zijn geen biologisch gegeven, maar een menselijke constructie.’

Niet voor West-Europeanen

Larmuseau raadt mensen af om zo’n test te doen als daar geen echte reden voor is, omdat ze zelden veel nieuws opleveren. Volgens een promofilmpje voor The DNA-journey krijgt 80 procent van de deelnemers een resultaat dat ze niet verwachten en blijkt dat de meeste mensen voorouders uit vier tot zes regio’s hebben.

Larmuseau betwijfelt dat. ‘Zo’n test kan interessant zijn voor bijvoorbeeld Afro-Amerikanen of adoptiekinderen met ongekende afkomst, maar de meeste mensen kunnen het resultaat wel raden. Een wetenschappelijk verantwoord resultaat voor mijzelf is bijvoorbeeld ’98 procent West-Europees en 2 procent onbepaald. Logisch, aangezien mijn familie uit de regio Roeselare-Menen komt. Mijn vriendin is 49 procent West-Europees en 49 procent Zuid-Europees. Ook logisch, want haar moeder is een Limburgse en haar vader van Italiaanse afkomst. Voor de meeste West-Europeanen is de uitkomst weinig verrassend.’