Testosteron als toetssteen in de sport

De Nieuw-Zeelandse gewichthefster Laurel Hubbard wordt de eerste transatlete op de Olympische Spelen. Haar testosterongehaltes liggen onder het maximaal toegelaten niveau. De toelating is controversieel, want hoe bepaal je wie telt als ‘echte vrouw’?

De deelname van Hubbard verdeelt de sport in twee kampen, en beide partijen gebruiken discriminatie als argument. De voorstanders vinden dat niemand gediscrimineerd mag worden op grond van geslacht of genderidentiteit. Ook transvrouwen moeten daarom kunnen deelnemen aan sportcompetities voor vrouwen. De tegenstanders vinden het dan weer oneerlijk voor de andere atletes omdat Hubbard een fysiek voordeel zou hebben. Een compromis lijkt dus onmogelijk, en ook de wetenschap kan voorlopig geen uitweg bieden. Het is bijvoorbeeld nog zeer onzeker of transgender atleten al dan niet een concurrentievoordeel hebben, en of je dat voordeel kan meten aan de hand van het testosterongehalte.

Het is niet de eerste keer dat een opdeling op basis van testosteron voor controverse zorgt. In het verleden werden vrouwelijke topsporters al gediskwalificeerd op basis van hun natuurlijke testosteronspiegel. In 2014 werd de beloftevolle Indiase sprintster Dutee Chand geweerd uit alle vrouwenwedstrijden. De reden was dat haar lichaamseigen testosteron atypisch hoog lag. Voor alle duidelijkheid: er is geen enkel bewijs dat Chand ooit verboden middelen nam om haar hormoonspiegel te manipuleren. Maar volgens Atletiekfederatie van India (AFI) gaf die hogere testosteronconcentratie haar een fysieke voorsprong op haar concurrentes.

Chand vocht de beslissing aan. Haar hyperandrogenisme, een verhoogde concentratie van mannelijke hormonen, maakte haar als sprinter niet meer mannelijk dan vrouwelijk, vond ze. Het internationaal sporttribunaal CAS trad haar daarin bij. In 2015 oordeelde het dat World Athletics, dat de regels voorschrijft voor internationale atletiekmeetings, onvoldoende wetenschappelijk bewijs had voorgelegd om een uitsluiting te rechtvaardigen. Chand mocht terug de baan op.

De Indiase Dutee Chand (rechts) werd een tijd uitgesloten van deelname aan de vrouwen-competitie.

Intussen zegt de wereldatletiekbond die wetenschappelijke bewijzen wél te hebben, en worden vrouwen met hoge testosteronwaarden geweerd van deelname aan alle afstanden tussen de 400 en 1.500 meter. In 2019 aanvaardde het CAS die argumentatie, en het Zwitsers Hooggerechtshof bevestigde de uitspraak in september 2020. Wie wil lopen heeft voortaan dus twee keuzes: hormoonremmers gebruiken om de testosteronwaarden omlaag te halen, of meedoen bij de mannen.

Chand heeft dit keer niets te vrezen: als sprinter loopt ze kortere afstanden. Maar Mokgadi Caster Semenya’s atletiekdromen worden wel gefnuikt. De Zuid-Afrikaanse won in 2016 Olympisch goud op de 800 meter en is een heldin in haar thuisland. Liever dan medisch onnodige behandelingen te ondergaan om haar testosteronspiegel te doen zakken, besliste Semenya om op de Spelen in Tokio alleen deel te nemen aan de 200 meter, waarop haar testosteron niet ter discussie staat.

De controversiële beleidsbeslis­sing van de wereldatletiekbond heeft het publieke debat aangezwengeld over eerlijke competitie en discriminatie in de sportwereld. In de loop van de moderne Olympische geschiedenis zijn de regels over wie telt als ‘echte vrouw’ wel vaker verschoven. Atleten diskwalificeren op basis van hun natuurlijke testosteronspiegel is een van de laatste wettelijke vormen van discriminatie in de sport.

Waar ligt de grens tussen man en vrouw?

In de Special Sportwetenschap van Eos Wetenschap gaat neurowetenschapper Grace Huckins (Stanford University) dieper in op deze problematiek. Huckins onderzoekt hoe sociale categorieën als ‘vrouw’ en ‘man’ worden omlijnd. Wetenschappers proberen al een eeuwigheid de biologische basis van sekse en gender te doorgronden, maar welke theorie ze ook aanvoeren, de natuur kleurt nooit helemaal binnen de lijntjes.