Deze plant trekt bestuivers aan door de geur van gewonde mieren na te bootsen

De plant, die oorspronkelijk in Japan voorkomt, trekt bestuivende vliegen aan door de geur te imiteren van mieren die worden aangevallen. Deze vorm van geurnabootsing is nog nooit eerder gezien.

Beeld: Vincetoxicum nakaianum. Credit: Mochizuki 2025

Om zich voort te planten, lokken veel bloemplanten hun bestuivers met kleur, geur en de belofte van nectar. Er bestaat ook een andere, veel zeldzamere strategie: misleiding, waarbij de bestuivers niets krijgen. Het bekendste voorbeeld zijn aronskelken, die met hun walgelijke geur en bruine kleur lijken op rottend vlees om vliegen te misleiden. Een ander type nabootsing vinden we bij sommige orchideeën. Die produceren niet alleen feromonen, maar bootsen ook het uiterlijk en de textuur van vrouwelijke bijen na. Jonge, onervaren mannetjes proberen ermee te paren en worden zo ongewild bestuivers.

Ko Mochizuki, botanicus aan de Universiteit van Tokio en gespecialiseerd in bestuiving door dieren, ontdekte nu een nieuwe strategie. De engbloem Vincetoxicum nakaianum, uit de maagdenpalmfamilie (Apocynaceae), bootst het chemische signaal na dat mieren van de soort Formica japonica uitstoten wanneer ze door spinnen worden aangevallen. De plant werd in 2024 in Japan beschreven door Mochizuki en zijn collega’s. Die geur trekt halmvliegen aan, soorten die zich voeden met gewonde insecten. Terwijl ze op de vermeende prooi afkomen, bestuiven ze de bloem. Volgens de onderzoeker gaat het om het eerste bekende geval van een plant die de geur van aangevallen mieren imiteert.

Stuifmeel

Ko Mochizuki werkte aan een ander onderzoeksproject in de botanische tuin van Tokyo toen hij toevallig opmerkte dat vliegen zich rond de bloemen van V. nakaianum verzamelden. Omdat hij de insecten meteen herkende als halmvliegen, vroeg hij zich af welk signaal hen aantrok. Na een duik in de wetenschappelijke literatuur en databanken over geurstoffen van insecten en planten, kwam hij uit bij de geur die mieren verspreiden wanneer ze door spinnen worden aangevallen. Op sociale media vond hij bovendien tal van amateur-natuuronderzoekers die inderdaad documenteerden hoe mieren door spinnen werden aangevallen en vervolgens halmvliegen aantrokken. Meer specifiek werden vier vliegensoorten waargenomen die op V. nakaianum landden en ze weer verlieten met stuifmeel.

De vliegen eten geen aas, maar voeden zich met lichaamsvloeistoffen van gewonde, nog levende, insecten

De botanicus toetste zijn hypothese door het chemische mengsel van de bloemen, een cocktail van vijf vluchtige stoffen, te vergelijken met de feromonen die mieren afscheiden wanneer ze in een potje worden aangevallen door een springspin. De geïdentificeerde stoffen kwamen grotendeels overeen. Hoewel mieren vaak met planten interageren, bijvoorbeeld door zaden te verspreiden of door planten te verdedigen tegen belagers in ruil voor nectar, was tot nu toe geen enkel geval geurnabootsing bekend.

Door het mengsel synthetisch na te maken en in een labyrint de aantrekkingskracht van de afzonderlijke stoffen te testen, stelde Mochizuki vast dat twee vluchtige verbindingen cruciaal zijn: decylacetaat en methylsalicylaat. Op zichzelf bleken ze echter niet aantrekkelijk voor de vliegen. Daarnaast merkte hij dat de vliegen niet afkwamen op geplette mieren, maar wel op gewonde exemplaren. Het gaat dus niet om aaseters, maar om soorten die zich voeden met lichaamsvloeistoffen van gewonde, nog levende, insecten. Volgens de botanicus staat deze vorm van mier-nabootsing waarschijnlijk niet op zichzelf. In de toekomst wil hij daarom ook andere soorten Vincetoxicum en niet-verwante plantensoorten onderzoeken.

Dit artikel verscheen eerder in Pour la Science. Vertaling: Robin Hanssens.

Links: Halmvlieg bestuift Vincetoxicum nakaianum. Rechts: Spin jaagt op mier. Credit: Mochizuki