Terug actueel

Leven met de wolf

Als mens hebben we weinig redenen om bang te zijn voor de grote boze wolf. Maar voor ons vee en onze huisdieren vormen wolven wel degelijk een probleem. Eos ging na hoe we de vrede met de teruggekeerde rover kunnen bewaren.

Dit artikel dateert van september 2019, maar is terug actueel omdat wolvin Noëlla onlangs bevallen is van een nog onbekend aantal welpjes.

Ergens in Canada tuurt een vrouw door haar verrekijker. Een wolf verschijnt aan de bosrand, amper een vijftiental meter verder. Plat op haar buik in het hoge gras wacht ze de toenadering af. De eerste wolf, het alfavrouwtje, nadert voorzichtig. Ze besnuffelt haar en krabt aan de grond om haar geursporen na te laten. De rest van de roedel volgt haar voorbeeld. Eén wolf ruikt aan haar gezicht.

Na die eerste kennismaking laat de familie de vrouw met rust. Eén van de ouders gaat vijf meter verder in het gras liggen, terwijl de pups heen en weer rennen en spelend in elkaars vacht en oren bijten. Wanneer het begint te schemeren, pakt de vrouw haar boeltje en vertrekt ze. Op de achtergrond huilen de zes wolven.

Toegegeven, dit is niet het beste voorbeeld van wat je als wandelaar doet bij een ontmoeting met de wolf (zie kaderstuk). Maar het filmfragment van wolfkenner Gudrun Pflüger spreekt in elk geval wel tot de verbeelding. Het is een droom voor wolvenliefhebbers, en een nachtmerrie voor de rest van de wereld.

Wat doe je als je oog in oog komt te staan met een wolf?
  • Blijf rustig. De kans dat hij aanvalt is zo goed als onbestaand.
  • Neem langzaam afstand, loop hem niet achterna en voer hem niet.
  • Als hij te dichtbij komt, probeer hem weg te jagen door luid te spreken en te gesticuleren.
  • Houd je hond aangelijnd.
  • Meld je waarneming op waarnemingen.be, via welkomwolf.be of aan de overheid via wolf@inbo.be.
  • Geniet van deze uitzonderlijke gebeurtenis.

Maar het filmfragment van wolfkenner Gudrun Pflüger spreekt in elk geval wel tot de verbeelding. Het is een droom voor wolvenliefhebbers, en een nachtmerrie voor de rest van de wereld.

Hoe rijmt dat aandoenlijke filmpje met het beruchte beeld van de wolf als jager? In België deden wolven hun vervaarlijke imago recht aan door dode schapen achter te laten. In 2018 waren dat er tien. Bevestigt dat iets wat we als kind al leerden uit de sprookjes, namelijk dat wolven gevaarlijk zijn?

Diemer Vercayie, zoogdierspecialist bij Natuurpunt, biedt een geruststellend antwoord. Als het op jagen aankomt, zijn de dieren volgens hem liever lui dan moe. ‘De wolf kiest steevast de gemakkelijkste prooien uit. In West-Europa zijn dat vooral reeën, in het zuiden van Europa everzwijnen.’

‘Wolven vormen inderdaad een gevaar voor schapen, maar die kunnen we eenvoudig beschermen. Uit de praktijk blijkt een elektrische omheining van 120 centimeter hoog genoeg. Een elektrische draad aan de buitenkant, twintig centimeter boven de grond, voorkomt dat de wolf eronderdoor graaft.’

Bovendien telt Vlaanderen genoeg wilde prooien. Reeën en everzwijnen doen het de laatste jaren erg goed bij ons, vertelt Vercayie. ‘Het is zelfs zo dat de jagers de everzwijnenpopulatie niet kunnen indijken.’

Wolfbestendig maken

Om de wolven toch vooral geen kans te geven bij schapen, richtte Natuurpunt, samen met haar Waalse pendant Natagora en het WWF België, het Wolf Fencing-team op. Vrijwilligers helpen veehouders om hun omheining ‘wolf-proof’ te maken.

‘Sinds april 2019 betaalt de overheid 80 procent van de kosten voor een wolfbestendige omheining terug’, zegt Vercayie. ‘Dat verlaagt de kosten voor de boeren, maar die moeten er dan nog steeds zelf tijd en energie in investeren. Het fencing-team wil de boeren daarbij tegemoetkomen.’ Veel boeren daagden op bij de infosessies voor veehouders in wolvengebieden, maar aanvragen voor subsidies of voor hulp van de vrijwilligers bleven grotendeels uit.’

Sommige boeren stellen zich weerspannig op. ‘Zij hebben het gevoel dat hen onrecht is aangedaan’, zegt Jan Gouwy van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). ‘Er bestaat een hardnekkige mythe dat de autoriteiten de wolven in België moedwillig hebben uitgezet. ‘Als de maatschappij wil dat er wolven zijn, dan moet zij daar zelf maar voor opdraaien. Wij hebben hier niet om gevraagd’, hoor ik weleens.’

Zoveel is duidelijk: de wolven zijn hier op eigen houtje komen aanlopen. ‘DNA-onderzoek en de gegevens van Naya’s gezenderde halsband (de wolvin die inmiddels niet meer in leven is, red.) tonen dat aan’, zegt Gouwy. ‘Er is maar één ding dat we voor de wolven hebben gedaan: we zijn gestopt met ze te verdelgen.’

Specialiteit: huisdieren opeten

Het fencing-team heeft haast bij haar werk. ‘De wolf moet op tijd leren dat schapen hem een stroomstoot opleveren. Lukt dat niet, dan kan hij zich specialiseren in de schapenjacht’, legt Vercayie uit.

‘Net als veel andere roofdieren keert de wolf terug naar waar hij een makkelijke maaltijd vindt. Is de wei waar hij eerder een schaap ving intussen wel goed beschermd, dan zoekt hij simpelweg naar een andere schapenhouderij. Hij weet inmiddels ongeveer hoe die eruit ziet. Wolven die zich echt op schapen toeleggen, zijn soms voldoende gemotiveerd om extra moeite te doen en over de omheining te springen.’

Zulke wolven duidt Vercayie aan als de zogenoemde ‘probleemwolven’: individuele gevallen die geen typisch wolvengedrag vertonen, en die ondervinden dat hun afwijkende tactiek prima werkt. De verhalen met probleemgevallen eindigen niet met ‘nog lang en gelukkig’.

Het is uiterst belangrijk dat de wolf niet leert dat er bij mensen een lekker hapje te rapen valt

‘Voor die uitzonderlijke en individuele gevallen bestaan er maatregelen. Hoewel de wolf beschermd is in Europa, kan hij in uitzonderlijke situaties wel doodgeschoten worden. Die uitweg is er enkel als alle preventiemaatregelen uitgeput zijn.’

Dat geldt ook voor kruisingen tussen een wolf en een hond. ‘Die zijn veel minder mensenschuw en veroorzaken daardoor makkelijker problemen. In Duitsland was er zo’n exemplaar. Zijn specialiteit was inbreken in de tuinen om er huisdierkonijntjes op te eten. Dat dier hebben ze gedood.’ Het is uiterst belangrijk dat de wolf niet leert dat er bij mensen een lekker hapje te rapen valt.

'Kruisingen tussen een wolf en een hond zijn veel minder mensenschuw en veroorzaken daardoor makkelijker problemen'

Kleuters in het bos

Wolven zijn gevaarlijk voor schapen. Maar hoe zit het met onze eigen veiligheid? Lusten wolven van tijd tot tijd een hapje mensenvlees? Een rapport van het Noorse Instituut voor Natuuronderzoek vat de wolvenaanvallen van de afgelopen eeuwen samen. Daaruit blijkt dat aanvallen op mensen zich niet beperkten tot binnen de grenzen van het sprookjesbos.

De onderzoekers telden 3.022 gedocumenteerde aanvallen in Europa, tussen 1700 en 2000. Daar rekenden ze ook niet-dodelijke confrontaties bij. 90 procent daarvan vond plaats voor het jaar 1900 en in bijna de helft van de gevallen ging het om wolven met rabiës. ‘Dieren met hondsdolheid verkeren in een razernij. Ze kennen geen angst en vallen alles en iedereen aan. Dat geldt net zo goed voor honden als voor wolven. De ziekte is dodelijk voor mens en dier’, zegt Vercayie.

In 2001 is België vrij verklaard van rabiës. ‘Onze wolven hebben daar geen last van. In Oost-Europa bestaat er wel een risico, al geldt dat evengoed voor wilde honden.’

Aanvallen door wolven zijn extreem zeldzaam en staan niet in verhouding met aanvallen door huisdieren of sommige andere wilde dieren

Hondsdolheid was verantwoordelijk voor veel, maar niet alle aanvallen in het Noorse rapport. ‘Er zijn gevallen van predatie bekend, vooral op kleine kinderen’, bevestigt Gouwy. ‘Vroeger moesten kinderen vaak op hun eentje het vee hoeden. Daarnaast aten wolven ook weleens de lijken op na een veldslag.’

Zulke omstandigheden komen vandaag niet meer voor. Niemand stuurt nog zijn kleuter ’s nachts het bos in. ‘Aanvallen door wolven zijn extreem zeldzaam en staan niet in verhouding met aanvallen door huisdieren of sommige andere wilde dieren, zoals everzwijnen. Die spreken natuurlijk minder tot de verbeelding dan de wolven uit de sprookjes.’

Mensen behoren niet tot de normale prooidieren van de wolf, bevestigen de auteurs van de eerder genoemde studie. Zij schrijven dat tijdens de periodes waarin wolven veel mensen vingen, een samenloop van omstandigheden daartoe leidde.

Door het verdwijnen van de bossen, veel begrazing door vee en jaren van ongereguleerde jacht, schoten er op den duur nog maar weinig wilde prooidieren over. Vee en huishoudelijk afval vormden dan de voornaamste voedselvoorzieningen van de wolf.

De wolf ziet honden niet als prooidieren, maar net als concurrentie

De enige die tussen de wolf en de schapen in stond, was de herder – meestal een kind. Daarnaast was de kans om een mens tegen te komen veel groter voor de wolf, omdat hij gedwongen was zijn voedsel in de buurt van mensen te zoeken.

Wij mogen gerust ademhalen, maar honden passen wel beter op voor wolven. De wolf ziet hen niet als prooidieren, maar net als concurrentie. Ze verdedigen hun territorium tegen honden zoals tegen andere wolven. Vercayie: ‘In landen waar men vaak jaagt met honden is dat een probleem. Komt zo’n jachthond een wolf tegen en toont die daar niet het gepaste respect voor, dan kan hij dat met ernstige bijtwonden of zijn leven bekopen.’

‘In België komen zulke confrontaties niet vaak voor. Hier gaat het vooral over loslopende honden in natuurgebieden. Op die schaarse plekken hebben ook de andere soorten rust nodig, dus horen honden sowieso aan de lijn.’

Afschieten is zinloos

De jacht met honden leidt onder andere in Zweden tot conflicten tussen mens en wolf. Ook in andere Europese landen verloopt het samenleven met de wolf niet vlekkeloos. In Frankrijk is de wolf al sinds de jaren 1990 terug van uitgeroeid, en de gemoederen zijn er nog niet bedaard.

‘Het conflict tussen veehouders en natuurbeschermers is er sterk geëscaleerd. Er wordt niet meer sereen gecommuniceerd’, zegt Vercayie. ‘In Frankrijk is er dan ook veel schapenteelt, waarbij boeren kuddes van duizenden dieren zonder herder de alpenweides insturen. Voor wolven is dat een feestmaal. Een effectieve en vaak gebruikte oplossing daarvoor is waakhonden meesturen.’

In Duitsland, waar de wolf terugkeerde in 2000, gaat het vrij goed. Uit onderzoek blijkt dat het dieet van de Duitse wolven slechts voor 0,6 procent uit vee bestaat. Toch zijn de regels voor het afschieten van wolven versoepeld. Vroeger moest een dier een bedreiging vormen voor de mens voordat het toegestaan was het te doden. Nu is afschieten gerechtvaardigd zodra een kudde diverse keren is aangevallen.

‘Een aantal leden van de roedel afschieten verstoort de sociale orde, wat het risico op aanvallen net kan vergroten’

In Frankrijk is er zelfs een quotum: jagers mochten er in 2019 53 dieren afschieten. Voor het verwijderen van een enkele probleemwolf valt een geldig argument te maken. Alleen is er geen bewijs dat een quotum werkt om die afzonderlijke exemplaren te stoppen.

Ook in de nieuwe Duitse wet is het niet verplicht dat jagers de schuldige wolf identificeren. Dat heeft het perverse effect dat het schieten bijna willekeurig wordt en de probleemwolf nadien misschien nog steeds rondloopt.

‘Onderzoekers hebben aangetoond dat de jacht op wolven niet helpt om schade te voorkomen’, zegt Vercayie. ‘Dat komt door hun levenswijze. Een roedel van maximaal tien wolven verdedigt een territorium van gemiddeld vierhonderd vierkante kilometer. Op die oppervlakte vind je nooit méér wolven dan dat. Of er aanvallen op schapen zijn, wordt dus bepaald door de aan- of afwezigheid van de wolven, niet door hun aantal in een gebied. Een aantal leden van de roedel afschieten kan het risico op schade net vergroten, omdat het de sociale orde verstoort.’

Anders denken

‘In alle landen waar de wolf terug is, zijn mensen bang. Die angst wordt hoofdzakelijk gedreven door de verbeelding’, zegt Max Rossberg. Hij is de voorzitter van de European Wilderness Society, een ngo die ijvert voor de bescherming van de Europese natuur.

‘We dichten de wolf allerlei eigenschappen toe die hij niet heeft. Wat het nog erger maakt, zijn de geruchten dat je vee niet tegen de wolf kan beschermen. ‘Bouw een hek en ze springen er toch over, schiet ze af en er komen er honderd voor in de plaats’, wordt er gezegd.’

Sommige boeren bekijken het positief. De European Wilderness Society en andere natuurorganisaties werken momenteel samen met coöperaties van bioboeren in Neder-Oostenrijk, Beieren (Duitsland) en Zuid-Tirol (Italië), die hun kuddes tegen wolven willen beschermen. De boeren zijn niet laaiend enthousiast over de terugkomst van de wolf, maar ze beseffen dat preventieve maatregelen vooral het belang van hun kudde dienen.

Andere positieve voorbeelden vinden we in Oost-Europa. ‘In Bulgarije, Roemenië en Zuid-Italië is de wolf nooit verdwenen. Als daar een boer een paar schapen verliest, haalt die zijn schouders eens op. Hij verliest er ook weleens eentje bij slecht weer. Bovendien beschermen herders en waakhonden de kudde’, aldus Rossberg.

‘Als een boer in Oost-Europa een paar schapen verliest, haalt die zijn schouders eens op’

Vergeleken met de West-Europese boeren hebben de Roemeense volgens Gouwy de omgekeerde reflex. ‘Een Roemeense veehouder is bijna beschaamd om toe te geven dat zijn schapen gepakt zijn door wolven. Voor hem voelt het aan alsof hij hen niet goed beschermd heeft. In Vlaanderen hebben we geen kuddes die rondtrekken in de bergen en is het veel eenvoudiger om het vee te beschermen. Het enige wat wij hier nodig hebben, is een omslag in het denken.’ 

Hoe samenleven met de wolf er in België zal uitzien en hoe hij de natuur beïnvloedt, is voorlopig nog een vraagteken. De wolf is een intelligent en flexibel dier, dat zich aan zijn leefomgeving aanpast. De situatie in Europa verschilt sterk van die in Noord-Amerika, waar de wolf over uitgestrekte natuurgebieden beschikt.

Volgens Gouwy kunnen we onszelf slechts in beperkte mate spiegelen aan buurlanden als Duitsland. ‘Daar is ook veel cultuurlandschap en weinig pure natuur, maar Vlaanderen is nog dichter bevolkt. Het is maar de vraag hoe dat het leven van de wolf beïnvloedt en hoe wij ons daaraan kunnen aanpassen.’

‘In algemene lijnen blijft de ecologie van de soort hetzelfde: wolven zijn sociale roofdieren die in roedels leven en een territorium verdedigen. Maar voor het flexibele aspect van het gedrag geldt: vergeet wat je weet over de wolven in het buitenland. Nu zitten ze hier.’

Wat kan de wolf voor ons doen?

‘Wolven verleggen rivieren’, is de titel van een spectaculair filmpje over de heringevoerde wolven in het Amerikaanse natuurgebied Yellowstone. Kort samengevat: bossen zouden er beter groeien doordat herten de door wolven bevolkte gebieden gingen mijden. De afwezigheid van herten trok bevers aan, die met hun dammen de rivierlopen verlegden.

Het succesverhaal bleek te mooi om waar te zijn. ‘Wolven hebben inderdaad allerlei effecten op de ecologie en het voedselweb, maar die worden vaak overdreven voorgesteld. Alsof het hele ecosysteem staat of valt met de wolf’, zegt Jan Gouwy van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO). ‘De wolf zorgt wel voor een ander gedrag bij zijn prooidieren. Ze worden alerter en gaan zich meer verplaatsen, waardoor er minder begrazing op één plek is.’

Of de wolven in België de overlast die de everzwijnen veroorzaken bij landbouwers zullen verlichten, valt niet te voorspellen. Er is wel ander goed nieuws. Onlangs vonden wetenschappers aanwijzingen dat de wolven in Spanje de verspreiding van rundertuberculose indijken. Die ziekte komt ook voor bij everzwijnen, die ze op hun beurt doorgeven aan vee. Toen de wolvenpopulatie in het studiegebied groeide, nam het aantal besmette everzwijnen af met 77 procent.

Volgens de onderzoekers kwam dat doordat de wolven er de makkelijkste prooien uitpikten: de zieke dieren en biggen. Die laatste zijn gevoeliger voor besmettingen dan de volwassen everzwijnen.

Eind jaren 1990 bleek ook dat de klassieke varkenspest in Slowakije veel minder voorkwam in gebieden met wolven. Volgens een Nederlandse studie uit 2017 beperken ook kleine roofdieren de verspreiding van ziektes. In gebieden waar meer vossen en steenmarters leven, zitten minder teken op de muizen. Mogelijk doen de muizen minder teken op doordat ze zich gedeisd houden. Dat verlaagt, ook voor de mens, het risico op een besmetting met de door teken overgedragen ziekte van Lyme.