Natuurreservaat Tsjernobyl

06 oktober 2015 door Eos-redactie

Na de kernramp in Tjsernobyl in 1986 werd een gebied van meer dan 4.000 km2 onbewoonbaar verklaard. Daar heeft de natuur van geprofiteerd, melden Britse wetenschappers.

Na de kernramp in Tsjernobyl in 1986 werd een gebied van meer dan 4.000 vierkante kilometer onbewoonbaar verklaard. Daar heeft de natuur van geprofiteerd, melden Britse wetenschappers in het vakblad Current Biology.

Het wildbestand rond Tsjernobyl lijkt zich ruimschoots te hebben hersteld. Dat terwijl eerdere studies nadelige effecten van de radioactieve straling op het wildbestand aan het licht brachten, en populaties achteruitgingen. Elanden, reeën, edelherten en wilde zwijnen doen het in de ontruimde zone even goed als in natuurreservaten in de buurt. Het aantal wolven rond de site ligt zelfs zeven keer hoger.

Uit tellingen vanuit een helikopter is gebleken dat het aantal elanden, edelherten en wilde zwijnen al in de eerste jaren na het ongeval opnieuw toenam. Een dip in de populatie wilde zwijnen werd aanvankelijk aan de straling gelinkt, maar bleek bij later onderzoek te wijten aan een niet met de ramp verbonden ziekte.

De onderzoekers volgden het wildbestand op de site lange tijd op en zien in de resultaten een bewijs voor de veerkracht van de natuur. ‘Wellicht leven er vandaag meer wilde dieren rond Tsjernobyl dan voor de ramp’, zegt Jim Smith (University of Portsmouth). ‘Dat wil niet zeggen dat straling goed is voor wilde dieren, enkel dat het effect van menselijke activiteiten zoals bewoning, jacht, land- en bosbouw veel nadeliger is.’ (ddc)

Foto's: Valeriy Yurko en Tatyana Deryabina

Babyarendjes zijn betrapt door de camera.

Een wapitifamilie op stap.

Wilde zwijnen op stap in een verlaten dorpje.