Lammergieren verzamelen al eeuwenlang menselijke voorwerpen in hun nesten, waardoor ze ‘tijdscapsules’ creëren die teruggaan tot minstens de dertiende eeuw.
Onderzoekers in Zuid-Spanje hebben een onverwachte archeologische goudmijn ontdekt: de nesten van lammergieren. Deze roofvogels blijken al eeuwenlang menselijke voorwerpen te verzamelen en mee te nemen naar hun afgelegen nestplaatsen in rotswanden, waar de items opmerkelijk goed bewaard blijven.
Bij het uitgraven van twaalf nestplaatsen vonden wetenschappers een schat aan historische artefacten die minstens zeshonderd jaar teruggaan. Tussen de eierschalen, takken en gebroken botten doken kruisboogpijlen op, een katapult en een stuk leer met rode versieringen dat mogelijk een ‘zeer bijzonder masker’ is. Opvallend genoeg hebben de vogels een voorliefde voor schoeisel: tot nu toe zijn al 25 schoenen van gevlochten espartogras gevonden.
‘Dit zijn de meest ontoegankelijke plaatsen die je je kunt voorstellen’, zegt Sergio Couto, bioloog aan de Universiteit van Granada en co-auteur van het onderzoek dat onlangs in Ecology werd gepubliceerd. ‘Het is onmogelijk om ze te bereiken als je niet kunt vliegen.’ De onderzoekers moesten zich van de kliffen naar beneden laten zakken.
Van Tibet tot Tanzania
De droge omstandigheden en bescherming tegen de elementen maken deze rotsspleten tot perfecte bewaarplaatsen. En dit is nog maar het begin, benadrukt Ana Belén Marín, hoogleraar prehistorie aan de Universiteit van Cantabria. ‘Als de bovenste lagen uit de dertiende eeuw komen, dan zijn de onderste lagen ouder. Hoe oud?’
Mogelijk zeer oud. Lammergieren leven al minstens 30.000 jaar op het Iberisch schiereiland. De vogels bouwen jaarlijks meerdere nesten van tot twee meter breed, waarvoor ze volop materiaal nodig hebben. Net zoals ze wol van bergschapen gebruiken als isolatie, nemen ze ook graag voorwerpen van menselijke buren mee.
De ontdekking zal waarschijnlijk een golf van vervolgonderzoek uitlokken, want het leefgebied van lammergieren strekt zich uit van Tibet tot Tanzania.
Bron: Universiteit van Granada, Spanje