We weten allemaal hoe tergend een onbereikbare jeuk kan zijn. Galapagoshaaien hebben een creatieve oplossing gevonden voor dit probleem.
Die oplossing vonden ze bij mantaroggen, die uitstekende snuitkrabbers blijken te zijn. Tussen december 2024 en januari van dit jaar hebben duikers op drie verschillende duiklocaties voor de kust van de Revillagigedo-archipel in Mexico waargenomen dat Galapagoshaaien hun lichaam tegen de boven- en onderkant van mantaroggen wreven.
De mantaroggen leken dit gedrag van jonge haaien te tolereren en bewogen slechts lichtjes als reactie. Bij volwassen haaien gingen ze echter in de vluchtmodus, waarbij ze achteruit rolden en probeerden aan een mogelijke beet te ontsnappen. Toch denken onderzoekers niet dat het schraapgedrag vijandig is. De haaien wreven specifiek met hun snuit en kieuwgebieden, bekende hotspots voor zeeluizen, wat suggereert dat de manta’s werden gebruikt als gigantische krabpalen.
In totaal zijn acht van dergelijke ontmoetingen tussen haaien en manta’s gedocumenteerd door twee afzonderlijke groepen onderzoekers, die hun waarnemingen publiceerden in Marine Biodiversity en Environmental Biology of Fishes.
Schuurpapier
‘De haaien weten dat het oppervlak van de manta op schuurpapier lijkt, dus het is een goed oppervlak om die parasieten te verwijderen’, zegt Mauricio Hoyos, medeauteur van de laatstgenoemde studie en directeur van de non-profitorganisatie voor marien natuurbehoud Pelagios Kakunjá. Eerder waren Galapagoshaaien al gespot terwijl ze zich tegen walvishaaien schuurden.
De huid van haaien bestaat, net als die van mantaroggen, uit kleine tandachtige schubben. ‘Daarom zijn het fijne plekken om je tegen aan te schuren’, legt marien ecologe Jane Vinesky uit, hoofdauteur van dezelfde studie en promovenda bij Pelagios Kakunjá.
Als haaien last hebben van parasieten, zoeken ze doorgaans een reinigingsstation op – de spa van de natuur, waar kleine ‘schoonmaakvisjes’ de parasieten van hun klanten afpikken. Maar soms wordt het druk in deze reinigingsstations. Deze concurrentie zou sommige haaien ertoe kunnen aanzetten om alternatieve strategieën te ontwikkelen, zegt Hoyos.