De slappe lach

We moesten soms maar naar elkaar kijken of we proestten het al uit. Een tijdlang was hij een vaste gast bij ons aan tafel: de slappe lach.

Ongecontroleerd rolde hij naar buiten, de tranen sprongen in onze ogen. Drie pubermeisjes bij het avondeten. Ik kan me voorstellen dat mijn ouders elkaar een blik van verstandhouding toewierpen als mijn zussen en ik weer eens in een lachkramp schoten. Waarom we lachten, kan ik me niet meer herinneren. Waarschijnlijk om niks.

Giechelen hoort evenzeer bij de puberteit als woede-uitbarstingen, tomeloos verdriet en puistjes. De hersenen zijn volop aan het rijpen. De gebieden verantwoordelijk voor de controle en het remmen van emoties en gedrag hinken daarbij wat achterop. Alles komt er heftiger uit.

Giechelen doe ik vandaag nog nauwelijks. De slappe lach overvalt me nog af en toe. ‘Gewoon’ lachen doe ik dagelijks en meermaals. Net als elk mens. Zelfs als we uitermate saaie gesprekken moeten voeren, lachen we gemiddeld nog zo’n zeven keer in tien minuten, zo blijkt uit onderzoek.

Er is één constante: lachen doen we nagenoeg altijd in gezelschap. Het is de sociale lijm tussen mensen, vertelt de wetenschap ons. Bowlers die een strike gooien, lachen pas als ze zich omdraaien naar hun medespelers.

Baby’s lachen al voor ze kunnen praten. Dat is waarschijnlijk geen toeval. Met een lach geven ze aan dat ze een ander aardig vinden, dat ze willen spelen, dat ze zich fijn en veilig voelen. Een lach vertelt beter wat je van iemand vindt dan woorden. Een mechanisme dat onze voorouders van pas moet zijn gekomen voordat taal ontstond.

Lachen is dus een vorm van communicatie die in se weinig met grappen te maken heeft. We lachen veel vaker om andere dingen dan om een goede mop. Terwijl we iemand begroeten, bij het uitspreken van banale zinnen als ‘Ik neem nog een kop koffie’ of simpelweg omdat een ander lacht.

Hoewel het om een essentiële vaardigheid van ons mensen gaat, gebeurt er weinig wetenschappelijk onderzoek naar lachen. Tijd om het tij te keren. In een stevig dossier in het nieuwste nummer van Psyche&Brein nemen we lachen onder de loep.

Hebt u zelf giechelende pubers in huis of in de klas? Daar valt weinig aan te doen. Bedenk maar dat ze intussen stevige banden smeden die hen door hun moeilijke tienerjaren zullen loodsen.


Gerelateerde artikels

Volstaan multiplechoicevragen om een (politieke) mening samen te vatten?
Eos Blogs

Volstaan multiplechoicevragen om een (politieke) mening samen te vatten?

Voor politieke peilingen vallen onderzoekers en nieuwsmedia doorgaans terug op kwantitatieve onderzoeksmethodes, waarbij meningen door middel van vragenlijsten worden omgezet in overzichtelijke cijfers en grafieken. Een mening valt echter niet altijd binnen de afgelijnde vraag- en antwoordmogelijkheden van een multiplechoicevraag. Volstaan kwantitatieve onderzoeksmethodes om de complexiteit van gedachten, ervaringen en meningen weer te geven?

Minder draineren voor meer water
Eos Blogs

Minder draineren voor meer water

We zijn in Vlaanderen kampioen in draineren. Dat is vaak nodig om land geschikt te maken voor productie van voedsel of om te wonen. We staan tegelijk ook hoog op de wereldranglijst van regio’s met waterstress (23ste! op een totaal van 164 landen). We moeten dus enerzijds water afvoeren wanneer het te nat is, maar anderzijds ook veel meer water vasthouden in de grond, zodat we het kunnen gebruiken als het droog is. Anders gaan draineren is de boodschap!