Sommige psychische aandoeningen zijn mogelijk het gevolg van stofwisselingsproblemen, blijkt uit voorlopig onderzoek. Dat kan de manier waarop we psychische aandoeningen behandelen helemaal veranderen.
Het brein is het orgaan in het lichaam dat het meeste energie verbruikt. Hoewel de hersenen maar twee procent van de lichaamsmassa uitmaken, verbruiken ze ongeveer twintig procent van alle energie. Normaal gesproken halen ze hun energie vooral uit glucose, een brandstof die ontstaat bij de afbraak van koolhydraten. Maar als er niet genoeg glucose beschikbaar is, gaat het brein over op ketolichamen. Dat zijn stoffen die de lever aanmaakt uit vetzuren – afbraakproducten van vet – wanneer er een tekort is aan glucose.
Die shift wordt ketose genoemd en treedt op wanneer je een ketogeen dieet gaat volgen. Dat ‘ketodieet’ volgt een voedingspatroon met veel vet en weinig koolhydraten. Dat betekent dus onder meer weinig brood, pasta, aardappelen en suikerhoudende dranken, maar relatief veel oliën, noten, vlees en vis. Wetenschappers onderzoeken al sinds de jaren 1920 hoe ketose de hersenen beïnvloedt. In die tijd werd het dieet geïntroduceerd als therapie voor kinderen met epilepsie bij wie de gangbare behandelingen van die tijd niet aansloegen. Volgens sommige onderzoeken zou ketose ook kunnen helpen bij de behandeling van symptomen van de ziekte van Alzheimer.
Vandaag stellen verschillende kleinschalige onderzoeken dat het ketodieet ook kan helpen bij de behandeling van psychische aandoeningen zoals depressie, bipolaire stoornis, schizofrenie en anorexia. Om daar meer inzicht in te krijgen, lopen er momenteel verschillende studies: wie kan er baat bij hebben en in welke mate kan het de patiënt helpen? Toch ondersteunt het onderzoek dat nu al op tafel ligt de theorie dat sommige psychische aandoeningen in feite stofwisselingsproblemen zijn. Daarbij is het vermogen van de hersenen om energie te halen uit de gebruikelijke voedingsstof – glucose – aangetast.
Een link met elke ziekte
“Door studies over het ketodieet heb ik mijn visie op psychische aandoeningen echt moeten herzien”, zegt Chris Palmer, psychiater en metabolisme-expert aan de universiteit van Harvard. Het idee dat psychische aandoeningen en de stofwisseling met elkaar in verband staan is logisch, ongeacht de mogelijke effecten van het ketodieet. “De stofwisseling vormt in feite de ruggengraat van de werking van het hele lichaam”, zegt Isaac Marin-Valencia, neuroloog die onderzoek doet naar stofwisselingsziekten aan de Icahn School of Medicine op Mount Sinai in New York. “Zonder stofwisseling zou leven onmogelijk zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vrijwel elke menselijke ziekte een stofwisselingscomponent heeft.”
Wetenschappers wisten al dat mensen met psychiatrische aandoeningen als depressie, bipolaire stoornis en schizofrenie een hoger risico lopen op stofwisselingsziekten zoals diabetes, obesitas of PMOS (voorheen polycysteus ovariumsyndroom, of PCOS). Het omgekeerde geldt ook: mensen met stofwisselingsstoornissen hebben ook meer kans op psychiatrische aandoeningen. Bij ernstige psychische aandoeningen treden vaak ook verstoringen op in het glucosemetabolisme in de hersenen.Dat zou kunnen verklaren waarom het ketogene dieet, dat glucose vermijdt en het brein een alternatieve brandstofbron biedt, veelbelovend is voor de behandeling van sommige aandoeningen. Een recente studie liet 88 mensen die geen baat hadden bij standaardbehandelingen voor depressie een strikt ketodieet volgen. In tegenstelling tot de controlegroep, die niet anders ging eten, ervaarden zij een lichte verbetering van hun symptomen.
“Nadat ik enkele weken het ketodieet volgde, beleefde ik plotseling een dag waarop ik urenlang geen anorexia-gedachten had”
Andere, kleinere pilootstudies toonden aan dat het ketodieet de symptomen van bipolaire stoornis en schizofrenie verbeterde. Wel bleven al die proefpersonen hun gebruikelijke medicatie innemen. Er lopen momenteel minstens vijf andere studies om de effecten van het dieet grondiger te onderzoeken.
“Al die onderzoeksresultaten bevinden zich nog in een vroeg stadium, het zijn voorlopige bevindingen. Maar we moeten het zeker verder onderzoeken”, zegt Shebani Sethi, een psychiater gespecialiseerd in stofwisselingsproblemen aan Stanford University.
Stimuleren en remmen
Een grote onbeantwoorde vraag is hoe het ketodieet dat allemaal voor elkaar krijgt. Het effect komt waarschijnlijk voort uit meerdere factoren. Die gaan verder dan alleen het voorzien van een alternatieve brandstofbron aan het brein, meent Palmer.
Ketose kan de balans van twee essentiële neurotransmitters in de hersenen beïnvloeden: glutamaat en gamma-aminoboterzuur (GABA), die respectievelijk de hersenactiviteit stimuleren en remmen. Dit regulerende effect helpt te verklaren hoe het ketodieet epilepsie kan behandelen, en waarom het mogelijk ook bij andere aandoeningen nuttig kan zijn.
Ketose ondersteunt bovendien de algehele werking van mitochondriën, de energiecentrales van de cel. Mitochondriën produceren ook de moleculen die hersencellen als energie gebruiken. Het dieet lijkt bovendien ontstekingen in het hele lichaam te verminderen, wat nauw samenhangt met veel psychische aandoeningen. Mogelijk kan die ontstekingsremmende werking indirect ook de symptomen van psychische aandoeningen verbeteren.
Het ketodieet kan wellicht ook voordelen bieden bij andere vormen van psychische aandoeningen. Uit een kleinschalig onderzoek dat onlangs is gepubliceerd, bleek dat het dieet de symptomen van eetstoornissen verbeterde bij mensen met anorexia nervosa. Het ging daarbij wel om mensen die op dat moment maar licht ondergewicht hadden of erin geslaagd waren om weer op een gezond gewicht te komen.
Diëten tegen eetstoornis
Het idee dat een zeer restrictief dieet zou kunnen helpen bij de behandeling van een zeer restrictieve eetstoornis zoals anorexia, lijkt contra-intuïtief. “Het klinkt een beetje paradoxaal”, zegt Guido Frank, onderzoeker aan de universiteit van Californië en hoofdauteur van de studie. Maar hoewel het ketodieet bepaalde categorieën van voeding beperkt – koolhydraatrijke voeding – legt het niet per se een beperking op aan de hoeveelheid calorieën die ze binnenkrijgen. De deelnemers aan het onderzoek vertoonden dan ook geen significant gewichtsverlies na het volgen van het dieet.
Co-auteur van het anorexia-onderzoek Caroline Beckwith, de coach die de deelnemers aan het onderzoek begeleidde, is zelf ook hersteld van anorexia nervosa nadat ze het ketodieet had gevolgd. “Voordat ik het dieet ging volgen, was ik erg bang om vet te eten. Dat was juist de voedingsgroep die ik compleet vermeed”, zegt ze. Maar toen ze met het ketodieet niet aankwam, voelde ze zich gesterkt om het dieet door te zetten. Binnen enkele weken, zo vertelt ze, beleefde ze voor het eerst in jaren een dag waarop ze niet obsessief bezig was met eetbeperkingen en sporten. “Aan het eind van die dag realiseerde ik me dat ik urenlang geen anorexia-gerelateerde gedachten had gehad”.
Zowel Palmer als Sethi benadrukken dat iedereen die een ketogeen dieet wil volgen in verband met een psychische aandoening, dat eerst met zijn of haar arts moet overleggen. Het dieet kan namelijk op onvoorspelbare manieren een wisselwerking aangaan met bepaalde psychiatrische medicatie. Het kan ook manische episodes uitlokken, zelfs bij mensen zonder psychiatrische voorgeschiedenis. In dat geval heeft het dieet uiteraard het tegenovergestelde effect: destabilisatie. “Probeer dit alsjeblieft niet op eigen houtje uit”, waarschuwt Palmer.
Elke cel, elk orgaan
Het is intrigerend dat één enkele behandeling in de vorm van een dieet zou kunnen helpen bij aandoeningen die zo uiteenlopend zijn als anorexia nervosa, depressie en de ziekte van Alzheimer. Toch is daar een verklaring voor. De ziekte van Alzheimer en depressie komen vaak samen voor, wat erop wijst dat dezelfde biologische mechanismen aan beide ziektes ten grondslag liggen. Ook bij andere combinaties van aandoeningen bestaan soortgelijke verbanden. Bovendien lijken bepaalde aandoeningen wellicht meer op elkaar dan de huidige indeling van diagnoses suggereert. Zo maken bipolaire stoornis en schizofrenie mogelijk deel uit van één enkel spectrum van aandoeningen.
Meer in het algemeen wordt de stofwisseling steeds vaker in verband gebracht met een breed scala aan gezondheidsproblemen. Dat wijst erop dat behandelingen gericht op het metabolisme – of het nu gaat om diëten, medicijnen of bewegingsprogramma’s – van invloed kunnen zijn op tal van systemen in het lichaam. Geneesmiddelen zoals Ozempic, waarin de werkzame stof semaglutide zit, zijn bijvoorbeeld in de eerste plaats gericht op het metabolisme en het gewicht. Toch blijkt inmiddels dat die medicatie ook invloed op de hersenen heeft en mogelijk het risico op verslaving en bepaalde eetstoornissen vermindert.
“De stofwisseling beïnvloedt elke cel, elk weefsel en elk orgaan in je lichaam”, besluit Palmer. “Een therapie die gericht is op stofwisselingsstoornissen, kan uiteindelijk een krachtige behandeling zijn.”