Niet alleen te veel, maar ook helemaal géén gebruik van sociale media kan schadelijk zijn voor jongeren

Sociale media worden vaak gezien als de boosdoener achter het dalende mentale welzijn van jongeren. Maar een grootschalige studie toont nu dat zowel te veel als helemaal geen socialemediagebruik mogelijk schadelijke effecten heeft. ‘Het kan isolerend werken’, zegt communicatiewetenschapper Laura Lemahieu (UAntwerpen).

In het debat rond het gebruik van sociale media bij jongeren, en het effect ervan op hun mentale welzijn, klinkt vaak de luide roep tot het minderen of zelfs verbieden ervan. In een grootschalige studie in JAMA Pediatrics tonen Australische onderzoekers echter dat dat niet dé oplossing is. Ze brachten het welzijn en het socialemediagebruik van meer dan 100.000 jongeren tussen 10 en 18 jaar in kaart, en hoe dit verschilt per geslacht en ontwikkelingsfase. Het gebruik werd gedefinieerd als “niet”, “gematigd” (minder dan 12 uur per week) en “hoog” (meer dan 12 uur per week). Opvallend: er bleek een U-vormige relatie tussen socialemediagebruik en welzijn. Een gemiddeld gebruik hing samen met een hoge welzijnsscore, zowel geen als zeer veel gebruik met een lager welzijn. Bij meisjes werd een gemiddeld gebruik vooral vanaf de midden-adolescentie (13 – 15 jaar) geassocieerd met een beter welzijn, bij jongens werd geen gebruik in de late adolescentie (16 – 18 jaar) geassocieerd met een lager welzijn, zelfs lager dan bij te veel socialemediagebruik.

Interessante resultaten, vind doctoraatsonderzoeker Communicatiewetenschappen Laura Lemahieu (UAntwerpen): ‘Het bevestigt vooral wat er al vaker gezegd werd in andere studies, namelijk dat het effect van socialemediagebruik op het welzijn van jongeren helemaal niet rechtlijnig is. Het is geen verhaal van extremen, maar van een balans zoeken. Er wordt heel veel over sociale media gesproken, vooral over de negatieve effecten ervan. Men vergeet soms dat er ook positieve effecten zijn. En als je helemaal geen sociale media gebruikt, sluit je jezelf ook daarvan af. Dat kan isolerend werken, want sociale media spelen nu eenmaal een belangrijke rol in de leefwereld van jongeren.’

Veilige plek

‘Te veel schermtijd of te veel socialemediagebruik zegt dus niet alles’, gaat Lemahieu verder. ‘Het gaat ook over wie de jongere is als persoon en wat die nu juist doet op sociale media. Daar werd in de studie niet echt dieper op ingegaan, wat ze ook wel zelf aanhaalden in de limitaties. Kom je constant in contact met onrealistische schoonheidsidealen waardoor je je onzeker gaat voelen of jezelf gaat vergelijken met anderen? Dan kunnen sociale media zeker een negatieve impact hebben op je welzijn. Maar sociale media gebruiken om in contact te blijven met je vrienden kan bijvoorbeeld dan weer wel een positieve impact hebben.’ Volgens Lemahieu is het dus vooral belangrijk te kijken naar hoe en waarom jongeren sociale media gebruiken. ‘Dat verschilt van individu tot individu en is niet uniform. Sociale media kunnen deel uitmaken van iemands identiteit. In de puberteit spelen ze ook een belangrijke rol in het vormgeven van die identiteit, omdat het een plek is waar je kan laten zien wie je bent en wat je doet.’

‘Een gematigd gebruik lijkt mij een betere oplossing, al blijft het een individueel verhaal’

‘Beleidmakers spreken vaak over een ban op sociale media vanaf 16 jaar, maar in de studie wordt juist aangetoond dat vooral jongens van die leeftijd meer lijden onder het niet gebruiken van sociale media dan het te veel gebruiken ervan. Een gematigd gebruik lijkt mij een betere oplossing, al blijft het dus een individueel verhaal. De problemen die er zijn door sociale media moeten zeker aangepakt worden, maar we moeten ook niet onnodig angst creëren. Ouders kunnen daar een rol in spelen, maar weten vaak ook niet altijd wat hun kind nodig heeft of wat er zich juist in hun online wereld afspeelt. Het blijft dan vooral de boodschap om dat zo goed mogelijk te proberen begrijpen. Volgens mij ligt er echter een nog grotere rol weggelegd voor de sociale media-platformen zelf. Zij zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen in het creëren van een veilige plek voor jongeren en kinderen’, besluit Lemahieu.