Enkele jaren geleden was het nog gangbaar om je kind een smartphone te geven op het moment dat die naar de middelbare school ging. Vandaag ligt de gemiddelde leeftijd op acht jaar. Is er wel een ideale leeftijd? En hoe zit het met sociale media?
In het maatschappelijk debat worden de smartphone en sociale media vaak op een hoop gegooid. Toch is het belangrijk om hier een onderscheid in te maken. Zelfs tussen sociale media zijn er grote verschillen. Bovendien zijn die platforms continu in ontwikkeling, denk aan de toevoeging van stories en reels in Instagram. Op een smartphone kan je bovendien veel verschillende dingen doen, van educatieve spelletjes tot schadelijke content bekijken. Dat alles maakt het moeilijk om te spreken over de effecten van sociale media of smartphones an sich.
Ouders vragen zich vaak af hoeveel schermtijd oké is. Maar ook die vraag hangt sterk af van hoe het scherm gebruikt wordt. Een half uur kijken naar positieve, educatieve content kan verantwoord zijn, terwijl blootstelling aan extreme video’s of cyberpesting al snel negatieve consequenties heeft. Ook individuele verschillen spelen een rol. Soms valt die nuance weg en is te veel echt te veel. Zo hebben sommige kinderen een extreem hoge schermtijd van wel zestien uur per dag. Zowel kwaliteit als kwantiteit zijn hier dus van belang.
De wetenschappelijke literatuur stelt wel degelijk een negatief verband vast tussen sociale media en mentaal welzijn. Kort door de bocht: hoe meer socialemediagebruik, hoe lager het mentale welzijn. Toch geldt ook hier: het hangt sterk af van hoe die platforms worden gebruikt. Onderzoek linkt eindeloos scrollen op bijvoorbeeld TikTok aan een lager mentaal welzijn. Maar er kunnen ook positieve effecten optreden: zo kunnen tieners met moeilijkheden online veel steun vinden wanneer anderen begripvol op een post reageren.
Individuele verschillen spelen een rol en sociale druk kan zwaar doorwegen
Hoewel wetenschappers een negatief verband hebben kunnen vaststellen, is het moeilijk om te spreken over een oorzaak-gevolgrelatie. Wat je denkt of doet, bepaalt ook je mediagebruik. Een adolescent kan bezorgd zijn over haar uiterlijk en op zoek gaan naar afvaltips. Die content kan dan weer bepaalde gevoelens oproepen. Zo is het een verband dat in twee richtingen verloopt. Die wisselwerking wordt ook nog eens versterkt door algoritmes. Als je in bepaalde content iets langer blijft hangen, kan je in een spiraal terechtkomen. Bovendien is het negatieve effect dat in onderzoek wordt vastgesteld vaak het gemiddelde van een grote groep: tussen individuen kan dit sterk verschillen of op individueel niveau juist positief uitvallen.
Enkele jaren geleden was het nog gangbaar om je kind een smartphone te geven op het moment dat die naar de middelbare school ging. Vandaag ligt de gemiddelde leeftijd op acht jaar. Ouderinitiatieven zoals ‘smartphonevrij opvoeden’ proberen daar verandering in te brengen. Ook verbieden steeds meer overheden in het buitenland sociale media voor jongeren onder de zestien. Toch zullen deze media en smartphones niet meer uit de samenleving verdwijnen. Het is dus de vraag of zo’n verbod jongeren niet belet om ermee te leren omgaan. Net zoals je je kind niet direct over een drukke weg laat fietsen, is het ook goed om het vanaf een bepaalde leeftijd stapje voor stapje online los te laten. Verder kan de Europese Commissie nog meer actie ondernemen om platforms veiliger te maken, zoals techbedrijven verbieden om extreme inhoud aan te bieden aan kinderen en verplichten om verslavende elementen weg te halen.
Een ideale leeftijd voor de eerste smartphone bestaat niet: individuele verschillen spelen een rol en sociale druk kan zwaar doorwegen. Bij twijfel is de overstap naar de middelbare school op twaalfjarige leeftijd nog altijd een goede houvast voor een eerste smartphone, mits die met ‘zijwieltjes’ geïntroduceerd wordt.
Kathleen Beullens is Hoogleraar Communicatiewetenschappen aan de KU Leuven. Journalist Judith Stegen legde haar deze vraag voor en tekende haar antwoord op.