TikTok-trends volgen en met ballen in het rond gooien, dat betaamt een goed politicus toch niet? Volgens onderzoek misschien wel. Kinderen vinden politici namelijk leuker als die zich ook eens aan hun leefwereld wagen.
In 2023, voor de Tweede Kamerverkiezingen in Nederland, hield het NOS-jeugdjournaal een verkiezingsdebat op kindermaat. Politici mochten onder meer hun standpunten voorstellen door met een bal te gooien, maar moesten ook een quiz doorstaan over verschillende trends zoals onder meer de betekenis van het woord ‘aina’.
Communicatiewetenschapper Lott Fransen en enkele collega’s van de Radboud Universiteit Nijmegen onderzochten wat dat debat teweegbracht bij Nederlandse kinderen. Ze analyseerden of kinderen zich meer politiek betrokken voelden, maar ook of hun kennis van politiek beter werd. Voor dat onderzoek vulden 133 kinderen tussen de 8 en 12 jaar uit vier basisscholen in verschillende Nederlandse dorpen en steden een vragenlijst in voor en na het kijken van het debat.
De enquête bevatte vragen over de politieke kennis van de kinderen, over de huidige politieke situatie, zoals wie de eerste minister is en hoe stemmen in zijn werk gaat, maar ook over de standpunten van verschillende partijen. Daarnaast peilde de vragenlijst ook onder meer naar het vertrouwen dat kinderen hadden en hoe geïnteresseerd ze waren in politiek, alsook welke onderwerpen voor hen belangrijk waren in het beleid.
Tot slot moesten de kinderen ook toelichten wat ze van bepaalde politici vonden op basis van competentie, ervaring, betrouwbaarheid, vriendelijkheid en meer. Na het debat mochten ze dan ook aangeven of de politici in kwestie het goed gedaan hadden of niet.
Populaire politici
De studie toont aan dat het algemeen politiek engagement bij de kinderen steeg op sommige vlakken. Het debat zorgde er namelijk voor dat kinderen heel wat politieke topics belangrijker gingen vinden dan voordien, wat ook wel het agenda-setting effect wordt genoemd. ‘Je merkt dan hoe thema’s als armoede, bijvoorbeeld, plots een stuk belangrijker werden voor de kinderen. Het is heel interessant om te zien dat media toch dat effect kunnen hebben,’ meent Fransen.
Zijn jonge kinderen wel gebaat bij een harder debat als lichtvoetigheid en plezier hen net aantrekt?
Verder viel nog op dat alle deelnemende politici positiever werden beoordeeld na deelname aan het debat dan ervoor. Vooral de attitudes naar Geert Wilders, oprichter van de Partij voor de Vrijheid die bekend staat om zijn anti-immigratie en anti-islam ideeën, werden opvallend positiever. Hoewel hij eerst negatief beoordeeld werd, leek hij bij de kinderen na het debat toch in de smaak te vallen. Hij scoorde immers goed op de quiz over populaire cultuur, waardoor kinderen zich gezien en begrepen voelden.
Volgens Fransen was een soortgelijke trend ook al te zien in onderzoek met volwassenen. Wat en wie we zien op televisie bepaalt dus deels mee hoe onze politieke voorkeur eruitziet.
Kennis(making)
Wat niet steeg, was de politieke kennis van de kinderen. Hoewel het onderzoek erop wijst dat ze al best wat wisten over politiek, lijkt het debat de deelnemers dus niet veel inzicht te hebben bijgebracht. Dat zou volgens de studie kunnen komen omdat de politici in dit debat soms afweken van hun partijstandpunten. Bij de vraag of rijke mensen meer moeten doen om armere mensen te helpen, antwoorde VVD bijvoorbeeld van wel, hoewel dat niet zo in hun partijstatement voorkomt.
‘Kinderen worden natuurlijk al op jonge leeftijd geconfronteerd met politiek,’ legt Fransen uit. ‘Hun kennis is na afloop dan misschien nog niet zo diepgaand, toch kunnen ze door het Verkiezingsdebat al op een leuke manier kennismaken met onze politici. Hoe die politieke kennis nog verder kan worden bijgebracht, dat weten we nog niet zo goed. Daar moet eerst nog wat meer onderzoek voor gedaan worden.’
Harder debat?
In tegenstelling tot debatten voor volwassenen, die er soms weleens harder aan toegaan, werden tegenstrijdigheden in statements van politici bij dit debat niet echt aangekaart. Dat creëerde dan wel een lichte en vriendschappelijke sfeer, maar zorgde ervoor dat kinderen niet altijd de echte standpunten van de verschillende partijen leerden kennen. Maar zijn jonge kinderen wel gebaat bij zo’n harder debat als lichtvoetigheid en plezier hen net aantrekt?
‘Ik denk dat er toch wel wat verschillen zijn binnen de leeftijdsgroep wat dat betreft,’ aldus Fransen. ‘Het NOS-jeugdjournaal wordt gemaakt voor kinderen tussen de 8 en 12 jaar oud. Ik vermoed dat de oudere kijkers een kritischer en intenser debat misschien al wat beter kunnen verwerken.’
Gelijkaardige programma’s voor tieners, zoals Eerste Keus op VRT in 2024, waarbij politici naar verschillende Vlaamse scholen trokken om kritische vragen van jongeren te beantwoorden, zouden volgens haar wel een goed vervolg kunnen zijn op het debat van het NOS-jeugdjournaal. Op die manier komt er ruimte voor een betrokken en kritische houding wanneer de nieuwe generatie voor het eerst naar de stembus trekt.