Column

Nog eentje dan

Waarom is de trek naar een welbepaald genotmiddel zo ontzettend moeilijk te weerstaan?

De Griekse filosoof Epicurus wist het meer dan tweeduizend jaar geleden al: geniet, maar doe het wel met mate. Toch slaat iedereen zijn advies weleens in de wind. We scrollen uren weg op sociale media, proppen dwangmatig ons online winkelkarretje vol, bingewatchen Netflix-series tot diep in de nacht, of eten een zak chips in een keer leeg.

Zoeken naar genot op korte termijn, dat leidt volgens Epicurus niet tot bevrediging. Integendeel, kortzichtig genotzucht eindigt in verslaving. Hoe komt dat? Waarom is de trek naar een welbepaald genotsmiddel zo ontzettend moeilijk te weerstaan?

Het antwoord is dat we daartoe geprogrammeerd zijn. Onze hersenen zijn zo geëvolueerd. Het oudste deel in onze hersenen, het zogenaamde reptielenbrein, bestaat uit de hersenstam en de middenhersenen. De hersenstam regelt zaken als ademhaling, bloeddruk en hartslag. De middenhersenen houden zich bezig met emoties en driften als honger en dorst, en met instinctief gedrag als vechten of vluchten.

In de middenhersenen zit ook het beloningscentrum. Dat zorgt ervoor dat je een zalig gevoel krijgt van activiteiten die belangrijk zijn voor overleven en voortbestaan, zoals eten en drinken. Je hersenen willen dat je dat gedrag blijft herhalen.

De hersenschors of cortex is evolutionair gezien het jongste deel van ons brein. Daarin zetelt ons waarnemen, denken en bewustzijn. Informatie uit de rest van het lichaam wordt er ontvangen, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Anders gezegd: de cortex overziet de gevolgen van ons gedrag. Het kan de gevaren op lange termijn inschatten.

Verslaving ontstaat wanneer de oude hersenen van reptiel en zoogdier een pact sluiten tegen de hersenschors

Verslaving ontstaat wanneer de oude hersenen van reptiel en zoogdier een pact sluiten tegen de hersenschors. De hersenstam en de nucleus accumbens, ook weleens het genotcentrum genoemd, sporen ons aan om er nog eentje te nemen. In ons brein wordt als het ware een generatieconflict van 500 miljoen jaar uitgevochten.

Wanneer je een genotsmiddel gebruikt, wordt je beloningssysteem overspoeld door een intens gevoel van plezier. Het wordt geprikkeld door een wel­bepaald stofje, dopamine. Activiteiten als roken, scrollen, eten of vrijen zorgen voor een kortstondige piek in de dopamineproductie.

Bijna alle verslavingen hebben gemeen dat ze een directe of indirecte toename van dopamine in de hersenen bevorderen. Dopamine geeft ons een tevreden gevoel en dat maakt het zo lastig om van een verslaving af te komen. Verslavende stoffen zorgen ervoor dat het beloningssysteem uit balans raakt door het effect van dopamine sterker te maken. De hersenen passen zich daaraan aan en worden minder gevoelig voor dopamine.

Een andere oorzaak van verslaving is het geheugeneffect: zodra de nucleus accumbens een dopaminepiek levert, treedt in het brein een mechanisme in werking dat handelingen automatiseert. Er worden sterke herinneringen vastgelegd aan de prettige gevoelens tijdens het genotsgevoel en aan de omstandigheden waarin je dat ervoer.

Zo word je gestimuleerd om dat gedrag te blijven herhalen, wat de associatie tussen het gedrag en het prettige gevoel nog sterker maakt. Controle vanuit de prefrontale cortex – het onderdrukken van de impuls – wordt dan wel heel moeilijk.

Die gedragsautomatisering zorgt er op termijn voor dat iets wat begon als leuk geleidelijk aan omslaat in een genotsloze routine die maar moeilijk te doorbreken valt. En dat je telkens weer zegt: nog eentje dan.