Door het sociale gedrag van verschillende apensoorten te bestuderen, hebben biologen de evolutionaire oorsprong van de kus in kaart gebracht.
In het dierenrijk komt de kus relatief vaak voor, vooral bij bepaalde primaten. Maar is het mogelijk, door te kijken naar soorten die bekendstaan om hun kusgedrag, om het eerste apenkusmoment te dateren? Dat is precies de vraag die Matilda Brindle en Stuart West van de Universiteit van Oxford, samen met Catherine Talbot van de Universiteit van Florida, probeerden te beantwoorden.
Ze onderzochten drie groepen apen: de cercopithecidae (makaken, bavianen, …), de hylobatidae (gibbons) en de hominidae (chimpansees, mensen, gorilla’s, …). Door videobeelden en eerdere studies te analyseren, ontdekten ze dat vrijwel alle hylobatidae en hominidae kussen, met uitzondering van de oostelijke gorilla.
Deze twee groepen vormen samen de superfamilie van de hominoidea en hebben een gemeenschappelijke voorouder. Door de periode van het ontstaan van deze voorouder te schatten, concluderen de onderzoekers dat de eerste kussen tussen primaten waarschijnlijk tussen 21,5 en 16,9 miljoen jaar geleden werden uitgewisseld.
Het drietal merkte ook op dat alle hominoidea voedsel voorkauwen: ze kauwen het alvast fijn om hun jongen te voeden, die nog niet zelf kunnen kauwen. Allemaal, behalve de oostelijke gorilla. Hieruit ontstond een sterke hypothese: het ontstaan van de kus zou samenhangen met dat van het voorkauwen. De kus had dus waarschijnlijk oorspronkelijk een voedingsfunctie, voordat het een gebaar van genegenheid werd. Hoe deze overgang precies plaatsvond, blijft echter onbekend.
Dit artikel verscheen eerder in Cerveau & Psycho. Vertaling: Robin Hanssens