Voel jij je onveilig in Brussel? Deze app brengt in kaart waar, wanneer en waarom

Onderzoekers van de VUB willen met een innovatief citizenscienceproject nagaan waar, wanneer en vooral waarom zowel vrouwen, mannen als genderdiverse personen zich onveilig voelen in de straten van Brussel. Die data kunnen handvatten geven aan beleidsmakers, buurtorganisaties en individuen om de publieke ruimte veiliger te maken.

Twee derde van de vrouwen die in Brussel wonen en werken voelt zich
’s avonds en ’s nachts geregeld onveilig in onze hoofdstad. Meer dan drie kwart van hen vermijdt er steevast bepaalde straten door een blokje om te lopen, een metrostation eerder of later uit te stappen of hun routines te veranderen.

Toen VUB-onderzoeker Petrus Te Braak deze hallucinante cijfers onder ogen kreeg over de stad waar hij al jarenlang woont, dook hij meteen de literatuur in op zoek naar meer informatie. Wat hem direct opviel was dat de resultaten van onderzoeken naar gevoelens van onveiligheid meestal waren gebaseerd op enquêtes. ‘Op basis van vragen zoals ‘Hoe veilig zou u zich voelen als u na zonsondergang alleen in deze buurt zou lopen?’ maken onderzoekers lijstjes waaruit bijvoorbeeld blijkt dat Brussel op de tiende plek staat van landen waar de kloof in veiligheidsbeleving tussen vrouwen en mannen het grootst is’, vertelt hij. ‘Maar dat zegt weinig over wat precies tot die onveiligheidsgevoelens leidt. En het geeft ook geen handvatten aan beleidsmakers over wat ze precies kunnen doen om dat gevoel te verbeteren.’

Wat Te Braak nog meer opviel is dat veel onveiligheidsgevoelens vaak situatieafhankelijk zijn en dat tijd daarin een belangrijke rol speelt. ‘Steden hebben een heel duidelijke temporaliteit’, vertelt hij. ‘De buurt rond het Noordstation wordt op een werkdag veiliger ervaren tussen zeven en negen uur ’s ochtends en drie en zeven uur ’s avonds dan daarvoor en daarna. Dat komt vooral omdat er overdag op die plek veel pendelaars aanwezig zijn. Van zodra die verdwenen zijn, dus ook in het weekend en in schoolvakanties, voelt die omgeving meteen veel onveiliger aan, omdat ze dan leegloopt en wordt ingenomen door andere sociale groepen zoals hangjongeren, drugdealers en klanten van sekswerkers.’

‘We moeten ophouden met steden op te delen in zakencentra, residentiële wijken en commerciële wijken’

Temporaliteit speelt zelfs in de Europese wijken. ‘De wijken rond Brussel-Schuman en Brussel-Luxemburg zijn doorgaans zeer veilige buurten, maar tijdens Europese toppen of demonstraties voelt het er onmiddellijk een pak onveiliger aan omdat ze dan worden afgebakend met prikkeldraad en er veel meer politie rondhangt’, vertelt Te Braak. ‘Als we ons beperken tot die enquêtes gaan we voorbij aan dat temporele aspect, terwijl dat toch een heel grote uitwerking heeft op die onveiligheidsgevoelens.’

Met die vragenlijsten krijg je volgens Te Braak ook geen zicht op de exacte plaats waar mensen zich onveilig voelen. ‘In enquêtes wordt vaak gevraagd hoe veilig je je voelt ‘in je stad’. Maar dat is moeilijk in een grootstad als Brussel, waar je negentien gemeentes en meer dan honderd wijken hebt, en waar de veiligheidsperceptie binnen die wijken soms verschilt van straat tot straat.’

Innovatieve opzet

Samen met prof. Theun Pieter van Tienoven diende Te Braak een voorstel in voor een innovatief citizenscienceproject waarmee ze in kaart willen brengen waar, wanneer en vooral waarom zowel vrouwen, mannen als genderdiverse personen zich onveilig voelen in onze hoofdstad. Het innovatieve van het project zit in het feit dat van zodra deelnemers op een plek komen die vaak als onveilig wordt ervaren, ze meteen via een app vragen krijgen over hoe onveilig ze zich daar en dan voelen en welke factoren daarbij een rol spelen.

Om uit te vissen welke plekken en tijdstippen voor hun onderzoek het meest relevant waren, doken de onderzoekers de literatuur in en selecteerden ze alleen wetenschappelijke artikelen over veiligheidspercepties die specifiek over de combinatie van drie elementen gingen: vrouwen, in de publieke ruimte, in een stedelijke context. ‘We sloten bijvoorbeeld het onveiligheidsgevoel van vrouwen in de privésfeer uit, ook al weten we dat de twee gevaarlijkste personen in het leven van een vrouw hun vader en partner zijn en vrouwen bijgevolg thuis het meest kwetsbaar zijn’, vertelt Te Braak. ‘Zeer interessant, maar niet voor ons onderzoek.’

Bovendien wisten ze de vinger te leggen op vier zere plekken die daar een belangrijk effect op hebben: naast individuele factoren zoals leeftijd, moederschap en eerder slachtofferschap, spelen omgevingsfactoren zoals onvoldoende verlichting en zwerfafval een grote rol, maar ook sociale factoren zoals de aanwezigheid van anderen en hun gedrag. En temporele ritmes lopen als een vierde factor diagonaal door de drie andere. Veiligheid hangt met andere woorden nauw samen met tijd, context en lokale dynamiek.

Wanneer iemand op een relevant tijdstip op een bepaalde plaats komt, stelt de app de vraag: hoe veilig voel je je en welke factoren spelen mee?

‘Een parkje dat overdag gedomineerd wordt door jonge gezinnen voelt op dat moment veilig aan, maar van zodra de ouders met hun kinderen weer naar huis trekken, kunnen ongure types het parkje overnemen en het onveiligheidsgevoel aanwakkeren’, aldus Te Braak. ‘Ook lage heggen die straten afboorden laten de omgeving er overdag gezelliger uitzien, maar kunnen ’s nachts je zichtlijnen blokkeren en je onveiligheidsgevoel bevorderen omdat iemand er zich achter kan verschuilen. En geparkeerde auto’s zien er overdag onschuldig uit, terwijl er ’s avonds een dreiging van uitgaat omdat iemand eruit kan springen en je erin kan sleuren.’

Focusgroepen

Om dieper in te gaan op de gevonden data organiseerden de onderzoekers focusgroepen met inwoners van Brussel. Daaruit bleek dat mensen zich het meest onveilig voelen van zodra ze op meer dan een kenmerk afwijken van de personen die ze in de publieke ruimte tegenkomen.

Een van de belangrijkste individuele kenmerken die daarbij een rol spelen bleek de leeftijd. ‘Het zijn vooral de oudste vrouwen en de jongste meisjes die zich het meest onveilig voelen. Wellicht omdat ze zich lichamelijk minder opgewassen voelen tegen bedreigingen’, vertelt Te Braak. ‘Vrouwen ouder dan 65 voelen zich het meest bedreigd wanneer ze op onveilige tijden en plekken jongeren tegenkomen en hebben dan vooral schrik dat ze zullen worden bestolen. Vrouwen jonger dan dertig voelen zich vooral onveilig in de buurt van oudere mannen en vrezen vooral seksueel geweld. Jongere vrouwen hebben minder schrik van jongeren die hen lastigvallen, omdat ze die eerder zien als blaffende honden die niet bijten, als alfamannetjes die onder groepsdruk vooral stoer willen doen.’

Ook als vrouwen mensen tegenkomen die een andere taal spreken, een andere herkenbare etniciteit of geloofsovertuiging hebben, of zich anders gedragen, voelen ze zich onveiliger omdat ze moeilijker kunnen inschatten wat die anderen van hen willen of wat hun bedoelingen zijn. 

Pilootproject

Na het literatuuronderzoek en de focusgroepen ontwikkelden de onderzoekers de Moment-app. De naam verwijst naar het moment waarop de deelnemers op een van meer dan honderd als vaak onveilig geïdentificeerde plekken in Brussel passeren en waar ze meteen een notificatie krijgen op hun smartphone om in de app een korte vragenlijst in te vullen.

Concreet krijgen ze vragen zoals ‘U bevindt zich nu op de Grote Markt. Kunt u aangeven op een schaal van nul tot tien hoe onveilig u zich op dit moment voelt?’. Daarna kunnen ze aangeven waarom ze zich zo voelen door in een lijst van mogelijke oorzaken er eentje of meerdere aan te klikken – denk aan ‘er is weinig verlichting’, ‘het ziet er hier een beetje smerig uit’, ‘er lopen hier verdachte personen rond’, en dergelijke. Tot slot wordt hen ook gevraagd of ze alleen op de plek aanwezig zijn of in het bijzijn van anderen, wat voor hun onveiligheidsgevoel een wereld van verschil maakt.

‘We zijn op zoek naar een zo heterogeen mogelijke groep mensen, aangezien veiligheidsgevoelens ook sterk afhangen van individuele factoren’

Uit de focusgroepen kwamen ook praktische tips naar voor. Zo bleek dat de onderzoekers niet mogen verwachten dat deelnemers die zich onveilig voelen daar en dan even stil gaan staan om enkele vragen te beantwoorden, ook al duurt dat gemiddeld niet langer dan een halve minuut. ‘Daarom geven we hen een uur de tijd om te reageren, zodat ze zich eerst in veiligheid kunnen brengen’, vertelt Te Braak. ‘Maar de vragen nog later beantwoorden heeft ook weinig zin, want dan kan hun ervaring al beïnvloed zijn door alles wat er in tussentijd is gebeurd.’

De onderzoekers voerden eerst een pilootproject uit op en rond de campus van de VUB waaraan 99 studenten en personeelsleden deelnamen. En dat bevestigde een aantal zaken die ze hadden geleerd uit hun literatuurstudie. ‘Mensen voelen zich veiliger als ze ontsnappingsroutes hebben’, vertelt Te Braak. ‘In de buurt van tramhalte VUB waar dagelijks duizenden studenten langskomen ligt een sportveld dat afgebakend is met een hoog hekwerk. Tijdens reguliere lesmomenten voelen studenten zich daar perfect veilig, maar buiten de gebruikelijke uren minder, omdat er dan andere mensen rondlopen en ze het gevoel hebben niet weg te kunnen.’

Handvatten voor actie

Ook op de campus zelf, die nooit wordt afgesloten, hangt het veiligheidsgevoel samen met de tijd. ‘Overdag voelen de meeste studentes en personeelsleden zich er perfect veilig. Maar als kotstudenten hier ’s avonds langskomen om bijvoorbeeld naar een fuif te gaan en ze zien er een oudere man rondlopen, dan kunnen ze moeilijk inschatten wat die daar komt zoeken en voelen ze zich bedreigd’, vertelt Te Braak. ‘Soms zijn dat gewoon mannen die hun hond uitlaten en geen enkel gevaar vormen, maar of er nu echt gevaar dreigt of niet is voor onze studie niet relevant. Het draait om wat het gevoel van onveiligheid bij mensen aanwakkert, waardoor ze hun gedrag aanpassen. We willen niet wachten op incidenten om in actie te schieten, want dan lopen we altijd achter de feiten aan.’

‘Het project is bewust opgezet als citizen science’, vertelt Te Braak. ‘Burgers hebben de inhoud ervan via de focusgroepen mee helpen vormgeven, voeren het onderzoek via de app uit en kunnen de verzamelde data nadien gebruiken door op de projectwebsite na te gaan hoe veilig verschillende plekken op verschillende momenten aanvoelen en hoe die op een zinvolle manier kunnen worden aangepast om het veiligheidsgevoel te verbeteren. Buurtorganisaties en buurtbewoners kunnen op basis daarvan bij de beleidsmakers pleiten voor specifieke aanpassingen. Maar ze kunnen ook zelf lokale initiatieven opzetten en bijvoorbeeld samen groen aanplanten of zwerfvuil opruimen, wat meestal sneller gaat.’

Betrouwbare data zijn belangrijk, want soms kunnen goedbedoelde ingrepen door een gebrek aan kennis compleet verkeerd uitdraaien. Een heel mooi voorbeeld daarvan is volgens Te Braak wat er is gebeurd in het L28-parkje in de buurt van Tour & Taxis. ‘Op een bepaald moment besloot het Brusselse gewest met de beste bedoelingen om in dat parkje fitnesstoestellen neer te zetten voor de jongeren uit de buurt. Helaas kozen ze daarvoor een wel heel ongelukkige plek. Het ligt namelijk naast het smalle wandelpad dat het oude traject vervangt van tramlijn 28 die vroeger van Tour & Taxis naar Laken liep. Dat ligt dieper en wordt aan beide zijden begrensd door dichtbegroeide wanden die steil oplopen. Vrouwelijke passanten die langs die plek lopen die van ’s morgensvroeg wordt gedomineerd door jonge alfamannetjes die er aan hun spieren werken, worden er nageroepen en nagefloten en hebben het gevoel dat ze geen kant op kunnen. De meeste vrouwen laten sedertdien het pad links liggen.’

Een goed voorbeeld van wat wel kan helpen ontdekte Te Braak in Johannesburg waar hij over dit project ging praten. ‘In de stad die ook voor mij vaak bijzonder onveilig aanvoelt, zijn er bepaalde wijken opgewaardeerd door middel van horecazaken en culturele hubs voor kunstenaars, waardoor die op een paar jaar tijd sterk veranderd zijn en voor veel mensen veiliger aanvoelen. Ook rond het Noordstation, waar heel weinig mensen wonen, zouden we meer moeten werken naar een heterogenere invulling van de publieke ruimte. Door er bijvoorbeeld horecazaken op te starten die tot middernacht open blijven, zouden de straten van de Noordwijk ook buiten de reguliere pendelaarsuren mensen aantrekken en zal het veiligheidsgevoel er langer aanhouden.’

Volgens Te Braak moeten we ook ophouden met steden op te delen in zakencentra, residentiële wijken en commerciële wijken. ‘Als we die functies weer meer zouden vermengen, zal er ook op straat gedurende langere periodes een grotere mix van sociale groepen ontstaan en zal die grotere heterogeniteit mensen een veiliger gevoel geven.’

Officiële uitrol

De onderzoekers hebben het project begin februari officieel uitgerold naar het grote publiek.

Deelnemen kan nog altijd. ‘We zijn op zoek naar een zo heterogeen mogelijke groep mensen, aangezien veiligheidsgevoelens ook sterk afhangen van individuele factoren’, vertelt Te Braak. ‘We zoeken mensen van verschillende leeftijden, met of zonder kinderen, die al dan niet eerder slachtoffer zijn geweest, en met uiteenlopende genderidentiteiten – wat zowel vrouwen, mannen als genderdiverse personen omvat. Ook heteromannen zijn van harte welkom om deel te nemen. Hoewel zij zich gemiddeld minder onveilig voelen, blijken zij in de praktijk relatief vaak betrokken te zijn bij onveilige situaties, bijvoorbeeld doordat zij vaker in confrontaties of gevechten terechtkomen.’

De onderzoekers hopen uiteraard dat er veel mensen deelnemen, maar nog meer dat er veel mensen op veel verschillende plaatsen en op veel verschillende momenten de vragen invullen. ‘Hoe meer data we verzamelen over elk individu, over elke plaats en over elk moment, hoe meer we kunnen zien hoe die veiligheidsbeleving varieert en hoe gefundeerder onze resultaten zullen zijn’, aldus Te Braak.

Deelnemen stopt automatisch na vier weken, dus de onderzoekers voorzien dat ze de eerste resultaten redelijk snel zullen binnenkrijgen. Toch hopen ze dat ze het onderzoek een langere periode kunnen laten lopen, zodat ze er ook de zomermaanden kunnen bijnemen. Brussel is dan op sommige plaatsen bijna uitgestorven en wordt dan ook compleet anders beleefd.

De onderzoekers hopen dat hun initiatief ertoe zal leiden dat iedereen binnenkort zonder angst door Brussel kan wandelen. Zowel door meer bewustwording als door het aanreiken van informatie over onveilig beleefde plaatsen en redenen waarom die als onveilig worden ervaren.

Deelnemers gezocht!

De onderzoekers zijn nog altijd op zoek naar deelnemers die in Brussel wonen of vaak in Brussel komen, zoals pendelaars. Je kan daarvoor de Moment-app downloaden via Google Play of de Apple App Store. Je moet uiteraard je locatie delen, maar de ethische commissie van de VUB ziet erop toe dat die gegevens volledig worden gepseudonimiseerd en dat alles aan de GDPR-regels voldoet. Meer informatie over het project is te vinden op moment.brussels.