Chemische doorlichting: Gin-tonic

Gin-tonic is een cocktail van Gin en Tonic - ligt voor de hand. Weet je ook welke moleculen verantwoordelijk zijn voor de smaak?

In de middeleeuwen al behandelden artsen nier- en blaasproblemen met gin. ­Later brachten de Nederlandse soldaten van Willem van Oranje de kruidendrank op basis van jenever mee naar Groot-Brittannië. Sindsdien veroverde gin in combinatie met tonic de hele wereld.

Gin

Een neutrale, smaakloze alcohol vormt de basis voor gin. De alcohol kan je bereiden door een vergist mengsel van mout, mais, rogge of andere landbouwproducten te destilleren. Na een eerste keer destilleren, herhaal je het proces. Ditmaal voeg je jeneverbessen, planten en kruiden toe die in een korfje in de destillatieopstelling hangen. Elke gin heeft zijn eigen planten- en kruidenmengsel, al zijn korianderzaad, gedroogde citrusschil, anijs, kaneel, nootmuskaat en amandelen veelgebruikte ingrediënten. In een laatste fase verdunt de brouwer het destillaat tot een alcoholpercentage van 37,5 tot 47%.

Kinine.
De schors van de kinaboom.

Tonic

Rond 1570 al gebruikten geneeskundigen in Zuid-Amerika de schors van de kinaboom voor een drank tegen diarree. Ze droogden en vermaalden de schors tot een poeder, dat ze vermengden met wijn.

In 1820 werd het actieve bestanddeel kinine geïsoleerd uit de schors van de kinaboom. Om de bittere smaak van kinine te counteren, losten Britse soldaten in India aan het begin van de 19de eeuw kininepoeder samen met suiker op in koolzuurhoudend water. Indian tonic was geboren.

Monoterpenen

Vluchtige stoffen die tijdens het destillatieproces uit de ingrediënten worden geëxtraheerd, bepalen de smaak en het aroma van gin. Deze stoffen behoren doorgaans tot de klasse van de monoterpenen. Dat zijn organische moleculen die bestaan uit tien koolstofatomen en zestien waterstofatomen (C10H16).

De voornaamste monoterpenen afkomstig van de jeneverbes zijn α-pineen (dennengeur), β-myrceen (harsgeur) en α-terpineol (seringengeur). ­α-limoneen (sterke citrusgeur) komt eveneens voor in jeneverbessen, al kan je het tijdens de destillatie ook halen uit gedroogde citrusschillen. Linalool, aanwezig in korianderzaad, geeft gin een licht kruidige bloemengeur. α-terpineol en linalool bevatten ook een zuurstofatoom. Ze behoren tot de monoterpenoïden, een klasse van natuurproducten afgeleid van monoterpenen.