Sterren zijn meer dan een lichtje aan de hemel: de functie van sterren

’s Nachts, als de lucht helder is, zie je overal sterren fonkelen. Toch zijn ze veel meer dan mooi om naar te kijken. Sterren zijn eigenlijk superbelangrijk. Zonder hen zou er zelfs geen aarde zijn… of mensen, of honden, of chocolade!

Een ster is een gigantische bal van heet, gloeiend gas. In het midden van zo’n ster is het zó warm dat er kernreacties gebeuren. Dat is een soort vuurwerk van energie. Die energie komt naar buiten als licht en warmte. Onze zon is zo’n ster (en dus geen planeet). Ze zorgt ervoor dat planten kunnen groeien, dat het dag wordt, en dat we niet bevriezen. Best handig dus. 

Rond sommige sterren draaien planeten. Daar kan, als alles goed zit, leven ontstaan, zoals bij ons op aarde. Dus je zou kunnen zeggen: sterren geven licht én leven. 

Als sommige grote sterren oud worden, ontploffen ze in een mega-explosie, een supernova. Tijdens die knal ontstaan er nieuwe stoffen. Denk maar aan goud, zilver, koper... Je gouden ring of die oude munt van opa is dus eigenlijk gemaakt van sterrenstof!