Waarom ridders zonder schaamte huilden

Hedendaagse films tonen ridders vaak als stoere krijgers die geen traan laten. De middeleeuwse literatuur vertelt een ander verhaal. Mijn onderzoek laat zien dat middeleeuwse helden veel ‘gevoeliger’ waren dan het moderne cliché doet vermoeden.

In de Roman van Moriaen, een ridderverhaal uit het dertiende-eeuwse Vlaanderen, ontmoeten de beroemde helden Lancelot en Walewein een onbekende ridder: Moriaen. Die ontmoeting mondt al snel uit in een gevecht. Lancelot neemt het tegen Moriaen op, maar geen van beiden weet de ander te verslaan. Zodra ze het gevecht staken, doet Moriaen het droevige relaas van hoe zijn vader hem vele jaren eerder in de steek liet. Dat verhaal laat Lancelot en Walewein niet onberoerd:

Doen ne waser har negeen
Van dire waren onder hen tween,
Noch walewein noch lanceloet,
Hen ne lipen die trane groet
Nederward ut haren ogen,
Doe si die tale horden togen
Dat dien riddere so comen was.
Hen ontfermde sere das:
Si worden bleec ende roet,
Ende ontecten haer ansichte bloet.

Toen was er niemand
Onder hen getweeën,
Noch Walewein, noch Lancelot,
Bij wie de grote tranen niet
Uit de ogen stroomden,
Toen zij hoorden vertellen
Hoe het die ridder was vergaan.
Ze waren hevig met hem begaan:
Ze werden bleek en rood,
En onthulden hun aangezicht.

(Roman van Moriaen, vs. 745-754)

Toen ik deze scène voor het eerst las, was ik enigszins verbaasd. Stoere ridders die zojuist nog met elkaar in de clinch lagen, barsten plots in tranen uit. Dat is toch heel wat anders dan Game of Thrones… Voor moderne lezers is de emotionele omslag onverwacht en misschien zelfs overdreven te noemen. Maar ook als historisch literatuurwetenschapper riep deze scène vragen voor mij op: in de hoofse riddercultuur draaide immers alles om zelfbeheersing. 

Hoofsheid is zelfbeheersing

De middeleeuwse ridderroman was een literair genre waarin het ideaal van ‘hoofse’ beschaving centraal stond. Deze levensstijl kwam vanaf de twaalfde eeuw tot bloei aan de hoven, waar men steeds meer belang gingen hechten aan verfijnde manieren. De belangrijkste regel daarin was zelfbeheersing: van een hoofse ridder werd verwacht dat hij zijn emoties te allen tijde op een evenwichtige manier kon uiten en beleven. Maar als hoofsheid draait om zelfbeheersing, waarom huilen die voorbeeldige ridders dan zo openlijk?

Deze miniatuur toont een strijdveld van gesneuvelde ridders met enkele huilende ridders daarboven. De ridders rouwen om de dood van de ridder Roland met daarboven onder andere de treurende keizer Karel de Grote.

De passage uit de Roman van Moriaen is bovendien geen uitzondering. Ridderromans staan bol van beschrijvingen van hevige emoties. Op het eerste gezicht zijn die soms moeilijk te rijmen met het hoofse ideaal. Om die spanning te begrijpen, onderzocht ik de normen rond emotiebeleving in middeleeuwse ridderromans uit de Lage Landen (ca. 1250-1350). Daarbij keek ik naar welke vormen van gedrag als wenselijk werden voorgesteld. Al snel bleek dat onze hedendaagse blik ons gemakkelijk op het verkeerde been zet.

Emotionele normen

In middeleeuwse romans beleven ridders hun emoties veel heviger en openlijker dan moderne lezers zouden verwachten, zeker in het licht van het hoofse ideaal. Wanneer ridders afscheid nemen van elkaar is intens verdriet vanzelfsprekend. De tranen vloeien rijkelijk en het gemis wordt uitdrukkelijk uitgesproken. Ook wanneer nieuwtjes binnenstromen aan het hof laaien de emoties vaak hoog op. Er volgen innige omhelzingen en kussen, of bij slecht nieuws: geweeklaag en handenwringen. Nergens geven de teksten de indruk dat zulk gedrag niet paste bij het ideaal van de hoofse ridder. Integendeel, juist de voorbeeldige helden laten zulke reacties zien!

In zijn boek Herfsttij der middeleeuwen (1919) beschreef historicus Johan Huizinga de middeleeuwse mens als een kind in volwassen gedaante dat zijn emoties niet te baas kon. Van zelfbeheersing was, volgens Huizinga, geen sprake. Recenter onderzoek heeft echter aangetoond dat de wijze waarop emoties worden ervaren en geuit sterk bepaald wordt door de cultuur waarin mensen leven. Elke samenleving heeft zijn eigen normen rond emotiebeleving: over wat mensen mogen voelen, hoe ze die emoties tonen en hoe die emoties in verhalen worden verbeeld. De ridderroman leert ons dat het openlijk beleven van emoties helemaal geen taboe was voor ridders.

Schrijvers van ridderromans hechtten veel meer belang aan wat mensen met hun emoties ‘doen’. Zelfbeheersing betekende niet het onderdrukken van emoties, maar het omzetten daarvan in ‘hoofs’ gedrag. Daarbij hoorde ook empathie en respect voor de gevoelens van een ander. De reactie van Lancelot en Walewein op Moriaens verhaal laat dat mooi zien: hun tranen maken hen niet minder beheerst of ridderlijk, maar onderschrijven hun empathische vermogens. De ridder die zijn emoties op het gepaste moment toont en vervolgens aanwendt voor de juiste aangelegenheden, bewijst daarmee zijn hoofse karakter.

Mannelijkheid en emotie

De manier waarop ridderromans emoties verbeelden, vertelt ook iets over de ideeën die in de middeleeuwen bestonden over mannen en vrouwen. Zo valt op dat vrijwel uitsluitend mannelijke personages woede ervaren. Woede is in de ridderroman een echte ‘mannenemotie’. Dit sluit aan bij middeleeuwse opvattingen over mannelijkheid. De toenmalige geneeskunde zag het lichaam van de man als ‘warm’ en ‘droog’. Deze eigenschappen werden verbonden met kracht en redelijkheid. Woede gold binnen deze traditie als een ‘warme’, ‘droge’ en daarom mannelijke emotie.

In een tijd waarin de manosphere het beeld propageert van de ‘echte man’ die zijn emoties verbijt, breekt de ridderroman een lans voor emotionele openheid

Tegelijkertijd vertoont deze bevinding een parallel met modern psychologisch onderzoek. Uit verschillende studies blijkt dat mannen vaker aangeven woede te uiten. Onderzoekers verklaren dit onder meer vanuit sociale verwachtingen rond mannelijkheid, waarbij woede ‘traditioneel’ vaker wordt geaccepteerd als uiting van kracht. Ook in de ridderroman krijgen mannelijke personages een rol waarin ‘krachtige’ emoties centraal staan. Maar het ontmoedigen van ‘kwetsbare’ emoties, zoals verdriet, hangt daar geenszins mee samen. Op dat punt wijkt de ridderroman af van moderne patronen. Want terwijl modern onderzoek uitwijst dat (vooral jonge) mannen zich vaak schamen om kwetsbare emoties te uiten, is dat in de ridderroman juist heel gewoon.

Dit brengt mij terug bij Lancelot en Walewein. In het laatste vers lezen we dat ze ‘hun aangezicht onthullen’. Voor het middeleeuwse publiek was meteen duidelijk wat de verteller hiermee bedoelde: de ridders slaan het vizier van hun helm omhoog. Zo tonen ze hun tranen openlijk aan hun tegenstander, zonder enige schaamte! Juist daarin schuilt misschien wel de verrassendste boodschap van de ridderroman. In een tijd waarin online stemmen uit de manosphere het beeld propageren van de ‘echte man’ die zijn emoties verbijt, breekt de ridderroman een lans voor emotionele openheid.

De ridderroman maakt zo niet alleen zichtbaar hoe normen rond emotie en mannelijkheid door de tijd heen kunnen verschuiven; hij heeft onze jonge mannen misschien ook nog iets te leren.

Laurent Breeus-Loos dingt mee naar de Vlaamse PhD Cup 2026. Ontdek meer over dit onderzoek op www.phdcup.be.