Antibiotica kunnen het darmmicrobioom jarenlang beïnvloeden

De samenstelling van de bacteriën in je darmen kan tot acht jaar na een antibioticabehandeling beïnvloed worden door bepaalde soorten antibiotica.

Antibiotica kunnen levensreddend zijn bij ernstige infecties. Maar uit onderzoek blijkt dat veelvuldig antibioticagebruik het risico kan verhogen op bepaalde gezondheidsproblemen, zoals diabetes type 2 en maagdarminfecties. Hoe dat precies in zijn werk gaat is nog niet helemaal duidelijk, maar veranderingen in het darmmicrobioom lijken daarbij een rol te spelen.

Het is al enige tijd bekend dat antibiotica een grote kortetermijnimpact hebben op het darmmicrobioom. Zelfs een enkele antibioticakuur laat al sporen na. Maar hoe lang deze veranderingen aanhouden, was tot nog toe onduidelijk.

Een internationaal onderzoeksteam onder leiding van wetenschappers van de Universiteit van Uppsala besloot het uit te zoeken. Ze brachten het darmmicrobioom van ongeveer 15.000 volwassen proefpersonen die deelnamen aan Zweedse bevolkingsonderzoeken gedetailleerd in kaart. Ze vergeleken het darmmicrobioom van deelnemers die in de voorbije acht jaar verschillende soorten antibiotica hadden gekregen met dat van deelnemers die in diezelfde periode helemaal geen antibiotica kregen voorgeschreven.

Eén kuur

Uit het onderzoek bleek dat er een sterk verband kan worden gevonden tussen het antibioticagebruik van een persoon, de samenstelling van zijn of haar darmmicrobioom en de diversiteit aan bacteriesoorten daarin. Volgens Gabriel Baldanzi, de eerste auteur van de studie, kon het gebruik van antibiotica tot acht jaar geleden in verband worden gebracht met de huidige samenstelling van het darmmicrobioom. Zelfs een enkele behandelingskuur met bepaalde soorten antibiotica liet sporen na.

De onderzoekers ontdekten verder dat de resultaten aanzienlijk verschilden naargelang het type antibioticum dat werd gebruikt. De sterkste verbanden werden waargenomen voor clindamycine, fluorochinolonen en flucloxacilline. Penicilline V daarentegen, het antibioticum dat in Zweden het meest wordt voorgeschreven voor de behandeling van infecties buiten het ziekenhuis, werd in verband gebracht met kleine en kortdurende veranderingen in het microbioom.

Volgens Tove Fall, hoogleraar moleculaire epidemiologie aan de Universiteit van Uppsala en hoofdonderzoeker van de studie, kunnen de bevindingen bijdragen aan toekomstige aanbevelingen over antibioticagebruik, vooral wanneer er gekozen moet worden tussen twee even effectieve antibiotica, waarvan de ene een zwakkere invloed heeft op het darmmicrobioom dan de andere.

Omdat het onderzoek niet verder terugging dan de voorbije acht jaar en het darmmicrobioom van elke deelnemer maar één keer werd onderzocht, verzamelen de onderzoekers momenteel een tweede monster van bijna de helft van de deelnemers om nog beter inzicht te krijgen in de langetermijngevolgen van antibiotica, de hersteltijd van het darmmicrobioom en welke darmmicrobiomen gevoeliger zijn voor verstoring na een antibioticabehandeling.