Is de Nutri-score gebuisd?

Is cola light gezonder dan olijfolie? Eet je beter gesuikerde ontbijtgranen dan gerookte zalm? Het Nutri-Scorelabel dat consumenten moet helpen gezonde keuzes te maken, oogst kritiek. ‘Fake news’, reageren de wetenschappers achter het label.

Wat hebben diepvriesfrieten, loempia’s, Nesquick-ontbijtgranen en light-frisdrank met elkaar gemeen? Ze scoren met een ‘A’ of ‘B’ verrassend goed op het Nutri-Scoresysteem. Dat bestaat uit een voedingsetiket dat via een letter en een kleur aangeeft hoe gezond een product is. Het moet de consument helpen om gezondere keuzes te maken.

Enkele supermarkten zetten het Nutri-Scorelabel een tijdje geleden al op de producten van hun huismerk. Onlangs lanceerde minister van Volksgezondheid Maggie De Block het label officieel. Voedingsbedrijven zijn niet verplicht het label te gebruiken, maar wie de consument via een globale score bijkomend wil informeren over hoe gezond een product is, moet dat voortaan met de Nutri-Score doen.

Frederic Leroy, voedingsbiotechnoloog (VUB) en voorzitter van de Belgian Association of Meat Science en Technology (BAMST) is kritisch voor het label. ‘Traditionele voedingsmiddelen zoals sommige kazen, vis- en vleeswaren worden overmatig afgestraft door hun calorie-, vet- of zoutgehalte. Zonder rekening te houden met hun voedingswaarde. Het systeem levert te veel absurde gevallen op om het geloofwaardig te maken.’

Cola op de salade

‘Bij 99,9 procent van de producten levert de Nutri-Score geen problemen op’

De Franse wetenschappers die de Nutri-Score bedachten, reageerden onlangs op de kritiek. Ze bestempelen de bezwaren als ‘fake news’ en pogingen om het label in diskrediet te brengen. De onderzoekers klagen erover dat critici steeds dezelfde voorbeelden aanhalen om het hele systeem onderuit te halen, ‘terwijl de Nutri-Score bij 99,9 procent van de producten geen problemen oplevert’.

‘Het doel van het label is niet om producten als ‘gezond’ of ‘ongezond’ te classificeren’, schrijven de wetenschappers. ‘Wel om consumenten toe te laten de nutritionele kwaliteit van producten in een oogopslag te vergelijken. Maar dat is enkel zinvol als de vergelijking relevant is.’

De onderzoekers willen vooral dat de consument producten uit dezelfde categorie – bijvoorbeeld ontbijtgranen – met elkaar kan vergelijken. Of dat ze dat doen voor producten die inwisselbaar zijn, zoals een yoghurtje of puddinkje als dessert. ‘Wat voor zin heeft het ontbijtgranen met sardines te vergelijken, of olijfolie met Coca-Cola Zero?’, kinkt het. ‘Het is onwaarschijnlijk dat iemand overweegt sardines als ontbijt te eten, cola op zijn salade te gieten of een fris glas olijfolie te drinken.’

De wetenschappers achter het label geven toe dat het systeem voor verbetering vatbaar is. Diepvriesfrieten scoren goed, omdat het label geen rekening houdt met het frituren. Ook de beoordeling van light-frisdranken – weliswaar arm aan calorieën, maar tegelijk weinig voedzaam en slecht voor de tanden – blijft voer voor discussie.

De onderzoekers wijzen erop dat in de kritiek steeds strategisch gekozen producten terugkeren, zoals sardines die een D-label hebben gekregen. Nochtans bestaan er soortgelijke producten met een B- of A-label. Daarnaast maken critici volgens de bedenkers van de Nutri-Score handig gebruik van de perceptie dat wat ‘traditioneel’ is ook gezond zou zijn. ‘Het is nochtans vrij normaal dat producten zoals Roquefort of Serranoham een E-label krijgen, want ze bevatten veel verzadigd vet en zout. Ook de D-score van gerookte zalm is normaal, gezien het hoge zoutgehalte in vergelijking met verse zalm, die een A-score krijgt.’

Leroy voelt zich niet aangesproken. ‘Ik zie niet in waarom de kritiek op het label fake news zou zijn. De voorbeelden die circuleren zijn toch niet fictief? Dat je enkel producten binnen dezelfde categorie mag vergelijken is een flauwe verdediging: dat is niet hoe consumenten het label in de praktijk gebruiken.’

Dat frisdrank en diepvriesfrieten een goede score krijgen en sardines een slechte kan er bij critici van de Nutri-Score niet in.

Effect in de winkelkar

Doet het label wat het moet doen? Uit onderzoek blijkt dat het Nutri-Scoresysteem duidelijker wordt bevonden dan andere, soortgelijke labels. Het onderzoek toont verder aan dat het de grootste impact heeft op het aankoopgedrag.

Tegelijk lijkt die impact beperkt. Bij experimenten in echte en virtuele winkels blijkt dat de nutritionele kwaliteit van wat proefpersonen in hun karretje gooien er een beetje op vooruit gaat. Het gaat over een vooruitgang van een paar punten op een onderliggende score die van –15 tot 40 gaat (zie ‘Hoe de Nutri-Score wordt berekend’). Welk effect dat heeft op de gezondheid is niet duidelijk.

Volgens Nutri-Scorebedenker Serge Hercberg (Université Paris) is de verandering in de kwaliteit van de aankopen wel degelijk betekenisvol. ‘Een paar punten verschil leidt op populatieniveau al tot minder sterfte aan chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziektes. Daarover bereiden we een publicatie voor. Als er uitgebreid over het label wordt gecommuniceerd, zal het effect wellicht nog groter zijn.’

‘Voedingsbedrijven zullen aan hun producten sleutelen, zodat ze een betere score krijgen. Dat levert gezondheidswinst op’

‘De Nutri-Score kan in haar eentje natuurlijk het complexe probleem van ongezonde voedingspatronen niet oplossen’, vervolgt Hercberg. Hij wijst op een bijkomend voordeel van het systeem. ‘Voedingsbedrijven zullen aan hun producten sleutelen, zodat ze een betere score krijgen. Dat levert gezondheidswinst op.’

Wat dat laatste punt betreft geeft Stefanie Vandevijvere van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid Sciensano Hercberg gelijk. ‘Onderzoek in Australië en Nieuw-Zeeland, waar een soortgelijk label is ingevoerd, laat inderdaad zien dat het tot een herformulering van producten leidt. Daarom is het belangrijk het op zo veel mogelijk producten te krijgen.’

Goede aanvulling

‘De Nutri-Score is niet perfect, maar ze is wel beter dan die kleine lettertjes op de verpakking. Die helpen niets’

De voedingsindustrie reageert sceptisch. Sectorfederatie FEVIA liet al weten voorstander te zijn van één systeem voor heel Europa, dat de lidstaten vrijblijvend nationaal kunnen invoeren. Toen de Europese Commissie in 2010 overwoog een op de Nutri-Score lijkend label verplicht in te voeren, verzette de industrie zich daartegen, met succes. In de plaats kwam een systeem met zogenoemde referentie-innames, dat laat zien hoeveel procent van de verantwoorde dagelijkse hoeveelheid calorieën, vet, suiker en zout een product aanlevert.

‘De Nutri-Score is niet perfect, maar ze is wel beter dan die kleine lettertjes op de verpakking. Die helpen niets’, vindt voedingsdeskundige Patrick Mullie (VUB). Ook bij het Instituut Gezond Leven, dat de voedingsdriehoek opstelt, zijn ze voorstander van het systeem. ‘Als aanvulling op de driehoek en als onderdeel van een bredere aanpak’, zegt Loes Neven. ‘En op voorwaarde dat het systeem indien nodig wordt bijgestuurd. Er moet ook duidelijk over worden gecommuniceerd, zodat de consument weet hoe hij het correct moet gebruiken. Dat de industrie weerstand biedt, is een teken dat dit impact zou kunnen hebben.’