Onderzoekers aan de KU Leuven begrijpen nu beter waarom patiënten met de ziekte van Crohn vaak vroegtijdig hervallen na een darmoperatie. De activiteit van het GPX4-eiwit dat in de darm aanwezig is, speelt daar een rol in.
Beeld: Kleuring om het eiwit GPX4 in beeld te brengen.
De ziekte van Crohn is een chronische aandoening van het spijsverteringsstelsel. ‘De systemen die de darmwand beschermen zijn verstoord’, zegt Sare Verstockt, onderzoeker en expert in inflammatoire darmziektes. ‘Het immuunsysteem raakt in overdrive, met ontstekingen en buikklachten tot gevolg. Toch zijn er nog vele vraagtekens. De enorme verscheidenheid tussen patiënten vormt een grote uitdaging. Patiënten krijgen wel een diagnose maar geen duidelijkheid over het ziekteverloop. Dat weegt zwaar. Bovendien is de ziekte onzichtbaar. Aan de buitenkant is er vaak niets te zien’, verduidelijkt professor Bram Verstockt.
Crohn-patiënten lopen een grote kans om minstens één keer in hun leven een darmoperatie te ondergaan. Vaak hervallen ze kort daarna. ‘We hebben gezien dat mensen met een lagere activiteit van het GPX4-eiwit in hun darmepitheelcellen een duidelijk hoger risico hebben op vroegtijdig herval’, vertelt Sare Verstockt. ‘GPX4 is een antioxidant – een soort brandweerman in de darmcel – die stressvolle ‘brandjes’ blust. Die stress in darmcellen kan bijvoorbeeld ontstaan door een westers dieet rijk aan meervoudig onverzadigde vetzuren.
Als er niet genoeg GPX4 is, stapelt de schade zich op en ontstaat ontsteking.’ Deze nieuwe inzichten zijn gepubliceerd in het vakblad Gastroenterology, in samenwerking met de universiteiten van Innsbruck en Parijs, en kaderen in een lange Leuvense traditie van darmonderzoek.
Het eiwit helpt dus om de kans op herval beter in te schatten. ‘En als we daar ook klassieke risicofactoren zoals roken bij betrekken, krijgen we een nog beter idee van de risico’s. Als volgende stap willen we aantonen dat dit eiwit ook effectief helpt om behandelingskeuzes na een operatie te sturen. We willen vermijden dat patiënten te snel of onnodig medicatie moeten nemen, of dat hoogrisicopatiënten te lang moeten wachten op een behandeling’, aldus Bram Verstockt.
Maar GPX4 is meer dan een stofje dat iets zegt over een toestand. ‘Mogelijk is het een aangrijpingspunt voor toekomstige therapieën. Zo tonen diermodellen dat selenium de activiteit van het GPX4-eiwit verhoogt en darmontstekingen vermindert. Hoewel meer klinisch onderzoek nodig is, opent dit deuren naar nieuwe behandelingen.’