Kankeronderzoeker Diether Lambrechts ontvangt ‘Belgische Nobelprijs’

De Francqui-Collen Prijs 2026 beloont genetisch onderzoek naar kankerbehandelingen. ‘Idealiter ontwikkelen we een vaccin tegen meerdere types van tumoren.’

Foto: VIB

Prof. dr. Diether Lambrechts (Medische Wetenschappen, KU Leuven en VIB) en prof. dr. Patrice Cani (Biologische Wetenschappen, UCLouvain) hebben vandaag de Francqui-Collen Prijs 2026 ontvangen, een van de hoogste wetenschappelijke onderscheidingen van ons land en daardoor ook wel eens de ‘Belgische Nobelprijs’ genoemd. Een internationale topjury – met daarin verschillende voormalige Nobelprijswinnaars beloonde Diether Lambrechts voor zijn grensverleggende genetische onderzoek naar kankerbehandelingen, en Patrice Cani voor zijn baanbrekende ontdekkingen over de impact van darmbacteriën op welvaartsziekten.

Wij hadden een gesprek met Diether Lambrechts, die veel belang hecht aan deze erkenning. ‘De grootste bekroning voor mijn onderzoek is natuurlijk dat onze bevindingen daadwerkelijk een verschil maken voor kankerpatiënten’, vertelt hij. ‘Maar de Francqui-Collen Prijs is een officiële bevestiging daarvan. Het bekroont niet alleen mijn werk, maar ook dat van iedereen met wie ik heb samengewerkt, want alleen was ik daar nooit in geslaagd.’

Kankerbehandeling op maat

Lambrechts is een pionier in de translationele genetica – het vakgebied dat fundamenteel genetisch onderzoek vertaalt naar concrete, klinische toepassingen voor patiënten – en in de gepersonaliseerde oncologie.

In het Laboratorium voor Translationele Genetica dat hij in 2008 oprichtte aan de KU Leuven, onderzoekt Lambrechts er samen met zijn team de biologie van kankertumoren op celniveau. Hij maakt daarvoor gebruik van single-cell sequencing, een techniek waarmee hij de unieke eigenschappen en de werking van elke afzonderlijke tumorcel in kaart brengt en onder andere kan achterhalen hoe kankercellen zich verbergen voor ons afweersysteem, welke cellen goed reageren op een behandeling, en hoe hij de behandeling voor elke kankerpatiënt zo gericht en succesvol mogelijk kan maken.

‘Met single cell sequencing hebben we onder meer ontdekt dat een tumor uit verschillende soorten cellen bestaat’

‘Single cell sequencing is een relatief recente technologie die ons vooral fundamentele inzichten oplevert’, vertelt hij daarover. ‘Een daarvan is de heterogeniteit van tumoren. We hebben met de techniek ontdekt dat een tumor uit verschillende soorten cellen bestaat, maar ook dat geen enkele tumor dezelfde is en dat zelfs geen enkele cel binnen een tumor dezelfde is. Door die techniek tijdens de behandeling toe te passen op biopsies, hebben we concreet in kaart kunnen brengen hoe de heterogeniteit van een tumor evolueert tijdens de behandeling. Dat zijn unieke inzichten, want vroeger bekeken we alle cellen van een tumor samen en misten we 99 procent van wat er in die tumor gebeurde.’

Lambrechts en zijn team pasten de techniek toe op verschillende kankertypes, waaronder borstkanker, en maakten die data beschikbaar voor de hele wereld. ‘De data werden ondertussen al tienduizenden keer gedownload’, vertelt hij. ‘Het is een echt referentiewerk geworden voor hoe tumoren reageren op bepaalde behandelingen.’

Zuurstoftekort

Eerder ontdekte Lambrechts waarom tumoren plots agressiever worden, sneller groeien, sneller uitzaaien en resistent worden tegen therapieën. ‘In cellen zitten enzymes die zuurstof nodig hebben om hun werking uit te voeren’, vertelt hij. ‘Maar tumoren groeien zo agressief dat ze heel snel een tekort hebben aan bloedvaten, en door de slechte bloedtoevoer die daarvan het gevolg is ook een tekort aan zuurstof. Wij ontdekten dat tumoren net dat gebrek aan zuurstof gebruiken om die enzymatische processen aan te passen, of dus dat het zuurstoftekort in tumoren de reden is waarom ze agressiever worden en aan het immuunsysteem weten te ontsnappen. Voortbouwend op die data wordt die abnormale bloedvatvorming in tumoren nu genormaliseerd door bloedvatremmers, waardoor ze meer zuurstof ter beschikking hebben. In bepaalde kankers, zoals longkanker, zijn er nu heel beloftevolle data waaruit blijkt dat het normaliseren van die zuurstoftoevoer gecombineerd met immunotherapie beter blijkt te werken dan immunotherapie alleen.’

Biomerkers

Verder ontdekte Lambrechts voor zowel darm- als eierstokkanker specifieke biomerkers, meetbare indicatoren die iets vertellen over het onderliggende ziekteproces in een kanker. Bovendien ontwikkelde hij genetische testen die deze biomerkers opsporen en een heel duidelijk antwoord geven op de vraag of een patiënt al dan niet baat heeft bij een specifieke behandeling, zoals immunotherapie.

‘Dankzij onze eigen biomerkertest, krijgen patiënten met eierstokkanker goedkoper de juiste behandeling’

Wat dit zo bijzonder maakt, is dat Lambrechts erin is geslaagd om zijn onderzoek ook naar de dagdagelijkse realiteit van patiënten te brengen. ‘Er zijn al miljoenen biomerkers beschreven in tal van laboratoria, maar er zijn heel weinig onderzoekers die erin geslaagd zijn om effectief een verandering te brengen voor iemand die vandaag of morgen een kankerdiagnose krijgt’, vertelt hij daarover. ‘Wij werken heel intensief samen met oncologen uit Vlaamse ziekenhuizen, maar ook met de farmaceutische sector. Zij hebben de financiële middelen om grote klinische studies met duizenden patiënten op te zetten om die biomerkers verder te onderzoeken, er een test voor te ontwikkelen, die door de FDA te laten goedkeuren, die wereldwijd beschikbaar te maken en die effectief tot bij de patiënt te brengen. Zo’n samenwerking is heel uitzonderlijk, waardoor er tot nu toe nog geen vijftig goedgekeurde biomerkertesten bestaan.’

Lambrechts ontwikkelde ook een biomerkertest voor eierstokkanker, terwijl er al een beschikbaar was in Amerika. ‘Het probleem daarbij was dat we alle biopsieën van eierstokkankerpatiënten naar Amerika moesten sturen om ze daar te onderwerpen aan een heel dure en ondoorzichtige test. Daarom gingen wij op zoek naar een alternatieve biomerker en ontwikkelden en valideerden we onze eigen biomerkertest, die ondertussen door het RIZIV wordt terugbetaald. Het zorgde ervoor dat onze eierstokkankerpatiënten goedkoper de juiste behandeling krijgen.’

Kankervaccin

Lambrechts werkt momenteel samen met het UZ Leuven en het UZ Gent aan de ontwikkeling van een nieuw, gepersonaliseerd mRNA-kankervaccin. ‘Uit single cell data van tumoren bleek dat bepaalde T-cellen soms ineens heel dominant worden tijdens de therapie, in het bijzonder bij patiënten die goed reageren op die therapie’, vertelt hij. ‘Wij hebben een unieke methode ontwikkeld om te achterhalen welke de antigenen zijn die die T-cellen herkennen, zodat we die antigenen kunnen gebruiken voor de ontwikkeling van een vaccin tegen die kanker. De bedoeling is om uiteindelijk patiënten te vaccineren tegen de antigenen die in hun tumor zitten. En idealiter ook om een vaccin te ontwikkelen dat tegen meerdere types van tumoren kan worden ingezet en geschikt is voor grotere groepen van patiënten.’ Lambrechts is van plan om het geld van de Francqui-Collen Prijs te gebruiken om klinische studies naar dit vaccin op te zetten.

Co-laureaat Patrice Cani

Ook prof. dr. Patrice Cani (UCLouvain / WELRI) ontvangt de Francqui-Collenprijs 2026 voor zijn onderzoek naar het darmmicrobioom en metabole ziekten. Hij heeft de constante ambitie om fundamenteel onderzoek te verbinden met klinische en maatschappelijke toepassingen. Cani bestudeert de complexe wisselwerking tussen onze voeding, onze darmbacteriën (het microbioom) en welvaartsziekten. Met zijn motto 'In gut we trust' heeft Cani wereldwijd onze kijk op de menselijke darmflora getransformeerd. Hij is een absolute pionier op het gebied van het darmmicrobioom en de connectie met metabole aandoeningen zoals obesitas, type 2-diabetes en hart- en vaatziekten. Dit maakt hem met meer dan 80.000 citaties en een H-index van 124 een van de top 1 procent meest invloedrijke wetenschappers ter wereld.
 
Zijn belangrijkste ontdekkingen in de afgelopen 20 jaar:
Metabole endotoxemie: In 2007 toonde Cani als eerste aan dat een vetrijk dieet leidt tot een 'lekkende darm', waardoor bacteriële toxines in de bloedbaan terechtkomen en daar chronische laaggradige ontstekingen en insulineresistentie (prediabetes) veroorzaken. Deze ontdekking wordt inmiddels wereldwijd in de geneeskundeopleidingen onderwezen.

Akkermansia muciniphila: van lab naar patiënt. Cani ontdekte de gunstige effecten van deze specifieke darmbacterie in de strijd tegen obesitas en diabetes. In minder dan tien jaar bracht hij dit van een fundamentele ontdekking bij muizen naar succesvolle klinische proeven bij mensen, wat vandaag heeft geleid tot een commercieel beschikbaar voedingssupplement. Ook deed hij de toevallige ontdekking dat het pasteuriseren van de bacterie de effectiviteit ervan paradoxaal genoeg nog vergroot.

Dysosmobacter welbionis: een compleet nieuwe bacterie. Recent ontdekte, isoleerde en benoemde zijn team een geheel nieuwe bacterie (tot stand gekomen op Belgische bodem) die bij 70 procent van de gezonde bevolking voorkomt, maar sterk afwezig is bij mensen met obesitas en type 2-diabetes. Deze bacterie beschermt tegen dieet-geïnduceerde obesitas en vermindert ontstekingen.