Nieuw aanknopingspunt voor behandeling van overmatig zweten

Bij een deel van de patiënten blijkt overmatig zweten samen te hangen met een mogelijk behandelbare ontregeling van zenuwcellen.

Naar schatting twee tot vijf procent van de bevolking lijdt aan hyperhidrose. Daardoor zweten ze zo hard dat ze zich meermaals per dag moeten omkleden. Hoewel hun aandoening vaak wordt afgedaan als een oppervlakkig huidprobleem, is de impact ervan op hun dagelijks leven enorm. Niet zelden schamen patiënten zich zo diep dat ze sociale contacten mijden en zelfs depressies ontwikkelen.

Een internationaal onderzoeksteam onder leiding van prof. dr. Frank Bosmans (VUB) zocht tien jaar lang naar mogelijke oplossingen. Door het DNA van meer dan 180 hyperhidrosepatiënten te analyseren, ontdekten ze bij sommigen daarvan genetische varianten in een specifiek eiwitkanaal in hun zenuwen. Dit Nav1.8-ionkanaal werkt normaal als een biologische sluis die elektrische signalen in het zenuwstelsel reguleert. Maar bij een onderzochte familie staat die sluis door een genetische fout te ver open, waardoor het zenuwstelsel dat de zweetklieren aanstuurt overprikkeld kan raken.

Door een genetische fout raken de zweetklieren overprikkeld

Om hun theorie hard te maken, ontwikkelden de onderzoekers een muismodel met dezelfde genetische fout. De diertjes bleken ook meer te zweten, maar van zodra de onderzoekers hen een experimentele stof toedienden die de overactieve zenuwsignalen blokkeerde, verminderde het zweten sterk.

Het team ontdekte verder dat hyperhidrose een complexe aandoening is waarbij verschillende biologische wegen kunnen leiden tot dezelfde overprikkeling. Zo was er bijvoorbeeld een patiënt die een remmende zenuwmutatie had, maar die door een extra mutatie in een lokaal waterkanaal van de zweetklier tóch overmatig zweette.

Vandaag worden ernstige vormen van hyperhidrose soms behandeld met ingrepen die de sympathische zenuwbanen in de borstkas onderbreken, maar dat kan niet bij alle patiënten en veroorzaakt soms ongewenste neveneffecten. Door de biologische oorzaak van de aandoening beter te begrijpen, kunnen op termijn meer gerichte en minder ingrijpende behandelingen mogelijk worden.