Welke invloed heeft hitte op (on)geboren kinderen?

We krijgen steeds vaker te maken met extreme temperaturen. Die beïnvloeden mogelijk de ontwikkeling van baby’s en kinderen.

Extreme temperaturen komen ook in onze regio steeds vaker voor. De gevolgen van hitte reiken echter veel verder dan warme zomerdagen alleen: onderzoek wijst erop dat hitte niet alleen de kans op vroeggeboorte verhoogt, maar mogelijk ook de hersenontwikkeling tot in de adolescentie beïnvloedt. Nederlandse en Spaanse onderzoekers bestudeerden die impact.

In het eerste onderzoek wilden wetenschappers weten of een gemiddeld hogere temperatuur tijdens de zwangerschap ook leidde tot meer vroeggeboortes, een lager geboortegewicht en een baby die kleiner was dan verwacht. Daarvoor vergeleken ze de geboortegegevens van bijna tweeënhalf miljoen Nederlandse baby’s, geboren tussen 2003 en 2017. Door die te koppelen aan lokale KNMI-temperatuurgegevens onderzochten ze welke invloed warme dagen tijdens de zwangerschap hadden op geboorte-uitkomsten.

Wat bleek? Bij elke extra dag boven de twintig graden nam de kans op ongunstige geboorte-uitkomsten een klein beetje toe. Het ging om ongeveer 0,4 tot 0,7 procent hogere quoteringen per extra hete dag voor vroeggeboorte, een lager geboortegewicht en een baby die kleiner was dan verwacht. Concreet daalde het geboortegewicht met ongeveer 1,47 gram per extra warme dag tijdens de zwangerschap.

Vooral gezinnen met een laag inkomen bleken kwetsbaar: daar liep het geboortegewicht per warme dag tot ongeveer drie gram terug. Dat lijkt weinig, maar een warme zomer kan zo tientallen grammen verschil betekenen bij geboorte. Jasper Been, hoofdonderzoeker en kinderarts op de intensive care van het Nederlandse Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis duidt de ernst: ‘In 2023 waren er 11.000 vroeggeboortes. Bij vijfhonderd daarvan vermoeden we dat de hitte de oorzaak is.’

‘In 2023 waren er 11.000 vroeggeboortes. Bij 500 daarvan vermoeden we dat de hitte de oorzaak is’

Hersenontwikkeling

De vraag is echter of de gevolgen van hitte al bij de geboorte stoppen. Daarvoor volgden onderzoekers meer dan drieduizend Nederlandse kinderen, geboren tussen 2002 en 2006 vanaf de zwangerschap tot hun vijftiende verjaardag op. Daarmee wilden ze de langdurige effecten van hitte op de hersenontwikkeling nagaan. Dat deden ze door enerzijds de temperaturen tijdens en na de zwangerschap te meten en anderzijds MRI-scans af te nemen, rond het tiende en veertiende levensjaar van de kinderen.

Op basis van die MRI-scans vonden de onderzoekers een opmerkelijk verschil in de grootte van de thalamus, een belangrijk gebied binnenin het brein dat instaat voor het doorsturen van verschillende motorische en sensorische signalen. Kinderen van wie de moeder tijdens de zwangerschap gemiddeld aan 20,5 graden werd blootgesteld, vertoonden tussen hun negende en vijftiende een tragere groei van de thalamus dan kinderen van wie de moeder tijdens dezelfde periode werd blootgesteld aan gemiddeld 12,5 graden. Via statistische modellen identificeerden de onderzoekers een gevoelige tijdsperiode voor dat effect, namelijk vanaf de zwangerschap tot een vijftal maanden na de geboorte. Een zwangerschapstrimester met een gemiddelde temperatuur van ongeveer 20,5 graden hing samen met een 23 tot 26 mm³ tragere groei van de thalamus tussen het negende en vijftiende levensjaar. De onderzoekers schatten dat het grootste verschil overeenkomt met ongeveer zeven maanden tragere ontwikkeling van de thalamus.

De geschatte impact van blootstelling in de baarmoeder aan een extra dag met een bepaalde temperatuur op de geboorte-uitkomsten (ten opzichte van een dag met een gemiddelde temperatuur van 8–12 °C). LBW staat voor een laag geboortegewicht; SGA voor een kleinere grootte dan verwacht en PTB voor vroeggeboorte.

Aanvullend onderzoek nodig

Ook in de eerste maanden na de geboorte hangen hogere temperaturen samen met een kleinere thalamus op latere leeftijd, al blijft die afname beperkt tot ongeveer vijf mm³. Hoofdonderzoekster Laura Granés (Barcelona Institute for Global Health) benadrukt dat aanvullend onderzoek nodig is: ‘Dit is de eerste studie die het effect van hitteblootstelling op de thalamus nagaat. Om te weten of warmte daadwerkelijk de tragere groei heeft veroorzaakt, zou dit onderzoek gerepliceerd moeten worden, met name bij andere bevolkingsgroepen.’ Dat laatste is nodig omdat bevolkingsgroepen tot op zekere hoogte aangepast zijn aan hun klimaat. ‘De mogelijke gezondheidseffecten van blootstelling aan warmte hangen daarom waarschijnlijk sterker samen met temperaturen die binnen een bepaalde omgeving ongebruikelijk of extreem zijn dan met de absolute temperatuur zelf.’ Daarnaast hing een tragere groei samen met meer externaliserend gedrag, zoals impulsiviteit of agressie. Dat werd gemeten met de CBCL (Child Behavior Checklist). Toch is het nog niet duidelijk wat hier oorzaak of gevolg is. ‘Tijdens de kindertijd en adolescentie ontwikkelen de hersenen zich voortdurend. Daardoor is het onzeker of een tragere ontwikkeling van de thalamus echt een rol speelt in het latere gedrag van de kinderen’, aldus Granés.

Hoe hitte samenhangt met geboorte-uitkomsten en de hersenontwikkeling is dus nog niet volledig duidelijk. Beide onderzoeksteams vermoeden dat biologische processen meespelen. Het zou kunnen dat de doorbloeding van de placenta bij hogere temperaturen vermindert, waardoor de foetus minder zuurstof en voedingsstoffen kan krijgen. Daarnaast zou de warmte kunnen leiden tot veranderingen in stresshormonen en neurotransmitters, die de hersenontwikkeling beïnvloeden. ‘Wat die hitte precies doet met de foetus, is moeilijk te onderzoeken’, duidt Been. ‘Het is onmogelijk om zwangere vrouwen gedurende een langere periode experimenteel bloot te stellen aan warmte, om te onderzoeken wat er gebeurt.’ Toch blijft Been hoopvol: ‘Waar we bijvoorbeeld een stuk makkelijker inzicht in kunnen krijgen, is welke keuzes zwangere vrouwen maken en hoe die de ervaren hitte en gezondheidseffecten beïnvloeden.’

Hitte is niet alleen een individueel gezondheidsprobleem, maar ook een maatschappelijke uitdaging

Beleidsmakers

Want als het over geboorte-uitkomsten gaat, lijken vooral sociaal kwetsbare gezinnen de grootste risico’s te lopen. Volgens Been ligt de grootste verantwoordelijkheid bij de beleidsmakers: ‘Zij kunnen de klimaatverandering afremmen en tegelijk maatregelen nemen die deze kwetsbare gezinnen helpen.’ Granés en Been geven enkele voorbeelden: ‘Overheden kunnen meer bomen en groen aanleggen, schaduwrijke plekken creëren, het stedelijke hitte-eilandeffect verminderen en woningen, scholen en zorggebouwen beter isoleren. En bij de uitwerking van hitteplannen verdienen ook zwangere vrouwen aandacht als kwetsbare doelgroep.’ De onderzoeksresultaten kregen ook al een praktische vertaling. Zo werd in Enschede een fonds opgericht om vrouwen uit achterstandswijken van een ventilator of aircotoestel te voorzien. ‘Maar eigenlijk zouden woningcorporaties die verantwoordelijkheid moeten dragen’, aldus Been.

Zwangere vrouwen doen er goed aan om tijdens hitte verkoeling op te zoeken, voldoende te drinken en zware inspanningen te vermijden. Toch ligt de grootste uitdaging volgens de onderzoekers elders. Hitte is niet alleen een individueel gezondheidsprobleem, maar ook een maatschappelijke uitdaging. Nu extreme hitte steeds vaker voorkomt, zal vooral de manier waarop steden, woningen en zorg zich aanpassen aan een opwarmend klimaat mee bepalen hoe groot de impact op de volgende generatie wordt.

Bron: Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis