De lelijkste eend

Het heeft zestien afleveringen geduurd, maar nu pas besef ik dat de naamgever van deze rubriek nog niet aan bod is gekomen: de eend, of preciezer: de lelijke eend. Maar wie krijgt de eer?

Er bestaan meer dan honderd eendensoorten. Het ‘echte’ lelijke eendje bleek uiteindelijk geen eend maar een zwaan te zijn, en die is veel te mooi voor deze rubriek. De wilde eend ligt voor de hand, maar hoewel ze door haar alomtegenwoordigheid in vijvers en sloten bijna een blinde vlek is geworden, is ook zij te mooi. Kijk maar naar die glanzend groene kop van het mannetje, die onderbroken door een knappe witte halsring overgaat in een keurig gestikte mantel van bruine, grijze en blauwe lapjes, met helemaal achteraan een paar elegant krullende staartveren als speels detail. Het vrouwtje oogt subtieler, maar is zeker even mooi. Ze draagt natuurlijke eyeliner en haar verenkleed bestaat uit een verfijnd patroon van bruin- en beigetinten dat aan boomschors doet denken. Je voelt het al: ook de wilde eend hoort niet thuis in deze rubriek.

Gelukkig schoot tekenares Charlotte wel meteen raak toen ik haar zestien afleveringen geleden vroeg om deze rubriek een gezicht te geven: ze tekende een muskuseend (Cairina moschata), een logge wrattenkop die door domesticatie een bijna cartooneske versie van zijn voorouder is geworden. Het is bovendien niet alleen een lelijke, maar ook een vreemde eend in de bijt. De muskuseend kwaakt bijvoorbeeld niet, maar sist als een slang, en ook de kop heeft iets reptielachtig. En ze zijn individualistischer en minder paniekerig dan de meeste andere eenden.

De muskuseend verschijnt dit najaar voor het eerst in de nieuwe Vlaamse Vogelatlas.

‘Echte’, wilde bedoel ik daarmee, muskuseenden komen oorspronkelijk uit Zuid- en Centraal-Amerika. Mensen fokken ze daar al duizenden jaren voor het vlees. In de zestiende eeuw brachten ontdekkingsreizigers de muskuseend mee naar Europa, waar ze een sterke reputatie opbouwde als leverancier van eendenborsten en als gezellige figurant op kinderboerderijen en in parkvijvers. Ze eten bijna alles, zijn sterk, worden zelden ziek, planten zich gemakkelijk voort en hebben weinig verzorging nodig. Ze kunnen zichzelf goed verdedigen tegen roofdieren en het zijn zorgzame moeders.

Redenen genoeg dus om de eend in huis te halen. Tegelijk blijft hun vroege domesticatie een raadsel. Europese ontdekkingsreizigers beschreven al snel gedomesticeerde muskuseenden in heel Latijns-Amerika, maar hoe en wanneer dit proces precies begon, is nog onduidelijk. Eén aspect is wel ontzettend jammer aan de afkomst van de muskuseend: dat de soort die ik hier beschrijf geen nauwe verwant is van de Australische muskuseend (Biziura lobata). Die eend is volgens ornithologen de allerlelijkste eend ter wereld, zo vertelde Tim Adriaens, ecoloog bij het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) mij. Maar goed, dat is een andere eend en in deze aflevering dus irrelevant. Adriaens zag de wilde voorouder van ‘onze’ muskuseend ooit in een mangrovegebied in Costa Rica: ‘Een prachtige vogel, zwart-brons gekleurd, met nauwelijks wit in het verenkleed en kleine rode wratjes op de kop. Het is veel meer een typische wilde eend, geen vleeseend zoals wij die kennen.’

Die wilde voorouder staat trouwens onder druk. Adriaens: ‘In delen van het oorspronkelijke verspreidingsgebied gaan ze sterk achteruit, vooral door jacht, het rapen van eieren en habitatverlies. En de mangroves waarin ze het liefst verblijven, worden in sneltempo drooggelegd voor stedelijke ontwikkeling, vooral in Mexico en Brazilië.’ Opvallend is dat er, ondanks het vele onderzoek dat is gedaan naar de gedomesticeerde muskuseend (van vleeskwaliteit over broedprestaties tot ziekteresistentie) er ontzettend weinig aandacht gaat naar de wilde voorouder. Die gaat lokaal achteruit, maar krijgt weinig bescherming. Het lijkt alsof we vergeten zijn waar de soort vandaan komt, een beetje zoals bij de kip.

Tegelijk neemt het aantal gedomesticeerde maar verwilderde muskuseenden toe. De muskuseend verschijnt dit najaar zelfs voor het eerst in de nieuwe Vlaamse Vogelatlas. Je kan dat zien als de eerste keer dat de muskuseend officieel erkend wordt als een vogel die hier in het wild voorkomt. Niet dat de muskuseend er op die manier helemaal bij hoort. De vermelding moet vogelaars vooral helpen om de soort te tellen, en op te volgen als de ontsnapte dikkerd ergens voor problemen zorgt. Al relativeert Adriaens dat risico: ‘De gedomesticeerde vorm heeft een beperkte overlevingskans in het wild. Ze zijn vrij sedentair en vaak afhankelijk van bijvoederen. Ze blijven daarom dicht bij de mens.’ En net door die afhankelijkheid eindigen ze vaak daar waarvoor mensen ze ooit naar hier hebben gehaald: in de pot.