Hoe we onze steden kunnen inrichten om diersoorten te helpen

Hoe we onze steden kunnen inrichten om diersoorten te helpen

Delen:

Amerikaanse en Britse wetenschappers¹ onderzochten hoe bewegingspatronen van verschillende diersoorten worden beïnvloed door de omstandigheden in hun leefgebied. In het onderzoek maakten ze onderscheid tussen leefgebieden van lage kwaliteit – plaatsen waar een dier tijdelijk kan overleven, maar waar het niet zijn hele leven kan blijven – en leefgebieden van hoge kwaliteit, een habitat met de juiste omstandigheden en waar de populatie de kans heeft om te groeien. 15 procent van het landschap inrichten als leefgebied van hoge kwaliteit zou al toereikend zijn om een groot aantal dieren te laten overleven.

15 procent van het landschap inrichten als leefgebied van hoge kwaliteit zou al toereikend zijn om een groot aantal dieren te laten overleven

Het bewegingsgedrag van veel dieren onderbouwt die conclusie: als dieren zich in een ongunstig gebied bevinden, bewegen ze zich sneller dan gewoonlijk om op zoek te gaan naar een betere plek. De onderzoekers maakten gebruik van gegevens over 78 diersoorten afkomstig uit zeventig verschillende studies. Het bewegingspatroon in kwestie kwam in 73 procent van de gevallen voor. De wetenschappers kwamen tot de 15/85-verhouding op basis van wiskundige modellen die de verspreiding van de Euphydryas phaeton – een vlindersoort die in het oosten van Noord-Amerika voorkomt – in kaart brachten.

15 procent van het landschap inrichten als habitat van hoge kwaliteit is een streefcijfer dat nu lang niet altijd gehaald wordt. Toch biedt het onderzoek potentieel: ook stedelijke gebieden kunnen volgens de 15/85-verhouding worden ingericht. Insecten en andere dieren hebben al baat bij de aanleg van borders vol inheemse planten op plekken waar nu grasperken zijn.

De wetenschappers hopen dat het onderzoek een nieuw perspectief biedt op stedelijke inrichting en dat stadsplanners met een andere aanpak te werk zullen gaan.

Noten

  1. Crone, E., Brown, L.M., Hodgson, J.A., Lutscher, F., Schultz, C.B. Tufts University, University of Liverpool, Washington State University and the University of Ottawa

Delen:

Vogels die lange afstanden afleggen langs de breedtegraden en zich daarbij oriënteren op de zon, wijken af van hun ideale koers. Dat komt omdat hun interne klok niet meer precies overeenkomt met de stand van de zon, een beetje zoals een jetlag bij mensen.

Rood is niet de enige kleur van bloed. Bij dieren vind je deze levensvloeistof in allerlei tinten.

Dit is een artikel van: Knowable Magazine

Onderzoek met hersenscanners toont aan dat het brein van honden anders reageert op verschillende gelaatsuitdrukkingen bij mensen.

Als kind vroeg Jorg Massen zich al af of vogels ook voor hun plezier vliegen. Intussen is hij gedragsbioloog aan de Universiteit Utrecht en ging hij op zoek naar een antwoord.

Een virusuitbraak in een apenopvangcentrum bood een unieke kans om te onderzoeken hoe een epidemie het gedrag beïnvloedt. Makaken uit kolonies waar de ziekte slachtoffers had gemaakt, bleken achteraf duidelijk terughoudender om besmet voedsel te eten.

De herfst is het seizoen waarin de natuur haar kleurrijkste tapijt uitrolt. Voor veel tuiniers is dat vooral een uitnodiging om de bladblazer boven te halen. Zonde, want in die rommelige laag bladeren krioelt het van het fascinerende leven.

Onlangs versoepelde de Europese wetgeving rond gentech bij planten. Plantenfysioloog Dominique Van Der Straeten ziet mogelijkheden voor de toekomst, maar ook wetenschappelijke inconsequenties in de nieuwe regels.

Verbleekte koralen kunnen herstellen door contact met stukjes gezonde koralen.

De milieu-impact van medisch afval en hygiëneproducten als luiers is enorm.

En blijf op de hoogte van de laatste inzichten in wetenschap en technologie.

Nieuwsbrieven