Klimaatverandering manifesteert zich vooral met hogere temperaturen, meer of juist minder neerslag en veel grilligere weerpatronen. Ze heeft daardoor in veel regio’s een negatieve impact op de productie en kwaliteit van koffie. Vooral Coffea arabica (arabica), veelal de lekkerste en duurste koffie, is zeer gevoelig voor verandering in temperatuur en neerslag. Deze koffie groeide tot nu toe het best in tropische gebieden in de schaduw op een hoogte tussen 900 tot 1.500 meter. De beste arabica’s komen dan ook van de berghellingen van Colombia, Midden-Amerika en Ethiopië. Coffea canephora (robusta), die vooral in de volle zon geteeld wordt in Brazilië en Vietnam, is wat robuuster maar heeft uiteindelijk ook te lijden onder hitte en droogte. Kortom: klimaatverandering heeft tot gevolg dat gebieden die tot voor kort optimaal waren voor koffieverbouw dit niet altijd meer zijn.
We denken bij klimaatverandering al gauw aan hogere temperaturen. Piet Stoffelen, koffie-expert en senior researcher bij de Plantentuin van Meise, wijst erop dat juist veranderingen in het ritme waarin de neerslag valt catastrofaal kunnen zijn voor de koffie. ‘De bloei van de koffie wordt geïnduceerd door de eerste regens na een droge periode. Verandert het neerslagpatroon, dan wordt het ritme van de bloei verstoord.’ Het gevolg kan bijvoorbeeld zijn dat de oogst dan valt in een periode die ook nat is, waardoor het moeilijker wordt de bonen in de zon te drogen of te laten fermenteren en dat doet afbreuk aan de kwaliteit. Nog extremer: in sommige koffieregio’s regent het zo frequent dat de koffieplanten het hele jaar door bloeien. Dit leidt tot uitputting van de planten en een lagere productie en kwaliteit van de bonen.
Geen standaardoplossing
Het effect van klimaatverandering varieert van gebied tot gebied. Er bestaat dan ook geen standaardoplossing voor de problemen die het veroorzaakt voor de koffie. ‘Een aantal van de beste arabica-variëteiten groeit in Midden-Amerika op een hoogte tussen 1.200 en 1.500 meter in de schaduw van het bos’, zegt Glenn Jampol, eigenaar van de organische koffieplantage Rosa Blanca in Costa Rica. ‘Dankzij de gematigde temperaturen op deze plantages ontwikkelen de bonen zich hier zeer langzaam, en dat levert de harde bonen met de beste smaak.’
Stijgende temperaturen dwingen koffieboeren uit te wijken naar hoger gelegen gebieden, als die er tenminste zijn. Zo wordt in Colombia in sommige regio’s inmiddels koffie verbouwd op een hoogte van tweeduizend meter. Zo’n verhuizing naar een nieuwe locatie vergt grote investeringen die pas op de lange termijn worden terugverdiend. Het leeuwendeel van de koffie in Latijns-Amerika wordt verbouwd door kleine boeren die niet over de middelen beschikken om zo’n ingrijpende verandering te financieren.
In Costa Rica manifesteert klimaatverandering zich vooral in de vorm van steeds overvloedigere regen. Dat is een groot probleem voor Jampol, die organische arabica verbouwt in de schaduw van een dik bladerdak van inheemse boomsoorten. Op de open koffievelden in Costa Rica verdampt het overschot aan regen in de hete zon, maar op de schaduwrijke Rosa Blanca-plantage verdampt het water veel minder snel. Jampol: ‘De grond rondom de koffieplanten raakt daardoor verzadigd met water en dat betekent naast erosie, het wegspoelen van de toplaag, ook een verzwakking van de plant.’ Zwakke planten vallen gemakkelijk ten prooi aan ziektes, zoals de gevreesde koffieroest.
Koffieroest kwam volgens Jampol vroeger maar zelden voor op hoogten boven de duizend meter. De schimmel heeft deze barrière inmiddels al lang genomen en is een plaag voor de koffieboeren van Centraal-Amerika. Als leverancier van organische koffie kan Jampol niet de chemische middelen inzetten die het meest effectief zijn tegen koffieroest. De arbeiders van Rosa Blanca zijn daarom begonnen met het snoeien van de bomen. Een minder dik bladerdak geeft de zon meer kans het overtollige water te doen verdampen. Helaas betekent meer zonlicht ook dat de koffie sneller rijpt en daardoor aan kwaliteit inboet.
Juist veranderingen in het ritme waarin de neerslag valt kunnen catastrofaal zijn voor de koffie
Koffieproducenten zijn op zoek naar nieuwe verbouwmethoden. Midden-Amerikaanse koffieboeren experimenteren veel met diversificatie door rondom de koffie andere producten te verbouwen zoals cacao, vanille, mango’s of ook tropisch hardhout. Diversificatie maakt hun inkomen minder afhankelijk van de grillen van het klimaat en de koffiemarkt. Jampol heeft ervoor gekozen zijn koffieplanten te omringen met black eyed peas (crèmekleurige bonen met een zwart ‘oog’ in het midden, red.). Jampol: ‘Deze peulvrucht voorkomt dat er veel onkruid rondom de koffieplant groeit en helpt bovendien met het voorkomen van erosie van de bodem.’
De grootste producent: Brazilië
De prijs van koffie op de wereldmarkt wordt in hoge mate bepaald door het wel en wee van de koffieplanten in Brazilië. In een goed jaar neemt dit land maar liefst veertig procent van de productie van arabica en 25 procent van de productie van robusta voor zijn rekening. Brazilië heeft recent te kampen gehad met hittegolven die de productie van beide soorten nadelig heeft beïnvloed. Daarom zijn ook veel Braziliaanse boeren op zoek naar koelere regio’s om koffie te verbouwen. Andere Braziliaanse boeren investeren in het irrigeren van de koffieplanten om een tekort aan neerslag te compenseren.
Eén ding is zeker: klimaatverandering leidt tot meer onvoorspelbare weerpatronen en dus tot meer onzekerheid over de te verwachten koffieoogsten. Die onzekerheid veroorzaakt automatisch hogere prijzen. ‘Koffie is een grondstoffenmarkt waarop jaarlijks miljarden dollars omgaan’, zegt Jampol. ‘Bedrijven die grotendeels afhankelijk zijn van de handel in koffie willen zekerheid dat ze volgend jaar en het jaar daarna voldoende koffie hebben om te verwerken. Ze bieden daarom nu al op de koffieoogsten van 2026 en 2027.’ Onzekerheid over de omvang en kwaliteit van die oogsten drijft de prijzen van deze futures (termijncontracten, red.) omhoog. Die stijgende kosten worden niet in de toekomst maar onmiddellijk doorberekend naar de consument. Daar komt dan nog bij dat de vraag naar koffie nog ieder jaar toeneemt, vooral nu ook in de Aziatische landen meer en meer koffie wordt gedronken.
Nieuwe variëteiten
Klimaatverandering maakt het volgens Stoffelen nog meer dan voorheen noodzakelijk te zoeken naar nieuwe klimaatbestendigere koffievariëteiten. ‘Arabica wordt al een paar honderd jaar gebruikt als plantageplant en dus is de selectie en veredeling ervan al ver gevorderd. Ook de genenbanken voor de arabica waaruit men voor veredeling kan putten zijn goed uitgebouwd en gescreend, waardoor spectaculaire nieuwe vondsten onwaarschijnlijk zijn. Bij robusta zit dat anders. Deze soort, afkomstig uit het Congobekken, wordt nog maar een dikke eeuw commercieel verbouwd. Dat betekent dat het een genetic resource is waarmee door selectie of veredeling sneller vooruitgang gemaakt kan worden.’
Stoffelen begon reeds dertig jaar geleden met het inventariseren van de koffiediversiteit in Centraal en West-Afrika. ‘Ik wilde met agronomen kijken wat de mogelijkheden waren om deze soorten in gebruik te nemen, maar daar was toen geen belangstelling voor omdat er op dat moment nog weinig problemen waren in de koffiesector.’ Dat veranderde zo’n tien jaar geleden toen de effecten van klimaatverandering op de koffie voelbaar werden en dus ging Stoffelen in Congo weer op zoek naar meer soorten.
‘We hebben in het Congobekken robusta-variëteiten ontdekt met een interessant palet aan smaakprofielen en een grote variatie in cafeïnegehalte’, zegt Stoffelen. Het gaat vaak om variëteiten die goed gedijen in een heter en droger klimaat en op een betrekkelijk arme bodem. Ze zouden daarom na veredeling of door kruising met arabica variëteiten kunnen opleveren die beter bestand zijn tegen klimaatverandering en ook een goede smaak hebben.
Een groot probleem is volgens Stoffelen dat deze diversiteit uit het Congobekken zelden of niet in collecties is ondergebracht en daardoor niet beschikbaar is voor veredelaars. Een bijkomend probleem: de tropische bossen waarin deze koffieplanten groeien worden in ijltempo gekapt. Stoffelen: ‘We moeten proberen die genetische bronnen te behouden, ze kunnen immers de sleutel zijn tot het ontwikkelen van nieuwe, meer veerkrachtige variëteiten.’
Nadat de eerste wilde arabica-planten waren ontdekt in Ethiopië, verspreidde de koffie zich via Jemen razendsnel over de aardbol naar de tropische regio’s die geschikt bleken voor de verbouw zoals Indonesië, Midden-Amerika en Brazilië. Dit proces herhaalde zich zo’n honderd jaar geleden na het ontdekken van de eerste robusta-planten in Centraal-Afrika. Anno 2026 zou zo’n ongebreidelde verspreiding zonder compensatie voor het land van herkomst zeker en vast als biopiraterij worden bestempeld.
Midden-Amerikaanse koffieboeren experimenteren veel met diversificatie door rondom de koffie andere producten te verbouwen
Stoffelen: ‘Om biopiraterij te vermijden, hebben we nu de conventie ter bescherming van de biodiversiteit en het Nagoya-protocol, internationale overeenkomsten die bepalen dat het land van herkomst de soevereiniteit heeft over zijn genetische hulpbronnen.’ Dit betekent dat geen enkel bedrijf of instelling de robusta’s die Stoffelen heeft ontdekt kan veredelen of kruisen met andere variëteiten zonder toestemming van de Congolese overheid. Congo was in de jaren 1970 en 1980 nog de grootste producent van koffie in Afrika, maar door alle oorlogen en conflicten is het land qua koffiecultuur eigenlijk weer terug bij af.
In Costa Rica is Glenn Jampol voor zijn organische plantage ook op zoek naar nieuwe koffievariëteiten die hopelijk beter bestand zijn tegen de toegenomen neerslag en beter resistent zijn tegen koffieroest. Jampol: ‘We zijn zeven jaar geleden begonnen met het planten van Obatá, een variëteit die een betere resistentie heeft tegen koffieroest en andere ziektes. De eerste resultaten lijken goed, maar ik moet nog zien of dat ook zo blijft. Deze koffie heeft een betere resistentie, maar is zeker niet immuun.’ Obatá is een variëteit die op het einde van de vorige eeuw ontwikkeld is door de kruising van Timor Hybrid met Villa Sarchi.
Timor Hybrid, ontdekt op het Indonesische eiland Timor, is uniek omdat het een natuurlijke kruising betreft tussen arabica en robusta. Zo’n kruisbestuiving die dus zonder menselijk ingrijpen tot stand komt is zeer zeldzaam. Koffie-experts hopen dat een kruising van arabica met robusta in veel regio’s een oplossing kan betekenen voor de problemen die veroorzaakt worden door klimaatverandering. Zo’n hybride variëteit moet dan het goede smaakprofiel van een arabica combineren met de hogere productie en resistentie tegen ziektes van de robusta.
Inmiddels kunnen de koffieproducenten, zoals Jampol, al beschikken over verschillende variëteiten die ontstaan zijn door de kruising van een arabica met een robusta. Stoffelen: ‘Toch hebben deze hybriden nog niet echt geleid tot een doorbraak. Het is immers ook niet zo dat wanneer je A met B kruist dat het resultaat C automatisch alleen de goede eigenschappen heeft. Vaak neem je ook minder goede eigenschappen mee en die moet je er dan weer uitkruisen. Het verbeteren van commerciële planten is daarom een continu proces. Je kunt wel resistentie tegen ziektes inkruisen, maar die ziektes evolueren ook en kunnen resistentie weer doorbreken.’
De zoektocht naar nieuwe koffievariëteiten is overigens niet beperkt tot arabica en robusta. Volgens de meest recente inventarisatie bestaan er in Afrika – hoofdzakelijk in het Congobekken en op het eiland Madagaskar – en in Azië 133 verschillende koffiesoorten. Stoffelen heeft ook een aantal daarvan in kaart gebracht. ‘Je kunt kijken of sommige van deze soorten misschien geschikt zijn voor de productie van koffie. Logischerwijs ga je dan aan de slag met soorten die het nauwst verwant zijn met arabica en robusta. Je zou ze ook met arabica of robusta kunnen kruisen om een koffieplant te maken die bijvoorbeeld beter bestand is tegen droogte en ziekte of die een bijzondere smaak heeft.’
Stoffelen maakt duidelijk dat er voor de koffie geen heilige graal is, een oplossing voor alle problemen. Dat komt omdat de effecten van klimaatverandering verschillen van streek tot streek en bovendien zeer onvoorspelbaar zijn. Stoffelen ziet ook dat de noodzaak van een veerkrachtige koffieproductie op gespannen voet kan staan met het gangbare economische denken. Hij zegt: ‘Het hedendaagse landbouwsysteem is gericht op hoge productie en maximale winsten. Die zijn alleen te realiseren onder stabiele en optimale omstandigheden. Door klimaatverandering ontbreekt die stabiliteit: het ene jaar is het te droog en het andere jaar is het te nat.’ Om de grillen van het klimaat op te vangen is een product als koffie juist gebaat bij een zo gevarieerd mogelijk landbouwsysteem en een grote genetische diversiteit.