Gekleurde microplastics kunnen klimaatopwarming verergeren

We weten dat microplastics een risico vormen voor onze gezondheid en het milieu vervuilen. Nu blijkt dat minuscule plasticdeeltjes die in de atmosfeer rondzweven ook kunnen bijdragen aan de opwarming van de aarde.

Microplastics en nanoplastics breken meestal af van plastic producten en synthetische vezels. Ze variëren in grootte, gaande van miljardsten van een meter (nanoplastics) tot enkele millimeters (microplastics) in diameter. Je treft ze overal op aarde aan, onder meer in drinkwater, de darmen van zeedieren en in poolijs. Maar dus ook in de lucht, waar ze volgens een nieuwe studie in Nature Climate Change ongeveer 16 procent zoveel warmte vasthouden als zwarte koolstof, ook wel roet genoemd.

Voor het eerst hebben wetenschappers uit China en de VS gemeten hoeveel zonlicht verschillende kleuren en maten plastic absorberen of weerkaatsen. Vervolgens keken ze naar wind- en weerpatronen om te schatten hoeveel plasticdeeltjes er in de lucht zweven en waar die zich concentreren. Al deze gegevens gingen in een computermodel dat berekende hoeveel extra warmte er door deze deeltjes in de atmosfeer wordt vastgehouden.

Het team ontdekte dat gekleurde micro- en nanoplastics veel meer zonlicht absorberen dan gedacht. Terwijl witte deeltjes het licht vooral verstrooien, kunnen donkere tinten zoals blauw, rood en zwart tot 74,8 keer meer zonlicht absorberen dan ongekleurd plastic. Het probleem daarbij is dat de deeltjes die energie vervolgens omzetten in warmte. 

In sommige delen van de wereld met hoge concentraties plasticdeeltjes, bijvoorbeeld boven de noordelijke Stille Oceaan, bleek hun opwarmende effect bijna vijf keer groter te zijn als dat van het daar aanwezige roet.