Eos Blogs

Niet elke natuurbrand is hetzelfde, zeker niet als er veen in het spel is

Hitte en droogte verhogen het risico op bosbranden, maar zijn niet de enige factoren die bepalen hoe kwetsbaar een bos is.

Verkoolde bomen en wortels, met daartussen onaangetast, nat veen in Tomahawk, Alberta, Canada. Foto door Greg Verkaik.

Op veldwerk in Canada stond ik ooit midden in een afgebrand bos. Zwartgeblakerde grond, bomen herleid tot verkoolde stokjes. Alsof een reus zorgvuldig lucifers in de grond had geplant. Daar middenin: één felgroene plek, alsof het vuur er met een boog omheen was gelopen.

Waarom bleef net die plek gespaard?

Overlevend veen tussen afgebrande bomen die als lucifers geplant lijken, 3 jaar na de brand in Tomahawk, Alberta, Canada. Foto door Jonas Mortelmans.

Hetzelfde weer, een ander vuur

In het nieuws draait het bij natuurbranden bijna altijd om droogte en hitte, en hoe klimaatverandering dit steeds erger maakt. Dat klopt. Warm en droog weer maken natuurbranden waarschijnlijker en gevaarlijker. Maar het vertelt slechts een deel van het verhaal. Dat groene eiland in het verkoolde bos is daar het levende bewijs van.

Wat onze brandkaarten missen

Je kent wellicht de kleurcodes aan de ingang van natuurgebieden, van groen tot rood. Je hoort die codes in de zomer ook regelmatig in het nieuws passeren, wanneer ze veranderen. Ze zijn gebaseerd op de Canadese Fire Weather Index (FWI), die temperatuur, wind, luchtvochtigheid en regen combineert.

De index schat hoe droog de brandstof is, maar kijkt niet echt naar de brandstof zelf. Hij gaat ervan uit dat elk landschap ongeveer hetzelfde reageert op het weer als het referentielandschap waarop het geijkt is.

Voor veel bossen werkt dat opmerkelijk goed. Maar zodra een landschap fundamenteel anders op droogte reageert, bots je op de grenzen van één universeel model. En net daar loopt het mis.

Veen: waar het water beslist

Neem nu veen. In veenbodems ligt organisch materiaal opgeslagen dat over honderden tot duizenden jaren is opgebouwd: een gigantische voorraad brandstof. Normaal is die doorweekt met water, en zolang veen nat is, brandt het heel moeilijk.

Droogt het uit, bijvoorbeeld doordat het gedraineerd wordt voor landbouw, dan verandert het in een enorme brandstapel. Dan brandt niet alleen de vegetatie bovenop; de bodem zelf kan beginnen smeulen, soms wel maandenlang.

En of veen nat of droog is, hangt maar weinig af van het weer van die ene dag. Een gezond veengebied houdt zichzelf grotendeels nat, zelfs tijdens een hittegolf. Het kan dan als een natuurlijke buffer fungeren die zijn omgeving mee beschermt. Precies zoals in Canada, waar groene stukjes veen als eilanden van hoop tussen de verkoolde stammen lagen.

Maar die natuurlijke buffer staat onder druk. Door de klimaatverandering stapelen hete, droge periodes zich op. Als deze vaker voorkomen en langer duren dan de interne mechanismen in het veen kunnen bufferen, droogt het veen uit.

Dit is niet direct een probleem met elke hittegolf. Veel hangt af van de eigenschappen van het veengebied. Grote, uitgestrekte veengebieden zijn veelal beter beschermd omdat ze meer water kunnen opslaan.

Foto van een ondergronds smeulende veenbrand genomen tijdens het Pelican Mountain Experimental Fire. Foto door Greg Verkaik.

En bij ons?

Hoewel ik deze blog begon in Canada, is dit geen ver-van-mijn-bedshow. Veengebieden komen ook in België en Nederland voor. Denk bijvoorbeeld aan de Hoge Venen of de Vallei van de Zwarte Beek in België, of de Deurnese Peel in Nederland.

In deze veengebieden geldt hetzelfde principe: zolang het veen nat blijft, is het moeilijk ontvlambaar. Droogt het uit, dan verandert niet enkel de vegetatie die erop groeit naar meer ontvlambare soorten, maar kan de bodem zelf beginnen smeulen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2020 in de Deurnese Peel.

Dat betekent niet dat de huidige brandgevaarcodes bij ons slecht zijn. De FWI werkt juist uitstekend in zandige dennenbossen en droge heidegebieden. Denk bijvoorbeeld aan de enorme bosbranden in Bordeaux eerder dit jaar, of de Kalmthoutse Heide dichter bij huis. In zulke gebieden speelt wat er onder de grond zit minder een rol.

Elk landschap zijn eigen vuur

Tijdens mijn doctoraat aan de KU Leuven ontdekte ik hoe vaak de standaard index het in veengebieden net fout heeft. Daarom bouwden we een veenspecifieke versie die wél naar het water in de bodem kijkt in plaats van enkel naar het weer. In ons onderzoek toonden we aan dat die het brandgevaar in veengebieden merkbaar beter voorspelt.

De belangrijkste les zit niet in dat ene betere getal, maar in wat het aantoont: één universeel model kan niet elk landschap vatten. In dit geval toont het vooral de rol van water aan. Water beslist wat er überhaupt kan branden, nog vóór de eerste vonk, zoals het ook besliste dat die ene plek in dat ene Canadese bos niet zou branden.