Oceanen krijgen eindelijk broodnodige bescherming

Na twintig jaar onderhandelen is het zover. Op 17 januari treedt een verdrag in werking dat de oceanen bescherming moet gaan bieden. Een historische stap, want tot nu toe gold er op internationale wateren geen enkele vorm van regulering.

Het Verdrag voor de Bescherming van Biodiversiteit op Volle Zee omvat grofweg vier elementen. Het beschermen van grote stukken oceaan, regels rond het rapporteren van milieueffecten, capaciteitsopbouw op vlak van beheer en monitoring en de intentie om mariene genetische hulpbronnen eerlijk te delen. Een grote stap vooruit, aldus Jan Mees, marien bioloog en directeur van het VLIZ (Vlaams Instituut van de Zee). ‘Het is voor het eerst dat er multilateraal afgesproken wordt grote delen van de oceaan te beschermen, met 30 procent als streefdoel. Belangrijk, want voorheen kon je doen wat je maar wilde op internationale wateren die buiten het rechtsgebied van staten vallen.’

Dat het zolang geduurd heeft, ligt deels aan lobbygroepen en landen die liefst zo weinig mogelijk regulering wilden. Toch groeide ondertussen het inzicht in hoe essentieel oceanen wel zijn voor het leven op aarde. Een punt dat door de jaren heen steeds hoger op de politieke agenda is komen te staan, vertelt Mees. ‘Dat is deels de verdienste van de wetenschap, maar ook omdat steeds meer landen blauwe economieën ontwikkelen. Men kijkt naar de zee voor een aantal activiteiten omdat er op land steeds minder ruimte overblijft. Denk maar aan windmolenparken. Daarmee is het besef gegroeid dat dit op een zorgvuldige manier moet gebeuren.’

Mariene reservaten

Een kernpunt van het verdrag is de intentie om 30 procent van ‘s werelds oceanen een beschermde status te verlenen, wat wil zeggen dat menselijke activiteiten zoals visserij daar beperkt worden. De concrete uitwerking van dergelijke mariene reservaten moet nog vorm krijgen. Geen gemakkelijke oefening, zo gaat Mees verder. ‘Het is nu aan landen om voorstellen in te dienen welke stukken van de internationale wateren bescherming verdienen. Ik verwacht dat er over de Stille Oceaan vrij snel een akkoord zal komen om de wateren rondom kleine eilandstaten te beschermen. Maar de grote uitdaging wordt om die status op papier effectief af te dwingen in geval van overtredingen.’

Een ander belangrijk element is een kader voor het opstellen van milieueffectrapporten. ‘Ook in niet-beschermde zones moeten we activiteiten goed reguleren. Denk bijvoorbeeld aan de controversiele diepzeemijnbouw.’ Daarnaast voorziet de tekst expliciet in het delen van de genetische hulpbronnen uit de oceaan. Het gaat om een clausule die de mogelijke baten van biodiversiteit op zee rechtvaardig tussen staten moet verdelen. ‘Dat ligt in de lijn van andere verdragen zoals het Nagoya-protocol, dat een verdeling van genetische hulpbronnen en traditionele kennis vooropstelt. Stel dat een bepaalde molecule uit de oceaan tot een nieuw medicijn leidt, dan moet dat iedereen ten goede komen, niet een enkele speler. Het aanvragen en delen van onderzoek is een kleine administratieve last voor wetenschappers, maar wel essentieel om kennis en expertise te delen met landen die moeilijk toegang hebben tot onderzoek op zee.’

Gezonde oceanen

Misschien is er wel een belangrijke rol weggelegd voor ons land. België heeft namelijk een voorstel ingediend om het secretariaat dat het verdrag praktisch vorm geeft te huisvesten. ‘De andere kandidaat is Valparaíso in Chili. Een beslissing is er nog niet, maar België heeft goede kaarten. We hebben niet veel kustwateren, maar wel heel wat expertise.’

Wat de impact van het nieuwe verdrag zal zijn, moet de toekomst uitwijzen. Mees is alvast optimistisch. ‘Als we erin slagen om 30 procent van de internationale wateren te beschermen en tegelijkertijd werk maken van een goed beheer van de kustwateren, hebben we een heel grote stap gezet naar het herstellen van de biodiversiteit op zee. Dat betekent bijvoorbeeld dat visbestanden zich kunnen herstellen in gebieden die we met rust laten, waardoor de duurzame vangst van vis in andere wateren gegarandeerd blijft. Ten tweede versterken we de biologische koolstofpomp, het mechanisme waarbij de zee een kwart van alle overtollige CO2 die wij uitstoten opneemt en wegschrijft naar de diepzee. Die manier van koolstofverwijdering kost ons niets, maar werkt enkel als we de gezondheid van de oceanen op aarde vrijwaren.’