Gedragsbioloog Jonas Torfs voert aan de afdeling bio-ingenieurswetenschappen van de UAntwerpen onderzoek naar het vaginale en darmmicrobioom van bonobo’s.
Waarom en op welke manier onderzoek je het vaginale microbioom van bonobo’s?
‘We onderzoeken het vaginale microbioom van bonobo's om beter de evolutionaire geschiedenis van dat van mensen te begrijpen. Bij mensen zien we vaak een dominantie van lactobacillen, die melkzuur aanmaken, de vagina zuur houden en zo bescherming bieden tegen infecties van schimmels, bacteriën en dergelijke. We vroegen ons af hoe dit zit bij bonobo's, niet alleen omdat ze samen met chimpansees evolutionair gezien onze nauwste verwanten zijn, maar ook omdat ze door hun socioseksuele gedrag – waarbij ze meermaals per dag met meerdere, vaak vrouwelijke, partners seksueel contact hebben – enorm baat hebben bij een vaginaal microbioom dat hen sterk tegen infecties beschermt.’
‘In de wereldwijde populatie van bonobo's in dierentuinen ga ik daarvoor op zoek naar antwoorden op de vraag hoe het vaginaal microbioom van bonobo's er überhaupt uitziet en of dit microbioom beïnvloed wordt door de vele seksuele contacten die ze hebben. Kan hun microbioom stabiel blijven of is er juist een constante uitwisseling van bacteriën tussen vrouwtjes?’
‘In totaal doen er achttien dierentuinen mee aan het onderzoek, waardoor we vaginale swabs kunnen verzamelen van 121 vrouwtjes, wat overeenkomt met 95 procent van de wereldwijde populatie. Deze staalnames combineren we met gedragsobservaties zodat we kunnen nagaan of er meer bacteriën worden gedeeld tussen vrouwtjes die ook vaker seks hebben.’
Wat is tot nu toe je belangrijkste ontdekking? En wat betekent dit voor mensen?
‘De studie is nog volop bezig, dus we kennen nog lang niet het volledige plaatje. Maar we zien wel al dat bonobo’s in tegenstelling tot mensen geen lage zuurtegraad hebben in de vagina en dat die hen dus geen bescherming biedt tegen infecties.’
‘Dit kan betekenen dat bij bonobo’s de bescherming tegen infecties anders gebeurt. Een van de mogelijkheden is dat bacteriën rechtstreeks met pathogenen interageren en hen zo onschadelijk maken door bijvoorbeeld antibiotica te produceren, maar we weten nog niet of dit zo is.’
‘Hoe dan ook kan dit later nieuwe inzichten opleveren in hoe we bepaalde infecties kunnen bestrijden, ook in mensen.’
Je onderzocht eerder al het darmmicrobioom van bonobo’s. Wat stelde je daarin vast?
‘We onderzochten hoe het darmmicrobioom van bonobo’s veranderde met het verouderen in het wild en in dierentuinen. Zo konden we nagaan welke veranderingen in beide settings voorkwamen, die dan waarschijnlijk algemeen en eigen zijn aan de soort, en welke veranderingen alleen voorkwamen in dierentuinen en niet in het wild, wat dan verouderingsprocessen zijn die eigen zijn aan een moderne levensstijl.’
‘Bij mensen werd bijvoorbeeld al gevonden dat het microbioom in Europa en in Noord-Amerika op hogere leeftijd ‘unieker’ is of dus meer verschilt van anderen, maar dat dat niet zo is in Afrikaanse of Zuid-Aziatische populaties. Maar we wisten nog niet of dit dan te maken had met verschillende levensstijlen of met andere oorzaken. Door ons onderzoek op bonobo's wordt duidelijker dat de levensstijl die je doorheen je leven hebt gehad, een invloed heeft op de manier waarop je microbioom veroudert.’
‘Bonobo's in dierentuinen lijken op een aantal vlakken op mensen in de geïndustrialiseerde wereld: ze krijgen antibiotica, hun dieet is lager in vezels dan in het wild, ze krijgen medische zorgen enzovoort. Deze dieren vertonen ook dezelfde verouderingsprocessen als deze mensen: hun microbioom wordt ook unieker, met meer zeldzame bacteriën.’
‘Bonobo's in het wild verouderen dan weer op de manier die we zien in niet-geïndustrialiseerde menselijke samenlevingen, waarbij die toename in uniekheid niet voorkomt. Dit betekent dat levenslange blootstellingen aan bepaalde zaken, zoals het gebruik van antibiotica, een invloed heeft op latere leeftijd op het microbioom van zowel mensen als bonobo's.’
‘Of dit nu goed of slecht is, moeten we nog verder onderzoeken door bijvoorbeeld te gaan kijken welke stofjes worden aangemaakt in de darmen in die oudere dieren in dierentuinen. Misschien produceren deze bacteriën wel gunstige stoffen die de gezondheid ondersteunen naarmate je ouder wordt. We vonden trouwens ook dat bonobo's die in meerdere dierentuinen hebben geleefd, ook een unieker microbioom hadden, dus het is ook zo dat als je wordt blootgesteld aan verschillende omgevingen – zoals mensen die een paar keer in hun leven ver weg verhuizen – je een unieker microbioom krijgt, ongeacht je leeftijd.’
‘In het algemeen konden we dus door dit onderzoek nieuwe inzichten krijgen in welke microbiële veranderingen een natuurlijk onderdeel zijn van verouderen, en welke veranderingen het gevolg zijn van een moderne levensstijl.’