Een kaart die laat zien op welke plekken ter wereld potentieel fossielen te vinden zijn, het klinkt als de ultieme droom voor paleontologen. Maar financiering en toegankelijkheid beperken de zoektocht naar nieuwe puzzelstukjes van de geschiedenis van het leven.
De kaart, die onlangs gepubliceerd werd, baseert zich op data van al gekende vindplaatsen en geologische informatie. Ze identificeert regio's waar afzettingen van oude ondiepe oceanen te vinden zijn, afzetting die mogelijks fossielen bevatten. Ook toont de kaart welke plekken relatief weinig of helemaal niet onderzocht werden. Zeker voor de meest recente periode in de geschiedenis van het leven, het Cenozoïcum dat 66 miljoen jaar geleden begon, vallen er volgens de data nog heel wat beloftevolle locatie aan te duiden.
Altijd onvolledig
Een erg opwindende publicatie, aldus paleontoloog Oliver Lambert, verbonden aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. 'Zo'n geospatiale database op wereldschaal is een indrukwekkende verwezenlijking. Hoe accuraat de kaart is zal moeten blijken, maar het is zeker iets waar we als paleontologen al lang op zaten te wachten.'
Fossielen zijn essentieel om de geschiedenis van het leven te begrijpen, maar de stock aan fossielen is incompleet. Dat zal altijd zo blijven, verduidelijkt Lambert. 'Fossilisatie is een uiterst zeldzaam proces, dat enkel plaats vindt onder erg specifieke condities. De ene soort fossiliseert al eerder dan de andere. Organismen zonder harde delen bijvoorbeeld zijn zeldzamer. De habitat speelt een rol. Ondiepe wateren brengen meer fossielen voor dan streken waar weinig sedimentafzetting plaatsvond. Ook tijd is een bepalend element. In grote lijnen zijn er minder fossielen terug te vinden naarmate men dieper terug gaat in de tijd. Bovendien moeten we de aanwezige fossielen ook vinden, want veruit de meeste fossielen zitten onbereikbaar diep onder de grond verborgen.'
Maar ook minder wetenschappelijke factoren spelen een rol. Sommige periodes wekken meer interesse op dan andere. Het Cambrium bijvoorbeeld (541 tot 485 miljoen jaar geleden) is beter bestudeerd, omdat de explosie aan soorten die toen plaats vond een sleutelrol speelde in de ontwikkeling van het leven, en dus erg tot de verbeelding spreekt.
'Daarnaast kan je er niet omheen dat het het grootste deel van de paleontologische studies in Europa en Noord-Amerika plaatsvonden. Dergelijk onderzoek vraagt heel wat tijd en middelen, dus wetenschappers werken vaak dicht bij huis. Dan is er de politieke realiteit. Mijn werk bijvoorbeeld spits zich toe op de evolutie van marine zoogdieren. Enkele van de meest beloftevolle locaties liggen in regio's in Indië en Pakistan die momenteel erg moeilijk toegankelijk zijn omwille van veiligheid.'
Gebrek aan financiering
Financiering en institutionele factoren beperken evengoed de kennis van geologie die in de richting van interessante vindplaatsen wijst, zo gaat Lambert verder. 'Meestal ontdekt men nieuwe locaties per toeval, bij graafwerken of zo. Maar geologische data helpt om ons op de goeie weg te zetten. Voor veel delen van de wereld is deze informatie echter onvolledig. In Afrika bijvoorbeeld, omdat het onderzoeksinstellingen ontbreekt aan middelen.'
Er zit dus nog heel wat onder de grond dat paleontologen doet watertanden, zeker in regio's buiten het Westen die nog maar relatief beperkt onderzocht werden. Bovendien verandert de wereld als gevolg van de opwarming van de aarde. 'Neem Antarctica bijvoorbeeld, waar vanonder het smeltende ijs oppervlaktes bloot komen te liggen die nog nooit eerder werden bestudeerd. Daar ligt nog een enorm potentieel aan vondsten die onze kennis van de geschiedenis van het leven kunnen bijstellen.'