Onderzoekers brachten een tsunami uit 2025 in Alaska grondig in kaart, en vonden dat zulke vloedgolven veel vroeger voorspeld kunnen worden.
Rond half zes ’s ochtends op 10 augustus 2025 veroorzaakte een grote aardverschuiving een enorme tsunami in een fjord in Alaska, de Tracy Arm. Het gebied is een toeristische trekpleister, met rondvaartboten en commerciële cruiseschepen, dus als de vloedgolf later op de dag had plaatsgevonden, had hij veel slachtoffers kunnen maken.
Amerikaanse en Britse onderzoekers, die hun bevindingen publiceerden in Science, onderzochten de gebeurtenis heel nauwgezet. In de Tracy Arm-fjord stortte om 5.26 uur lokale tijd een enorme wigvormige rotsmassa naar beneden. Ze kwam van boven de South Sawyer-gletsjer, die in de fjord uitmondt. Tientallen miljoenen kubieke meters materiaal verplaatsten ijs en water, en dat veroorzaakte een krachtige tsunami. Toen de tsunami uit Tracy Arm naar buiten stroomde, stripte ze begroeiing van de steile fjordwanden, op sommige plaatsen tot 481 meter boven het zeeniveau.
Tot tientallen kilometers verderop ontstond een meetbare opwaartse golfkracht. Naast de eerste golf veroorzaakte de aardverschuiving langdurige watertrillingen in het fjord - seiches - die uren tot dagen aanhielden en zowel in seismische als in satellietgegevens waarneembaar waren. Volgens de onderzoekers zou zulke respons specifiek zijn per fjord en zo een seismisch detecteerbaar ‘visitekaartje’ vormen van gevaarlijke fjordprocessen.
De aardverschuiving zelf veroorzaakte seismische golven die overeenkwamen met een aardbeving met een kracht van 5,4 op de schaal van Richter, die wereldwijd waarneembaar waren.
Aan de helling zelf was voor de ineenstorting weinig te zien, maar regionale seismometers registreerden zeker 24 uur voor de aardverschuiving een toename in microseismische activiteit. De gebeurtenissen volgden elkaar steeds sneller op. De dag voordien kwamen ze ongeveer elk uur, maar in de zes uur voor de aardverschuiving namen ze exponentieel toe, met aan het einde elke 30 tot 60 seconden een schok. Soortgelijke voorloperschokken zijn ook waargenomen bij ijslawines op de Iliamna-vulkaan en tijdens aardverschuivingen waarbij geen ijs betrokken was.
De lange resonantie en de seismische activiteit vóór de aardverschuiving, bieden mogelijk nieuwe hulpmiddelen voor het voorspellen en monitoren van vloedgolven door aardverschuivingen in afgelegen gebieden, schrijven de onderzoekers. Zij wijzen op het belang van verder onderzoek om de waarschuwingssignalen beter te leren kennen en begrijpen. Dat is vooral nodig, schrijven ze, vanwege het toenemende risico van dergelijke gebeurtenissen. Naarmate gletsjers zich terugtrekken, de permafrost ontdooit en er meer menselijke activiteit in het Noordpoolgebied komt, stijgen zowel de kans op als de potentiële impact van zulke events.