Hoorapparaat inzetbaar bij gentherapie

07 mei 2014 door Eos-redactie

Australische wetenschappers hebben een manier gevonden om gehoorimplantaten te gebruiken bij gentherapie die – althans bij dove cavia’s – de gehoorzenuw herstelt.

Heel wat slechthorenden kunnen dankzij een zogenaam cochleair implantaat terug klanken waarnemen, maar hun gehoor blijft ver van optimaal. Australische wetenschappers hebben nu een manier gevonden om die implantaten te gebruiken bij gentherapie die – althans bij dove cavia’s – de gehoorzenuw herstelt.

We hebben ons gehoor voor een groot stuk te danken aan 16.000 gespecialiseerde trilhaartjes in het slakkenhuis van het oor die geluidstrillingen omzetten in elektrische zenuwimpulsen. Het afsterven van deze trilhaartjes is dan ook een vaak voorkomende oorzaak van gehoorverlies. Een cochleair implantaat (gehoorapparaat) neemt de functie van die trilhaartjes over, en zorgt er zo voor dat slechthorenden terug in beperkte mate klanken en spraak kunnen horen.

De elektrische impulsen die in het gehoorapparaat worden gegenereerd, stimuleren niet enkel de gehoorzenuw, ze maken de cellen in het oor ook tijdelijk doorlaatbaar voor DNA. Wetenschappers van de University of New South Wales, Australië, maakten van dat principe (electro-gene delivery) gebruik om de werking van neurotrofines, stoffen die ervoor zorgen dat zenuwcellen blijven leven en groeien, aan te wakkeren in specifieke binnenoorcellen van compleet dove cavia’s.

De onderzoekers ontdekten dat de beschadigde gehoorzenuw zichzelf herstelde, zelfs terug groeide en gevoeliger werd voor geluid. Dankzij de ingreep konden de voordien dove cavia’s terug normaal horen. Naast gehoorapparaten moeten ook andere elektrische implantaten bruikbaar zijn voor deze vorm van gentherapie, schrijven de onderzoekers in Science Translational Medicine, waarbij ze bijvoorbeeld denken aan het behandelen van Parkinson met behulp van hersenimplantaten. (kv)