Motivatie: Moeten we trachten naar meer of beter?

‘Hij heeft te weinig motivatie voor zijn examens’

‘Ze moet meer gemotiveerd geraken voor school’

Hierbij lijkt ervan uit gegaan te worden dat er slechts één soort motivatie is en dat deze verhoogd dient te worden. Klopt dit echter wel? 

Uit onderzoek is gebleken dat er vier verschillende types motivatie zijn en dat deze niet allemaal gelinkt zijn aan de verhoopte positieve gevolgen. Het lijkt dus niet enkel een kwestie te zijn van meer motivatie, maar ook van betere motivatie.

Onderzoekers onderscheiden twee grote verschillende vormen van motivatie: gecontroleerde en autonome motivatie. Deze zijn beide ook in twee categorieën onder te verdelen: gecontroleerde motivatie vanuit een externe verplichting, gecontroleerde motivatie vanuit een interne verplichting, autonome motivatie vanuit persoonlijk belang en autonome motivatie vanuit passie (Sierens & Vansteenkiste, 2009).

 

Gecontroleerde motivatie vanuit een externe verplichting

Van deze vorm van motivatie is sprake wanneer leerlingen studeren omdat ze een beloning verwachten of straf willen vermijden vanuit hun omgeving. Ze werken dus niet voor school omdat ze dit graag willen, maar omdat ze een externe druk voelen. Deze druk kan expliciet zijn (bv. een cadeau beloven bij een goed rapport) of impliciet (bv. je ouders niet teleur willen stellen). Ook scholen en leerkrachten maken hier soms gebruik van, denk maar aan dreigen met onaangekondigde toetsen om leerlingen te ‘motiveren’ elke dag hun lessen te herhalen.

Gecontroleerde motivatie vanuit een interne verplichting

Leerlingen kunnen echter ook leren omwille van druk die ze zichzelf opleggen. Hierbij is er wel sprake van interne motivatie, want het is afkomstig vanuit de leerling zelf, maar wordt het gedreven door bijvoorbeeld angst, schaamte of schuld (bv. ‘Ik ben beschaamd als ik minder goede punten haal, dan mijn broer’ of ‘Ik ben bang dat mensen me dom zouden vinden, wanneer ik niet slaag voor mijn examens’). Hierdoor ontstaan gevoelens van conflict en dwang in de leerling.

 

Autonome motivatie vanuit persoonlijk belang

We spreken van autonome motivatie vanuit persoonlijk belang wanneer leerlingen voor school werken om een persoonlijk doel te bereiken. Hierbij is er wel sprake van een keuze, vandaar dat het een vorm van autonome motivatie is en niet ‘gecontroleerd’ wordt door een gevoel van druk of dwang. Een voorbeeld van deze vorm van motivatie is een student die hard studeert voor een bepaald vak, niet omwille van persoonlijke interesse in dat vak, maar omdat hiervoor slagen noodzakelijk is om het uiteindelijke diploma van zijn/haar keuze te behalen.

Autonome motivatie vanuit passie

Autonome motivatie vanuit passie, oftewel intrinsieke motivatie, is wanneer leerlingen studeren omdat ze geïnteresseerd zijn in een onderwerp en hier energie van krijgen, bv. wanneer een leerling oprecht plezier beleeft aan het verwerven van een nieuwe taal. Hierbij is de leeractiviteit het doel op zich. Deze vorm van motivatie waarbij leerlingen oprecht plezier beleven en gepassioneerd zijn door een onderwerp, wordt beschouwd als de meest optimale.

 

Kwaliteit van motivatie

Uit onderzoek komt naar voor dat de twee laatste types van motivatie, de autonome vormen, samenhangen met een groter welzijn, betere resultaten en meer kwalitatief hoogstaand leren (Vansteenkiste, Sierens, Soenens & Lens, 2007). De twee eerste vormen, de gecontroleerde, hangen echter samen met, onder andere, lagere resultaten, verminderde concentratie, meer uitstelgedrag en slechte coping met schoolse problemen.

Het lijkt dus niet zozeer aan de orde om motivatie te allen kosten trachten te verhogen, maar wel om in te zetten op het verhogen van autonome motivatie. Hierbij kan bijvoorbeeld samen met de leerling gekeken worden hoe studeren gekoppeld kan worden aan persoonlijke doelen van de leerling (bv. toekomstdromen).

 

Deze blog werd geschreven door Tessa Weyns, doctoraal onderzoeker aan de KU Leuven. Momenteel werkt ze onder begeleiding van Prof. Karine Verschueren en Prof. Hilde Colpin aan een doctoraat over de invloed van leerkrachten en leeftijdgenoten op de ontwikkeling van kinderen.

Dit blogbericht verschijnt ook op https://opgroeienblog.wordpress.com/.

 

Literatuur

Deci, E.L. & Ryan, R.M. (2000). The ‘what’ and the ‘why’ of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior, Psychological Inquiry, 11, 227-268.

Sierens, E., & Vansteenkiste, M. (2009). Wanneer “meer minder betekent”: Motivatieprofielen van leerlingen in kaart gebracht. Begeleid Zelfstandig Leren, 24, 17-35.

Vansteenkiste, M., Sierens, E., Soenens, B., Luyckx, K., & Lens, W. (2009). Motivational profiles from a self-determination perspective: The quality of motivation matters. Journal of Educational Psychology, 101, 671-688.

Vansteenkiste, M., Sierens, E., Soenens, B. & Lens, W. (2007). Willen, moeten en structuur: Over het bevorderen van een optimaal leerproces, Begeleid Zelfstandig Leren, 37, 1-27.