Het taboe op psychische klachten doorbreken lijkt alleen maar welkom, maar sommigen vrezen onbedoelde neveneffecten: meer hulpvragen en mogelijk zelfs meer klachten. Die hypothese moeten we zorgvuldig en kritisch benaderen én steeds afwegen tegen wat openheid óók oplevert: meer steun en eerder gezien worden. Dat betoogt docent ontwikkelingspsychologie Peter Hoffenaar.
Als het donkere te veel wordt
Als de nachten veel te lang zijn
Als alles veel te veel wordt
Praat erover, praat erover
(Refrein van Praat erover, liedje van Lucky Fonz III uit 2022)
Lucky Fonz III geeft het dringende advies om niet in stilte te worstelen, maar de ander te gebruiken als klankbord of steunbron. Doordat de boodschap verpakt zit in een modieus popnummer dat op Spotify al meer dan 700 duizend keer werd beluisterd, werkt het in de praktijk als een interventie die precies doet wat veel deskundigen bepleiten. Namelijk: het taboe op praten over mentale problemen proberen weg te nemen. Het ligt bovendien voor de hand dat veel luisteraars jong zijn. Zelfs als maar een deel van hen echt naar de tekst heeft geluisterd, kun je nog steeds spreken van een krachtige manier om deze doelgroep te overtuigen van meer openheid.
Een andere poging om het taboe op praten over psychische klachten te doorbreken is de wereld ingebracht door de voetbalclub Norwich City. In samenwerking met Samaritans - zeg maar de Britse tegenhanger van 113 Zelfmoordpreventie - verscheen er rond World Mental Health Day een video op hun YouTube‑kanaal die zich razendsnel over sociale media verspreidde. Dit keer kwam de boodschap niet via muziek, maar door aan te haken op de positieve beleving van voetbal. In een spotje van een paar minuten zien we twee supporters telkens op hun vaste plek in het stadion. Met één van de twee lijkt het niet zo denderend te gaan, maar het is juist het ogenschijnlijk sterke, opgewekte type dat het voetbaluitje aangrijpt om te proberen iets bespreekbaar te maken.
Dat lukt niet en hij komt niet meer in beeld. De overgebleven man drapeert in een dramatisch einde het sjaaltje met de clubkleuren op het lege zitkuipje naast hem. De boodschap is glashelder: mentale problemen kunnen zich verschuilen achter vrolijke gezichten en ogenschijnlijk geslaagde levens, juist bij mannen in de leeftijdsgroep waarin suïcide tot de belangrijkste doodsoorzaken behoort. Daarom moeten we vaker en serieuzer vragen hoe het nu echt gaat met de mensen om ons heen – en goed naar het antwoord luisteren.
Hoewel het misschien lastig is om kritisch te zijn op dit soort initiatieven, wijzen sommigen op een mogelijke keerzijde. Dit soort campagnes zou niet alleen onuitgesproken problemen naar boven kunnen halen, maar óók kunnen leiden tot een grotere hulpvraag en dus meer druk op de al overvraagde hulpverleningsinstanties. Dat roept de gedachte op van een paradox: interventies die bedoeld zijn om problemen vroegtijdig op te vangen en zo de druk op de zorg te verlichten, zouden in theorie juist kunnen samenhangen met een toename van de behoefte aan professionele hulp.
Dit mogelijke, onbedoeld negatieve effect van bewustwordingscampagnes is in 2023 door Lucy Foulkes en Jack Andrews beschreven als de prevalentie-inflatie hypothese. Die hypothese veronderstelt twee samenhangende processen. Ten eerste zouden dergelijke campagnes ertoe kunnen leiden dat mensen alledaagse en kortdurende stress of somberheid gaan zien als een probleem of zelfs als een stoornis. Ten tweede zou zo’n zelf toegekend label vervolgens beïnvloeden hoe iemand over zichzelf denkt en met problemen omgaat: wie zichzelf als ‘iemand met angst’ ziet, kan zich bijvoorbeeld meer gaan terugtrekken uit sociale situaties, waardoor de klachten eerder in stand blijven of verergeren (een self‑fulfilling‑prophecy‑effect). Als beide processen tegelijk optreden, zou dit ertoe kunnen leiden dat zelfgerapporteerde klachten minder goed zichtbaar maken wie een ernstige psychische aandoening heeft, omdat alledaagse moeilijkheden door ouders, jongeren en leerkrachten steeds vaker als symptomen van een mentale stoornis worden gezien.
Belangrijk is dat dit een hypothese is, geen vastgesteld feit. Foulkes en Andrews benadrukken dat het om een nog te toetsen idee gaat en hebben meteen bij de introductie ervan opgeroepen om na te gaan of de voorspellingen die uit de hypothese af te leiden ook gestaafd worden. Toch kozen neuroloog Yara Toenders en collega’s van het programma Healthy Start – een transdisciplinaire samenwerking tussen Erasmus Universiteit Rotterdam, Erasmus MC en TU Delft rond het mentaal welzijn van jongeren – voor deze misleidende formulering in hun recente position paper in in vakblad Jeugd in ontwikkeling: “Zo is het taboe om over mentale gezondheid te praten afgenomen, wat heeft geleid tot een verandering in hoe we over mentale gezondheid spreken in de afgelopen decennia. Hierdoor wordt het voor jongeren mogelijk makkelijker om hun mentale gezondheidsproblemen te benoemen (Foulkes & Andrews, 2023)”. Alleen het woordje ‘mogelijk’ duidt hier nog op een nog te toetsen vermoeden of veronderstelling.
Beschermende netwerken
Ook in een recent opiniestuk in NRC van Levi Van Dam en Jim Van Os lezen we dat jongeren zich de taal van psychologen eigen hebben gemaakt. Dit ondersteunt hun standpunt dat er geen mentale gezondheidscrisis onder jongeren is: “De toename in zelfgerapporteerde klachten zegt dus misschien niet dat jongeren mentaal vastlopen, maar dat ze betere woorden hebben gevonden voor hun gevoelens”. Even verderop schrijven de auteurs over “de nieuwe openheid” en is wat eerst nog voorzichtig werd gebracht (“Het zou dan ook kunnen dat…”) al bijna een bewezen iets geworden. Hier past niet de term misleiding, maar de zaken worden wel subtiel mooier voorgesteld dan zij in werkelijkheid zijn.
Tenslotte duiken Foulkes en Andrews op in de Mulock-Houwer-lezing van hoogleraar orthopedagogiek Laura Batstra (Rijksuniversiteit Groningen), die zij op 25 november van 2025 uitsprak in het Kinderrechtenhuis in Leiden: “Dit noemen onderzoekers de prevalentie-inflatiehypothese: door jongeren de hele tijd maar te vertellen dat het slecht met ze gaat, beschouwen zij zichzelf ook eerder als mentaal ziek”. Dit is niet correct: “de hele tijd maar vertellen dat het slecht met ze gaat” is niet hetzelfde als het normaliseren van mentale klachten. De zorgen over onbedoelde negatieve effecten van bewustwordingscampagnes (inclusief aandacht op sociale media en het taalgebruik in kranten of op blogs) zijn niet gekoppeld aan de negatieve boodschap over het functioneren van jeugdigen, maar aan de uitbreiding van taal en labels rond mentale gezondheid.
Wat in al deze voorbeelden schuurt, is dat een jonge en nog nauwelijks onderzochte hypothese wordt ingezet om stevige conclusies te trekken over jongeren, hun taalgebruik en de vermeende afwezigheid van een crisis. Tegelijkertijd blijft staan dat er goede redenen zijn om te verwachten dat bredere en kwalitatief betere informele steunnetwerken juist beschermend werken. Als vrienden, familie, sportcoaches en teamgenoten door universele preventiecampagnes beter leren luisteren en sneller aan de bel trekken, ligt het voor de hand dat problemen eerder worden gedeeld en vaker buiten de formele zorg om worden opgelost. De vraag is dus niet óf deze campagnes effect hebben, maar meer welke effecten zwaarder wegen: een mogelijke inflatie van gerapporteerde problemen en hulpvragen, of de versterking van draagkracht en veerkracht.
Referenties
Ahuvia, I. L. (2024). Refining the prevalence inflation hypothesis: Disentangling overinterpretation from self-fulfilling prophecies. New Ideas in Psychology, 75, 101106. https://doi.org/10.1016/j.newideapsych.2024.101106
Foulkes, L., & Andrews, J. L. (2023). Are mental health awareness efforts contributing to the rise in reported mental health problems? A call to test the prevalence inflation hypothesis. New Ideas in Psychology, 69, 101010. https://doi.org/10.1016/j.newideapsych.2023.101010
Toenders, Y. J., Crone, E., Muetzel, R., Achterberg, M., Bakkali, A., van den Bedem, N., Borkhuis, E., Figueroa, C., Van der Hallen, R., Harrewijn, A., Jansen, P., Schaap, J., Tempelaar, W., de Veld, D., & Remmerswaal, D. (2025). A Healthy Start: Een Mentaal Gezonde Basis voor de Huidige Generatie Jongeren. Jeugd in Ontwikkeling. https://doi.org/10.54447/JiO.19550
Van Dam, L., & Van Os, J. (2025). Er is geen mentalegezondheidscrisis onder jongeren. NRC Handelsblad.
Batstra, L. (2025). Ruimte maken voor verschillen (14e Mulock Houwer-lezing). Nederlands Jeugdinstituut/Defence for Children.
Norwich City FC & Samaritans. (2023). Check in on those around you [Video]. YouTube.