Verhoogd risico op dementie bij mensen met een ernstige, chronische psychische aandoening

Mensen met een ernstige, chronische mentale aandoening zouden een meer dan twintig keer verhoogde kans hebben op dementie tussen hun 30 en 39 jaar. Ook het risico op herseninfarcten zou toenemen.

Daarvoor bekeken Spaanse onderzoekers de medische dossiers van bijna 700000 mensen. Ze vergeleken het voorkomen van dementie en herseninfarcten bij mensen met en zonder ernstige psychische stoornis tussen de leeftijd van 20 en 99 jaar. Daarbij gaat het om aandoeningen die levenslang spelen, zoals schizofreniespectrumstoornissen, bipolaire stoornissen of ernstige depressieve stoornissen.

‘Wij als dokters mogen niet vergeten om ook te kijken naar vasculaire risicofactoren zoals een hoog cholesterol en een hoge bloeddruk wanneer we iemand met chronische psychische aandoeningen ontvangen’

Wat bleek? Mensen met een ernstige mentale aandoening hebben gedurende hun hele volwassen leven een verhoogde kans op dementie. Wel waarschuwen de onderzoekers dat het om een samenhang gaat, en niet om een oorzakelijk verband. Professor en neuroloog Sebastiaan Engelborghs (VUB en UZ Brussel), niet betrokken bij het onderzoek, verduidelijkt: 'Wie een chronische mentale aandoening heeft, ontwikkelt niet noodzakelijk dementie. Hoewel we niet goed weten waardoor deze mensen een verhoogd risico lopen, zijn er wel heel wat factoren die dementie kunnen afremmen: een gezond eetpatroon en een sterk sociaal netwerk zijn er enkelen van.'

Ook op jonge leeftijd

Bij het vergelijken van mensen met en zonder ernstige mentale aandoeningen viel de onderzoekers nog iets op: ook op jonge leeftijd was het verschil in dementierisico al aanzienlijk. Tussen 30 en 39 jaar was het risico op dementie minstens twintig keer hoger dan in de controlegroep zonder mentale aandoeningen. Binnen die leeftijdsgroep had ongeveer één op de 200 mensen met een ernstige mentale aandoening dementie, tegenover ongeveer één op de 5000 mensen in de controlegroep. Engelborghs benadrukt daarom hoe belangrijk het is om mentale aandoeningen tijdig te diagnosticeren en te behandelen: ‘Onderzoek bij bipolaire stoornissen toont dat het dementierisico toeneemt naarmate iemand meer stemmingsepisoden doormaakt. Dat onderstreept het belang van een goede behandeling die herval zoveel mogelijk voorkomt.'

Voorkomen van dementie en ischemische beroerte per leeftijdsgroep bij mensen met en zonder ernstige mentale aandoeningen (SMI).

Daarnaast lopen mensen met een ernstige mentale aandoening ook een verhoogd risico op herseninfarcten. Dat risico is beduidend hoger dan bij de controlegroep tot de leeftijd van ongeveer 69 jaar. De onderzoekers vermoeden dat de verschillen daarna terug afzwakken door de ‘overlevingsbias’: wie op jongere leeftijd een beroerte (waaronder herseninfarct) krijgt, heeft mogelijk een grotere kans om eraan te overlijden. Daardoor blijft op latere leeftijd een relatief gezondere groep over van mensen die de beroerte hebben overleefd.

Overigens staan herseninfarcten en dementie niet altijd los van elkaar. Engelborghs legt uit hoe beide op elkaar kunnen inwerken: ‘Als mensen een verhoogd risico hebben op hart- en vaatziektes door bijvoorbeeld roken, een te hoog cholesterol of overgewicht, dan kan dat leiden tot atherosclerose (of 'slagaderverkalking') en herseninfarcten, wat ook vasculaire dementie kan veroorzaken.’
Tot slot benadrukken zowel de onderzoekers als Engelborghs de nood om stil te staan bij de algehele gezondheid van mensen met chronische mentale aandoeningen: ‘Wij als dokters mogen niet vergeten om ook te kijken naar vasculaire risicofactoren zoals een hoog cholesterol en een hoge bloeddruk wanneer we iemand met chronische psychische aandoeningen ontvangen’, besluit Engelborghs.