Eos Blogs

Water koken: een koud kunstje? Waarom een blinde persoon kieskeurig wordt over schenktuiten

Theezetten lijkt vanzelfsprekend, maar weinig mensen kunnen vertellen hoe de waterkoker er exact uitziet of gebruikt wordt. Op het werk mijn vingers verbranden was een uitnodiging om daar eens dieper over na te denken.

Het wekkertje dat me eraan herinnert om pauze te nemen, is al even afgegaan. Tussen alle geconcentreerde gedachten door denk ik dat een theetje drinken me deugd zou doen. Ik zet de hoofdtelefoon af en overweeg om een collega te onderbreken die kan vertellen welke soorten thee er zijn, maar ik wil niets extra’s vragen omdat ik blind ben.

Vrij vlot tastend neem ik de smartphone van tafel en sta op van mijn bureau. Oplettend voor de deur die misschien niet volledig openstaat, ga ik naar de keuken. In een kast staan doosjes met theezakjes waarvan de geur de smaak verklapt, maar ik vind niet wat ik zoek. Er staat ook een mandje met losse zakjes. Ik ontgrendel de smartphone, open de Seeing AI-app en houd zakje na zakje onder de lens. De tekstherkenning leest de soorten voor. Zo maak ik stapeltjes van waar ik misschien, zeker niet of absoluut wel zin in heb. Eén theezakje leg ik apart, en de rest verdwijnt terug in het mandje.

Ik leg mijn smartphone op het keukenwerkblad en vind de waterkoker op de houder. Ik klik het deksel open. Met mijn ene hand zoek ik eerst naar de juiste plek voor de kan onder de kraan en vervolgens de hendel om de kraan te openen. Opluchting, dat de waterkoker op zijn vertrouwde plek staat en dat er geen obstakels op het aanrecht staan. Ik vroeg me al meermaals af of de collega’s zicht hebben op de keuken, of ze zoals in een panopticum kunnen zien wat er gebeurt. Vanzelfsprekende handelingen worden ineens een ding als iemand op je vingers kijkt. Mijn hand laat de kraan stoppen met stromen en klikt het deksel dicht. We verplaatsen ons naar de houder van de waterkoker, zetten de kan erin en duwen op het voelbare knopje om het water te verwarmen.

Eigenlijk zijn dit onderzoeksvragen: wat leert deze situatie ons over blindheid, ontwerp en alledaagse handelingen?

Eerst spoor ik mijn smartphone terug op. Ik leg hem opzij zodat die niet in het zwembad belandt als ik mors. Daarna hervind ik mijn focus. Ik probeer de meest linkse kastdeur en zoek een tas: geen klein kopje, maar een mok met een stevige, brede bodem. De kleur of opdruk is bijkomstig; de stabiliteit is belangrijk. Ik doe het theezakje in de tas, en houd het koordje met wat marge onder de vingers die het oor van de tas omklemmen. De andere hand reikt naar de warme kan, vindt het handvat en we komen dichterbij. De hand-met-tas boven de spoelbak. De kan-met-hand zoekt de rand van de tas. Bij contact schuif ik de kan wat over de rand om vertrouwen te tanken dat ik de juiste positie vond.

Ik schenk.

Ik schrik zelfs niet als het hete water toch over mijn vingers gaat.

Geroutineerd zet ik de tas en de kan op het keukenwerkblad en stop mijn hand onder de kraan. Terwijl denk ik: “De schenktuit van de kan zat iets te hoog ten opzichte van de tasrand; straks wat bijstellen.” En “Thuis lukt me dit, wat zou er anders zijn?” Maar ook “Hoe gaan we dit in de toekomst vermijden?”.

Eigenlijk zijn dit onderzoeksvragen: wat leert deze situatie ons over blindheid, ontwerp en alledaagse handelingen? Opnieuw overweeg ik mijn opties: ik zeg voortaan luidop dat ik zin heb in thee en laat me bedienen. Neen, zelfstandigheid voelt als de norm, dus het moet, net als iedereen dat doet. Als ik niet ondernemend ben, houd ik het idee van hulpeloosheid in stand. Of, ik ga met veel drama het bureau weer in, om te stellen dat deze werkplek onveilig is. Te veel slachtofferrol, kwaadheid en beschuldiging. Ik wil meer met de situatie doen dan ze eenmalig oplossen. Of: een creatief experimentje. Ik start een vergelijkende studie naar waterkokers.

Ik besluit collega’s in te lichten dat ik mijn computerwerk moet pauzeren om alternatieve ervaringen en aangepaste gebruiken, te verzamelen. “Als je veel theedrinkt, kan je misschien een thermos zetten, zo is de kans dat je op je vingers giet al minstens kleiner.” Klopt, en in het theeseizoen een vaak toegepaste praktijk. “Wij volgen een fiche die per toestel of handeling in de wooncontext de technieken voor ADL [algemeen dagelijks leven] bundelt”. De ergo-tips zijn: “Neem een grotere tas en verwarm het water in de microgolfoven”. Dat kan, maar hoe werkt de microgolfoven op mijn werkplek? “Kies een waterkoker [waarvan de houder met snoer los is van de kan] en vul die alleen met de benodigde hoeveelheid koud water om overlopen van de tas te voorkomen.” Ook goed, maar hoe krijg ik het water in de tas en niet ernaast?

Dit is ‘crippen’: tools en het lichaam anders en niet steeds hetzelfde gebruiken

Blindheid maakt de eenvoudige handeling veel meer gelaagd. Juist die alledaagse geleefde ervaringen met blindheid, binnen disability studies ook wel ‘blind perceptions’ genoemd, maken dat ik in elk onderzoek naar die andere creatieve handelingswijzen zoek. Ik haal de inspiratie bij wie ervaring heeft. Er bestaat immers een gemeenschap die voortdurend kennis ontwikkelt, deelt en verfijnt. Daarom lanceer ik een vraag in de WhatsApp-groep Blind Life Hacks: “Ik ben op zoek naar wat ideetjes om thee te zetten. Ik weet dat je een tas in de microgolfoven kan zetten, maar specifiek ben ik op zoek naar trucjes die mensen hebben voor het gebruik van een waterkoker.” Uiteraard gebruikt niet iedereen een waterkoker. Daarom geeft dit meer dan een verzameling tips. Door ervaringen naast elkaar te leggen, wordt zichtbaar wat ik zelf niet had kunnen bedenken. Dus ik lees over soorten koffiezetmachines met alleen heet water of theepads, waarbij het water niet kokendheet is maar wel meteen drinkbaar. Iemand stelt voor om een druppelsensor te overwegen, zo’n handigheidje op de rand van de tas dat geluid maakt als die bijna vol is. Iemand zet de mok altijd in de gootsteen zodat morsen tijdens het inschenken niet gevaarlijk is. Iemand houdt een vinger bovenaan de tas “want je kunt door dat herkenbare geluid sowieso goed horen of die bijna vol is en je voelt de damp zodra die je vinger bereikt”. Iemand stelt: “Het belangrijkste is dat die tuit heel goed op de rand van je tas kan rusten om in te schenken”.

Met al deze ideeën kon ik aftoetsen hoe gedeeld mijn werkwijze van thuis is. Ik verbeeld me mijn waterkoker en bedenk dat de schenktuit aan de kan een dikker randje heeft en eerder gebogen is, waardoor die ietwat om de tasrand krult bij het schenken. Er zit ook een soort korte knik in de kan, dicht bij de tuit, waar de tas tegen leunt. Zo ontdekken we dat een waterkoker niet zomaar een waterkoker is, en dat er rechte en afgeronde, egale en verdikte schenktuiten zijn. Hoewel het uitdagend is om die verschillen, die banaal lijken, concreet genoeg te beschrijven, hebben ze betekenis. Hier ontstaat een ‘activist affordance’: zodra we de waterkoker niet langer bekijken vanuit het ontwerp, biedt die andere mogelijkheden.

Misschien moet ik voor de werkplek op zoek naar een kan met een andere schenktuit. Ik bedenk alvast allerlei argumenten om te onderhandelen over een eventuele ruil, maar alle waterkokers die ik er kon vinden, blijken een rechte, vormloze schenktuit te hebben…

Achteraf besefte ik dat het hier eigenlijk niet alleen over theezetten ging. Onderweg ontstond er kennis. Door het omgaan met uitdagingen toon ik iets anders dan afhankelijkheid, onkunde of tragedie, en vergroot ik voor mezelf de mogelijkheden om te participeren. Ook andere onderzoekers die vanuit geleefde ervaringen over handicap schrijven, laten zulke vindingrijkheid zien. Anaïs Van Ertvelde improviseert met de koffiepot die gemaakt werd voor twee symmetrische handen met tien gelijke vingers. Sunaura Taylor brengt een kopje naar de tafel met haar mond in plaats van met haar handen. En ik word net zo kieskeurig over de soort schenktuit van de waterkoker als over de thee die ik ermee zet. Dit is ‘crippen’: tools en het lichaam anders en niet steeds hetzelfde gebruiken. Daardoor wordt ook blindheid een specifieke positie die iets nieuws zichtbaar maakt. Beperking volledig en in detail ontrafelen, laat toe om gewoontes en samenleven kritisch en collectief te herdenken. Vandaag probeer ik die manier van kijken niet alleen zelf toe te passen, maar ook ruimte te maken voor geleefde ervaringen in wat we weten, ontwerpen en veranderen. Wanneer één waterkoker al zoveel kleine uitvindingen verbergt, welke andere alledaagse rituelen verdienen dan nog zo'n nauwkeurige ontleding?