Wiskundig model helpt de evolutie van grote breinen beter begrijpen

13 maart 2017 door AB

Het menselijk brein is de afgelopen 2 of 3 miljoen jaar bijna 3 keer zo groot geworden. Waarom dat gebeurde weten we eigenlijk niet.

De wetenschappers konden vervolgens kijken hoe groot het brein zou moeten zijn om deze taken uit te voeren. Omdat bekend is hoe groot het brein was op verschillende tijdstippen in de evolutie, althans volgens schattingen, kunnen de wetenschappers nu berekenen of vooral culturele of ecologische factoren of juist contacten met anderen het brein steeds groter maakten.

‘Het model is ontwikkeld zodat wetenschappers kunnen onderzoeken welke factoren een rol speelden bij de evolutie van het grote menselijke brein, aldus de hoofauteur Mauricio González-Forero. ‘Ook is het interessant om te onderzoeken waarom de hersenen van andere intelligente dieren steeds groter werden, zoals olifanten en walvissen’.

Het is voordelig om een groot brein te hebben in gebieden waar voedsel schaars is
We weten eigenlijk niet waarom het menselijke brein steeds groter werd

Wetenschappers van de Universiteit van Lausanne in Zwitserland hebben een wiskundig model ontwikkeld waarmee zij kunnen berekenen hoe groot een brein is, afhankelijk van evolutionaire scenario’s. Grotere hersenen hebben meer cognitieve vermogens en verbruiken ook meer energie. Dit betekent dat we bijvoorbeeld goed leren, een beter geheugen hebben en meer informatie verwerken dan dieren die in verhouding tot hun eigen lichaam kleinere hersenen hebben.

Het is nog onbekend waarom precies we steeds grotere breinen kregen. Wetenschappers vermoeden dat contact met anderen, culturele en ecologische factoren van invloed waren. Met culturele factoren bedoelen de onderzoekers het doorgeven van informatie om in een bepaald gebied te overleven. Bijvoorbeeld informatie over waar je precies eten kunt vinden en hoe je dat moet klaarmaken. Ecologische factoren hebben met de omgeving te maken. Het kan bijvoorbeeld voordelig zijn om een groot brein te hebben in gebieden waar het lastig is om aan voedsel te komen.

De onderzoekers berekenden eerst hoeveel energie het brein verbruikt in rust. Vervolgens voerden ze in hoeveel energie het brein verbruikt voor leer– en geheugenprocessen, afhankelijk van de uitdaging waar het brein voor staat. Bijvoorbeeld het zoeken naar voedsel in een omgeving waar alleen fruit te vinden is in een bepaald seizoen, of de uitdaging om deze informatie uit te leggen aan nakomelingen.