Zo help je iemand met een depressie

Wat doe je als je partner, vriend of kind depressief is? Zo komen jullie er samen doorheen.

Dit artikel verscheen in februari 2021 in Eos Psyche&Brein.

Plots besef je: je vriend is veranderd. Hij ziet er uitgeput uit en is vermagerd. Steeds vaker laat hij het afweten als je voorstelt samen iets te ondernemen. Zelfs fotografie, een hobby waaraan hij vroeger veel plezier beleefde, interesseert hem nog nauwelijks. Hij trekt zich hoe langer hoe meer terug. Als je met hem praat, heeft hij het over zijn gevoelens van hopeloosheid, wanhoop en schuld. Waarschijnlijk ligt hij ’s nachts te piekeren en voelt hij zich voortdurend gespannen. Allemaal kenmerken van een depressie.

Al meer dan dertig jaar voer ik onderzoek naar mentale aandoeningen en zelfmoordpreventie. Als psychiater heb ik heel wat betrokkenen persoonlijk leren kennen. Velen van hen heb ik jarenlang behandeld en begeleid tijdens ziektefasen en depressievrije periodes.

De meeste van hun familieleden en vrienden willen hun dierbare bijstaan en helpen om weer beter te worden. Velen vragen hoe ze iemand met een depressie het beste kunnen ondersteunen. Mijn eerste advies is altijd: informeer je over de ziekte. Als je niet weet wat er achter een depressie schuilgaat, heb je de neiging om het veranderde gedrag verkeerd te interpreteren. Wie zich meer en meer terugtrekt, lijkt misschien onverschillig. Wie nog weinig onderneemt, kan gemakzuchtig overkomen. Die interpretaties kunnen leiden tot frustratie, boosheid en teleurstelling – wat de situatie nog moeilijker maakt voor beide partijen.

Zo herken je een depressie

Om van een depressie te spreken, moet er sprake zijn van minstens één hoofdsymptomen (vet). In totaal moeten er vijf symptomen aanwezig zijn, en dat gedurende minstens twee weken.

• sombere stemming
• verlies van interesse en plezier

• gewichtstoename of -verlies
• slaapstoornissen
• rusteloosheid of geremdheid
• vermoeidheid, verlies van energie
• schuldgevoelens en gevoelens van waardeloosheid
• verminderde concentratie, besluiteloosheid
• terugkerende doodsgedachten

Het profiel van depressie

Depressie is een wijdverspreide en ernstige ziekte. De wereldwijde coronacrisis heeft het aantal gevallen nog ­laten stijgen. Volgens recente cijfers lijdt een op de zes Belgen aan een depressie; in Nederland is dat een op de twintig. Wellicht ken jij ook iemand die op dit moment depressief is – velen lopen niet met het probleem te koop. Het taboe op mentale problemen zorgt ervoor dat depressielijders zich vaak waardeloos of schuldig voelen, hun klachten verbergen en moeilijk de weg vinden naar professionele hulp.

De aandoening wordt vooral gekenmerkt door een bedrukte stemming, uitputting en verlies van levensvreugde en interesses. Naast deze kernsymptomen zijn er nog andere. Ook lichamelijke klachten passen vaak in het rijtje, zoals rugpijn, oorsuizen of spijsverteringsproblemen. Voor het begin van de ziekte vonden ze die misschien vervelend, maar draaglijk. In de depressieve episode ervaren ze die plotseling als erg belastend. Vaak vertellen ze hun huisarts over hun fysieke klachten, maar verbergen ze hun psychisch leed.

Niet achter elke depressieve stemming schuilt een depressie die behandeld moet worden. Iemand die rouwt om een dierbare kan terneergeslagen, verdrietig en lusteloos zijn. En iemand die zich overbelast voelt of familiale problemen heeft, kan depressief overkomen. Maar een echte depressie voelt anders aan, melden patiënten.

Depressielijders ontwikkelen vaak onterechte schuldgevoelens en voelen zich vanbinnen continu gespannen, net als voor een examen. Op de moeilijke momenten, zeggen ze, is het alsof je dood bent. Je voelt niets meer. Zelfs geen verdriet.

Op basis van deze en andere kenmerken kan een psychiater een depressie meestal goed herkennen en onderscheiden van een reactie op moeilijke leefomstandigheden. Depressies verlopen meestal in golven. Ze sluipen binnen – langzaam, gedurende enkele weken, heel af en toe in enkele dagen – en duren vaak maandenlang als ze onbehandeld blijven. Ze kunnen ook spontaan weer wegzakken. Tussen de fasen van de ziekte voelen velen zich weer gezond.

Wie eenmaal een depressieve episode heeft doorgemaakt, loopt een verhoogd risico om er later nog een te krijgen. Als het verloop van de ziekte meerdere fasen omvat, wordt het een ‘recidiverende’ of terugkerende depressieve stoornis genoemd. Het essentiële mechanisme van de ziekte begrijpen we nog niet goed, maar met antidepressiva en psychotherapie is een effectieve behandeling mogelijk.

Wat kun je doen?

Als je goed geïnformeerd bent, kun je beter begrijpen waarom iemand met een depressie denkt en handelt zoals hij dat doet. Dan besef je ook dat deze aandoening met wilskracht alleen niet te overwinnen valt.

Daarom halen uitspraken als ‘Ontspan je gewoon’, ‘Laat de boel de boel’ of ‘Neem even vakantie’ niets uit. D­epressie reist altijd met je mee. Vaak voelt de patiënt zich zelfs nog meer gekweld in een vreemde omgeving. En sommige eisen – zoals ‘Wees sterk’ of ‘Kop op’ – kan een depressieve patiënt gewoonweg niet vervullen.

Wat moet je doen als een vriend is veranderd, als hij wanhopig lijkt? Stel er zeker vragen over. Vraag wat er aan de hand is en bied je hulp aan. Moedig hem aan een beroep te doen op professionele hulp als er iets ernstigs achter zijn verdriet zit. De huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt. Het is belangrijk dat het gesprek met de dokter niet alleen gaat over fysieke symptomen zoals pijn en slaap- of spijsverteringsproblemen, maar ook over psychologische kenmerken zoals gevoelens van waardeloosheid of schuld, verlies van hoop en suïcidale gedachten. Indien nodig kan de huisarts medicijnen voorschrijven, zoals antidepressiva. In veel gevallen is het nuttig om een specialist – een psychiater of neuroloog – te raadplegen.

Naast medicatie biedt psychotherapie een effectieve aanpak. Sinds 2020 worden in België maximaal acht ­sessies (per jaar) bij de psychotherapeut vergoed door de ziekteverzekering. Het moet om een matige depressie gaan die in een kort traject behandeld kan worden. In Nederland wordt psychologische zorg al langer vergoed door de zorgverzekering.

Aangezien een depressie gepaard gaat met uitputting en verlies van hoop, voelen patiënten zich vaak niet in staat om zelf hulp te zoeken. Ze denken dat een doktersbezoek zinloos is, ze schamen zich of geven zichzelf de schuld van de situatie. Daarin kunnen familieleden en vrienden hen bijstaan: help bij het maken van afspraken met een arts en psychotherapeut, en moedig hen aan om zich aan deze afspraken te houden. Later kun je hen ondersteunen bij een consequente opvolging van de behandeling.

Routeplanner voor de omgeving
  • Informeer je over depressie.
  • Bied ondersteuning bij het zoeken naar professionele hulp.
  • Wend je niet af van de getroffene.
  • Bewaar je geduld.
  • Liefde en aandacht zijn geen vervanging voor een medische behandeling.
  • Verlies je eigen grenzen niet uit het oog.

Onschuldige daders en echte vrienden

‘Waarom voel ik me slecht en hoe is het zo ver gekomen?’ Het is een vraag die veel depressielijders zich stellen. De meeste mensen zien depressie in de eerste plaats als een reactie op moeilijke leefomstandigheden: overbelasting, relatieconflicten, verlies, eenzaamheid of lichamelijke ziekte worden al snel als ‘oorzaak’ bestempeld. Daarom menen heel wat betrokkenen te weten waarom ze depressief zijn.

Maar vaak gaat het om een misvatting. Iedereen heeft problemen, zowel gezonde als zieke mensen. Een depressie laat bestaande problemen groter lijken dan ze zijn en verplaatst ze naar het centrum van je leven.

Familieleden zoeken het best niet in eenvoudige verklaringen. Ook jezelf de schuld geven heeft geen zin. De symptomen horen bij een depressie, en dat is veel meer dan een reactie op moeilijkheden. Depressie wordt veroorzaakt door een combinatie van meerdere factoren. Wie ziek wordt, heeft meestal een aanleg voor depressie. Die aanleg kan erfelijk zijn, maar ook het gevolg van trauma en misbruik in de vroege kinderjaren. Wie een ouder of broer of zus heeft die depressief is (geweest), loopt tot drie keer meer risico om zelf depressief te worden dan gemiddeld.

Partners of vrienden kunnen de depressieve persoon helpen en ondersteunen – dat is belangrijk en het helpt. Maar de omgeving is niet verantwoordelijk voor het herstel. Liefde en genegenheid vervangen een medische behandeling niet. Depressies zijn ernstige ziekten die een passende therapie vereisen. Die wordt aangeboden door artsen en psychotherapeuten.

Zorg ook voor jezelf

Zoals elke ernstige ziekte belast ook depressie de omgeving. Als je je voortdurend zorgen maakt om iemand en je hulpeloos voelt, loop je het risico jezelf te overbelasten. Om dat te voorkomen, moet je je sociale contacten blijven onderhouden en geregeld iets doen wat je leuk vindt, zoals koffie drinken met vrienden of een familie­-uitje plannen. Soms is het nodig om extra steun te zoeken, bijvoorbeeld in een zelfhulpgroep.

Voor familie en vrienden is het niet altijd gemakkelijk om met een depressief iemand om te gaan. In een gezonde toestand zijn de getroffenen vaak behulpzaam en bezitten ze verantwoordelijkheidsgevoel, maar nu herken je ze nauwelijks meer. Velen zinken weg in zorgen en wanhoop. Anderen worden stil en trekken zich terug. Goedbedoelde adviezen werpen meestal geen vruchten af. Raak daardoor niet overstuur. De schuld ligt niet bij degene die ziek is, maar bij de depressie. Hou er rekening mee dat depressieve episodes meestal goed te behandelen zijn en zullen verdwijnen. Blijf zelfverzekerd en probeer de zorgen en angsten van de depressielijder niet weg te praten. Doe lichamelijke klachten zoals rugpijn of oorsuizen niet af als ‘alleen maar psychologisch’. Meestal zijn die wel degelijk aanwezig. Wel worden ze soms zodanig versterkt door de depressie dat ze nauwelijks draaglijk lijken.

Belangrijk is dat je je niet afwendt. Het betekent een grote hulp voor het getroffen familielid als je aan zijn zijde blijft – zelfs als hij je lijkt af te wijzen. Ondanks alle stress die depressie met zich meebrengt voor de familieleden, is één ding allicht geruststellend: de meeste getroffenen herstellen van de depressieve fase met een passende behandeling. Ook het risico op terugval neemt dan af.

En terwijl sommige koppels uit elkaar gaan door de ziekte, voelen andere achteraf een nog diepere band. In een onderzoek dat we samen met de Deutsche Bahn Foundation hebben uitgevoerd bij de Duitse Vereniging voor Depressiehulp, meldde 45 procent van de mensen die als depressief waren gediagnosticeerd dat hun relatie was stukgelopen vanwege de ziekte. Maar 36 procent zei dat de band met hun partner sterker uit de crisis was gekomen. Zij voelden zich naderhand hechter verbonden dan voorheen.

Wie met vragen zit over zelfdoding, kan in België terecht op de Zelfmoordlijn, op het gratis nummer 1813, of op zelfmoordlijn1813.be. In Nederland is de Zelfmoordpreventie te bereiken op 0800-0113 of op www.113.nl.

Meer informatie over depressie en zelfhulpgroepen vind je op depressiehulp.be, mindblue.nl en depressievereniging.nl.

De invloed van de pandemie

De coronacrisis laat zich voelen, ook in de cijfers over mentale gezondheid. Volgens de gezondheids­enquête van het Belgisch Instituut voor Gezondheid Sciensano van eind 2020 heeft 16 procent van de Belgen momenteel een depressie, een pak meer dan in 2018 (10 procent). Vooral jongeren (16-24) worden getroffen: de prevalentie van depressie is verdrievoudigd bij meisjes, tot bijna 30 procent, en verviervoudigd bij jongens (29 procent). Bij de oudere leeftijdsgroepen heeft de crisis een minder grote impact.

Volgens het Nederlandse Trimbos-instituut voor mentale gezondheid werd de voorbije jaren telkens iets minder dan 5 procent van de bevolking door depressie getroffen. Recente cijfers geven aan dat dit in 2020 is opgelopen tot 5,2 procent bij de volwassenen. De leeftijdsgroep tussen 45 en 54 jaar werd het hardst getroffen (1 op de 17 of 5,7 procent). In mei 2020 maakte 1 op de 3 respondenten van een online enquête van Trimbos gewag van meer depressieve klachten sinds de coronacrisis. De Zorgkrant meldt dat het aantal depressies waarschijnlijk is verdrievoudigd als gevolg van Covid-19.