Eos Blogs

Vlees of geen vlees? De rol van dierlijke voeding op je gezondheid

Een vegetarisch of veganistisch beïnvloedt de kans op verschillende kankers, blijkt uit recent onderzoek. Onderzoeker Ines Thiers neemt de verschillende studies onder de loep.

Lang vond ik niets lekkerder dan aan sappig stukje kip aan ’t spit. Toch besloot ik zo’n zes jaar geleden afscheid te nemen van alles wat ooit rondfladderde, zwom of op vier poten liep. Mijn motivatie was vooral ecologisch en ethisch: minder impact op het milieu en minder dierenleed. Over wat die beslissing voor mijn eigen gezondheid zou betekenen, stond ik eerlijk gezegd niet zo lang stil.

Intussen is mijn stukje kip ingeruild voor blokjes tofu, linzen en seitan. Hoewel ik er zelf weinig van merk, suggereert een groeiend aantal wetenschappelijke onderzoeken dat vegetarisme belangrijke gezondheidsimplicaties heeft. De conclusies lopen niet altijd gelijk. Sommige studies prijzen de voordelen, terwijl andere ook mogelijke risico’s aanwijzen.

Sommige studies prijzen de voordelen van vegetarisme, terwijl andere ook mogelijke risico’s aanwijzen

Onderzoekers aan de Universiteit van Oxford analyseerden de resultaten van negen internationale studies die dieet linkten aan het risico op kanker. Hun analyse suggereert dat een vegetarisch voedingspatroon de kans op pancreas, borst, prostaat, nier, en multipel myeloom kanker kan verlagen, maar mogelijk ook gepaard gaat met een verhoogd risico op slokdarm kanker. Veganisten zouden dan weer een hogere kans op colorectale kanker hebben. Ik vond deze bevindingen best opmerkelijk, en nam ze dan ook onder de loep.

Lang leve vezels

Bij de eerste resultaten was ik stiekem gerust gesteld: vegetariërs hadden een verlaagde kans op pancreas-, borst-, prostaat- en nierkanker en multipel myeloom! Meteen bekeek ik mogelijke verklaringen. Globaal genomen hebben vegetariërs en veganisten een gezondere levensstijl dan vleeseters: ze hebben bijvoorbeeld een hogere inname van vezels en een lagere consumptie van verzadigde vetten. Dat vertaalt zich vaak in een lager BMI, een belangrijke risicofactor voor verschillende kankers. Toch biedt het BMI geen sluitende verklaring. De onderzoekers hielden in hun analyses al rekening met deze factor, wat betekent dat naast BMI ook andere factoren een rol spelen bij het verlaagde kanker risico bij vegetariërs.

De darmen van een veganist

Naast de mogelijke voordelen van een vegetarisch of veganistisch dieet zijn er ook aandachtspunten. Wie niet gevarieerd genoeg eet, loopt een verhoogd risico op tekorten aan eiwitten, vitamine B12 en vitamine D. Voor veganisten komen daar mogelijk ook tekorten aan vitamine A, riboflavine, zink en calcium bij. Op deze risico’s wijst de studie ook.

Wat me verraste, was het verhoogde risico op slokdarmkanker bij vegetariërs en het grotere risico op colorectale kanker bij veganisten. Vooral dat laatste springt in het oog, aangezien bewerkt en – in mindere mate – rood vlees juist bekendstaan om hun negatieve effect op de darmgezondheid. Bovendien dragen vezels en volkoren producten, doorgaans meer geconsumeerd door veganisten, bij aan een gezonde darmomgeving. De onderzoekers plaatsen hun bevindingen dan ook meteen in perspectief en waarschuwen voor overhaaste conclusies.

Het verhoogde risico op colorectale kanker bij veganisten sprong in het oog. Bewerkt en rood vlees staat net bekend om hun negatieve effect op de darmgezondheid.

Zo bleek dat de vleeseters in de studie relatief weinig bewerkt vlees aten, wat de nadelige effecten van die voedingsgroep mogelijk heeft afgezwakt. Daarnaast was het aantal veganisten in de onderzochte studies vrij klein, waardoor het moeilijk was om sterke, algemene conclusies te trekken en de kracht van die analyses relatief zwak was.

Mocht het verhoogde risico op colorectale kanker bevestigd worden, zou dit te maken kunnen hebben met een lagere calciuminname bij veganisten door het ontbreken van zuivel in hun dieet. Er zijn aanwijzingen dat calciumsupplementen een beschermend effect kunnen hebben tegen colorectale kanker, maar dit moet verder onderzocht worden.

Moet ik weer vlees eten?

Het is belangrijk om deze studie in de juiste context te zetten. De wetenschappers keken enkel naar het al dan niet consumeren van vlees, vis en andere dierlijke producten. Over andere voedings- en leefgewoonten weten we weinig: hoe vaak aten de deelnemers sterk bewerkte of suikerrijke voeding? Hoeveel bewogen ze? Rookten ze? Welke genetische achtergrond hadden de consumenten? Hoewel de onderzoekers corrigeerden voor factoren zoals roken, BMI en alcoholgebruik, zijn er nog veel andere invloeden die het kankerrisico kunnen bepalen. Daarom is het belangrijk om deze resultaten voorzichtig te interpreteren en geen al te verregaande conclusies te trekken.

De kernboodschap van dit onderzoek blijft dat een evenwichtig eetpatroon – en bij uitbreiding een gebalanceerde levensstijl – aan de basis ligt van een gezond, lang leven. Ik eet dus met een gerust hart mijn falafelballetjes, en gooi er met plezier wat extra groentjes bovenop.